Hongarije

Het boek Hongaarse Kentering van László Marácz, in de boekenbijlage van 13 januari besproken door Peter Michielsen, begint zijn doelstelling te bereiken: het op gang brengen van de discussie over de Hongaren-problematiek en de toekomst van Midden-Europa.

De steen die Marácz wierp in de stille vijver van de Finoegristiek heeft de hengelaars eromheen in rep en roer gebracht. Een wetenschappelijke discussie is echter alleen vruchtbaar als men afwijkende ideeën niet als een bedreiging, maar als een sportieve uitdaging ziet en probeert de argumentatie van de tegenstander onderuit te halen en niet zijn persoon.

Zo reageert prof. Honti in zijn brief van 3 februari op de passages in het boek, die over zijn vakgebied, de Finoegristiek, gaan als betrof het een aanval op zijn vakgroep en zijn instituut. Dr. Marácz tracht in zijn boek echter slechts met feiten en argumenten de Finoegristiek te herzien of tenminste van de welverdiende concurrentie te voorzien, die onder het communisme op de Hongaarse universiteiten werd ontmoedigd en een achterstand opliep. Prof. Honti gaat daar echter nauwelijks op in en komt met een verweer dat een constructief en synthetiserend verloop van de discussie eerder in de weg staat.

De anciënniteit van een wetenschappelijke theorie, die prof. Honti als eerste argument aanvoert voor het primaat van de Finoegristiek, is geen bewijs voor de juistheid ervan. Evenmin is het constructief om Marácz beweringen in de mond te leggen die in het boek niet voorkomen, bijvoorbeeld dat hij gecharmeerd is van de Hongaars-Turkse taalverwantschapshypothese. Weinig fair is het hem te associëren met stromingen die de Finoegristiek als een Duits-joodse samenzwering zien. De Hongaars-Turkse taalverwantschapshypothese kent ook prominente voorstanders van joodse afkomst, en beoefenaars van de Finoegristiek die deze theorie aanvallen worden toch ook geen antisemitische drijfveren toegeschreven.

Met Hongaarse Kentering heeft de auteur een inhaalrace ingezet op allerlei wetenschappelijke terreinen die voor alle betrokkenen verhelderend kan werken doordat zij of met nieuwe argumenten bestaande overtuigingen moeten bevestigen of hun visie met nieuwe bevindingen kunnen verrijken.

    • Drs. M.V. Klinkhamer