Het veelbelovende Kirgizië dreigt een derde-wereldland te worden; Een schaapherder rijdt geen tractor

Kirgizië is wel het Zwitserland van Centraal-Azië genoemd. Er is geen burgeroorlog, alle buitenlandse adviezen zijn welkom en de nationale munt bleef stabiel. Maar voor het 'wonderkind van het IMF' dreigt nu toch de hongersnood. Veel goed-opgeleide Russen verlaten het land, terwijl de geprivatiseerde ex-schapenhoeders er als boer mislukken. De erfenis van de staatsboerderijen is bijna opgegeten.

Béken Ditkoejevoe was al 51 toen hij zelfstandig veehouder werd. Tot dan toe had hij schapen gehoed op kolchoz De Komsomol, gelegen aan het Issyk-Koel meer in Kirgizië. De verkoop van de wol of het slachten van de schapen, dat was nooit deel van zijn werk geweest. Maar de Sovjet-Unie viel uiteen, het communisme werd afgezworen en de onafhankelijke staat begon onder aanmoediging van westerse experts voortvarend aan de privatisering van staatsbedrijven.

Bij De Komsomol waren er 20.000 schapen, enkele tientallen paarden en een handjevol landbouwwerktuigen te verdelen over 44 families. Béken wist er 500 schapen uit te slepen, 3 hectare grond, plus een vrachtwagen, een tractor en een paard. Een onwaarschijnlijke rijkdom. De startende ondernemer kocht er nog een woonwagen bij voor de zomermaanden, wanneer Kirgizische herders hun kuddes hoog in de bergen hoeden.

Dat was 1992. Vier jaar later, op een winterse februaridag, waadt Béken door de sneeuw om zijn nog resterende 200 schapen hooi te geven. Naast de stal staan de vrachtauto en de tractor, allebei al lang geleden door motorpech buiten gebruik geraakt. De woonwagen is naast het huis neergezet en dient als woning. De kleine wagen is te verwarmen met slechts één op hout en mest te stoken haard, en is daardoor goedkoper te bewonen dan Békens eigenlijke huis.

Binnen tracteert zijn vrouw op brood (zelf gebakken) met jam (zelfgemaakt) en Bozo (zelf gebrouwen). Naar de winkel gaat zij alleen nog voor meel, suiker en zout, want daarmee is het huishoudgeld wel ongeveer op. De Bozo, een pap-achtige drank die hier als voedzaam bekend staat, wordt door haar uit een groene plastic emmer in grote kommen geschept. “Het record in het dorp is tien kommen achter elkaar”, vertelt Béken. Maar één kom van het alcoholhoudende spul doet de blik al vervagen. Hun driejarige kleinzoon, die ook dagelijks Bozo krijgt voorgezet, kijkt ondanks het onverwachte bezoek vredig voor zich uit.

Met het vrije ondernemerschap is het anders gelopen dan verwacht. De verzorging van één schaap kost per jaar ongeveer 300 som (vijftig gulden), zo rekent de verzelfstandigde herder voor. Maar nadat in 1992 bijna alle 12 miljoen schapen in Kirgizië onder kolchozarbeiders waren verdeeld, zakte bij de introductie van de markteconomie de verkoopprijs van één dier meteen tot onder de 100 som. “Het is goedkoper schapen op te eten of te verkopen dan ze te houden”, zegt Béken.

Dat hebben de startende ondernemers van De voormalige Komsomol dus gedaan: eten en verkopen. Terwijl vroeger schapen bestemd waren voor de export of voor de feestdagen - de kop voor de belangrijkste gasten, de ogen voor de allerbelangrijkste - worden zij nu geslacht om in leven te blijven. Van de 20.000 geprivatiseerde schapen hier aan Issyk-Koel, wat het 'Heilige Meer' betekent, zijn er nu slechts 4000 over. Hun aantal daalt nog elke dag. Dat heeft de prijs op de nabijgelegen veemarkt inmiddels opgedreven tot 300 som. De wol levert nog eens 30 som (tien som per kilo) per jaar per dier op. Maar daarmee is de schapenteelt nog steeds niet rendabel.

Over de kapotte tractor en de vrachtauto vertelt Béken, nadat hij een restje pap met de achterkant van zijn hand heeft weggeveegd: “Vroeger op de kolchoz ging de monteur al aan het werk voor een fles wodka, en dan kon ik zelf de helft van die fles nog samen met hem opdrinken. Nu wil hij voor reparaties ineens veel geld. En als ik bij hem langs ga, is hij altijd druk en bezet.” Dus is Béken teruggevallen op het paard. Dat fungeert nu als lastdier, trekdier en als vervoermiddel.

Ruilhandel

Sinds herders als Béken in 1992 voor zichzelf zijn begonnen geldt Kirgizië (4,5 miljoen inwoners, zo groot als het voormalige West-Duitsland) als 'wonderkind van het IMF'. Wijlen Wereldbank-president Lewis Preston sprak tijdens een bezoek in 1994 van 'een voorbeeld voor de wereld'. Kirgizië is door Westerse adviseurs zelfs het toekomstige 'Zwitserland van Centraal-Azië' genoemd, en daarmee doelden zij niet alleen op de bergen.

Anders dan de ex-Sovjet-republieken in de Kaukasus is Kirgizië niet verwikkeld in een burgeroorlog. Anders dan de andere republieken in Centraal-Azië wordt Kirgizië niet geleid door een ex-communist. President Askar Akajev heeft zijn land wijd opengegooid voor buitenlandse adviseurs. Met behulp van het IMF heeft hij de nationale munt relatief stabiel weten te houden. Nieuwe economische wetgeving legt hij eerst voor aan een expert van de Wereldbank. Kortom, als er ergens in dit deel van de voormalige Sovjet-Unie een positieve ontwikkeling mag worden verwacht, is het hier.

Maar er is geen enkele ontwikkeling zichtbaar, althans niet in voorwaartse richting. Neem de landbouw, veruit de belangrijkste bron van inkomsten in het land. Volgens de jongste cijfers van het ministerie van landbouw is het aantal schapen sinds 1992 afgenomen met meer dan vijftig procent, het aantal varkens met zeventig procent en het aantal kippen zelfs met negentig procent. “Als het zo doorgaat is niet uitgesloten dat de veestapel zodanig uitdunt, dat hongersnood de uiterste consequentie is”, zegt landbouwdeskundige Arthur Russel.

De problemen begonnen volgens Russel, een Ier die namens de Europese Unie zelfstandige veehouders steunt, met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. “Vroeger zorgde Wit-Rusland voor tractoren, Oezbekistan voor katoen, Kirgizië voor vlees en dat werd dan door de overheid door de hele unie verspreid. Transportkosten speelden daarbij voor de producenten geen rol. Nu produceert Wit-Rusland nog steeds tractoren en Kirgizië nog steeds vlees, maar de transportkosten zijn reëel geworden en de bestaande distributiekanalen zijn verdwenen.”

Terwijl de traditionele afzetmarkt wegviel, werd ook het bestaande produktiesysteem ontmanteld. Niet eens uit anti-communistische of markteconomische overwegingen, volgens Russel, maar uit geldgebrek. “Het land werd onafhankelijk, de overheid had geen geld en dus wilde ze af van wat geld kostte, zoals de staatsboerderijen. De president decreteerde dat ze moesten worden geprivatiseerd en dat was het dan. Van de ene dag op de andere moesten kolchoz-werknemers die gewend waren als specialist te werken in een grote organisatie, all-round boer zien te worden.”

Maar een schaapherder weet niet hoe hij een tractor moet bedienen, een tractorbestuurder weet niet hoe hij moet zaaien, een zaaier weet niet hoe hij aan zaaigoed moet komen en verder weet niemand hoe de eventuele opbrengst moet worden verkocht. “De meesten gebruiken hun paar koeien en schapen nu in de eerste plaats voor zichzelf. Wat overblijft wordt van de hand gedaan op de markt of langs de weg”, zegt Russel. De zuivel- en vleesfabrieken draaien volgens hem op niet meer dan twintig procent van hun capaciteit. “Het land zakt terug van de tweede wereld naar de derde. De Kirgiezen vallen weer terug op zelfvoorzienende landbouw en ruilhandel, net als vroeger.”

Vroeger, dat is de tijd voor de oprichting van de Sovjet-Unie. Kirgizië was toen hoofdzakelijk een gebied waar nomaden met hun schapen en paarden rondtrokken. Als ze werd gevraagd waar zij vandaan kwamen, noemden zij niet de naam van een land, een provincie of een stad, maar die van een dal. In 1917 was 96 procent van de bevolking nog analfabeet en was de gemiddelde levensverwachting van mannen niet hoger dan 43 jaar. Pas daarna zijn er fabrieken, scholen en ziekenhuizen gebouwd.

Valkerij

Tolbatek Albasjev, net als schaapherder Bèlen Ditkoejevoe oud-werknemer van kolchoz De Komsomol, is de 43 nog niet gepasseerd al ziet hij er wel zo uit. Hij zou in de vorige eeuw geleefd kunnen hebben. Tolbatek jaagt met roofvogels. Valkejacht of valkerij werd al in de prehistorie in Centraal-Azië beoefend. Vanaf de middeleeuwen ook in Europa, vooral als spel. “Mijn grootvader deed het, mijn vader deed het, het is een soort traditie. Maar vroeger was de jacht iets voor de zondag, de rest van de week werkten we. Nu doe ik het bijna elke dag. We moeten tenslotte eten.”

Het werkterrein van Tolbatek is het duinachtige landschap tussen de oevers van het Issyk-Koel meer en de uitlopers van de bergen. Het afgelopen etmaal heeft het onafgebroken gesneeuwd, maar deze morgen is het weer opgeklaard en de jager stuurt zijn paard stapvoets door het struikgewas. De teugels in zijn linkerhand, zijn valk op z'n rechter. Om hen heen jaagt de hond door de bosjes, speurend naar fazanten. Vliegt er één op, dan is de beurt aan de valk.

Het klinkt eenvoudiger dan het is. Om te beginnen moest eerst de jachtvogel zelf worden gevangen. Daarvoor brengt Tolbatek elk jaar in oktober dagenlang met een net in de bergen door, als daar valken en sperwers zich gereed maken voor hun vlucht naar het zuiden. “Je moet hem vooral niet te jong vangen, want hij moet wel eerst hebben leren vliegen en jagen”, zegt hij. Daarna kost het nog drie weken om een vogel af te richten. Wie bij Tolbatek wil kopen, is tussen de 300 en 600 som (50 en 100 gulden) kwijt voor een sperwer. De prijs kan oplopen tot 10.000 som (1600 gulden) voor een valk.

Tolbatek is allang niet meer de enige die langs de oevers van het meer jaagt en de fazantenpopulatie blijkt inmiddels danig te zijn uitgedund. Het duurt bijna twee uur voordat eindelijk een gescharrel in de bosjes wordt gehoord. Tot dan toe was er alleen het ruisen van het water, het gedempte geluid van paardehoeven in de sneeuw en het belletje aan de valk. Het paard houdt halt, de hond verdwijnt met gespitste oren tussen de takken, de jager houdt zijn adem in. Dan vliegt er ineens met veel kabaal een fazant op en laat Tolbatek de valk los.

Een fazant vliegt doorgaans niet ver maar, zo blijkt, wel hard. Als de valk, die urenlang met een koordje om zijn poten op Tolbateks hand heeft moeten zitten, hoogte heeft gewonnen is de afstand al meer dan twintig meter. De roofvogel loopt de achterstand snel in, maar niet zo snel dat resultaat kan worden waargenomen voordat beide vogels over een duin uit het zicht verdwijnen. Tolbatek geeft zijn paard de sporen - niet letterlijk, hij draagt geen sporen, de Kirgies gebruikt een zweep - en verdwijnt in een wolk van opstuivend sneeuw in dezelfde richzting.

Roofvogels brengen hun prooi niet terug naar de jager. Het is zaak de valk zelf terug te vinden en hem de fazant af te nemen. Heeft de achtervolging van de valk op de fazant geen resultaat opgeleverd, dan moet de jachtvogel ergens in een boomtop worden gezocht en met een stukje vlees naar beneden worden gelokt. In dit geval is de afloop zo: als vogel en Tolbatek weer zijn ingehaald, is de fazant al opgeborgen in de zadeltas. Hij zal vanavond door Tolbateks vrouw worden opgediend. Op een vleugel na. Die is voor de valk.

Agressieve managers

Om modernisering te zien in Kirgizië, moet men echt terug naar de hoofdstad Bisjkek. Naar het Bishkek Business Center om precies te zijn, want verder is er weinig ondernemerschap voelbaar in deze provincieplaats met gemiddelde Sovjet-allure. De aloude Univermag is nog altijd de best voorziene winkel en wordt net als vroeger om vijf uur 's middags gesloten door op fluitjes blazende politiemannen. Maar wie bij het Business Center binnengaat, wordt verrast met de volgende zin: “Goedemiddag, wat kan ik voor u doen?”

Het zakencentrum - vooralsnog niet meer dan acht suites - is onder leiding van de 31-jarige Sergej Doronin april vorig jaar geopend in het voormalige opleidingscentrum van de communistische partij. Het deelt het gebouw met de Bishkek International School of Business en Management, die vier jaar geleden op last van president Akajev is opgericht. In 1992 was Doronin nog leraar natuurkunde. Maar toen vroeg Akajev jongeren voor de nieuwe opleiding om deel te worden van een 'een nieuwe generatie agressieve managers'. Doronins diploma is later door de president zelf ondertekend.

Het zakencentrum is bedoeld om buitenlandse ondernemers te trekken, te helpen en aan te zetten tot investeren, zo vertelt Doronin. Hij regelt tolken, chauffeurs en hij begeleidt zijn gasten desnoods persoonlijk naar het enige restaurant in de stad dat hij goed genoeg voor Westerlingen acht. Maar zijn staf schrijft desgewenst ook investeringssplannen. Zo heeft hij voor een Canadese brouwerij de overname van een bierfabriek in Kirgizië begeleid. “Helaas voldeed alleen de grond van de fabriek aan de Canadese normen.”

Doronin, die vloeiend Engels spreekt en bijna doorlopend glimlacht, is op zoek naar een paar voorbeeld-projecten die andere buitenlandse investeerders over de streep zouden kunnen trekken. Ook in Kirgizië, of zéker in Kirgizië, kennen ze het gezegde over dat ene schaap en de dam. Zijn er al zulke voorbeelden? “Nee, helaas niet. Eigenlijk alleen het Business Center zelf.” Dat is opgericht met geld van een Canadese zakenman/professor, die eerder in opdracht van president Akajev een economisch beleidsplan voor het land heeft opgesteld. Maar verder zien maar weinigen kansen in een bergachtig land met een thuismarkt van slechts 4,5 miljoen mensen en buurlanden als Tadzjikistan, Oezbekistan, Kazachstan en China.

De industrie die er al was in Kirgizië heeft de afgelopen jaren zwaar geleden onder het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De afzetmarkt is weggevallen, de stroom goedkope energie uit Rusland is opgedroogd. Dat laatste alleen al betekent het wegvallen van een subsidie ter waarde van 12 procent van het bruto nationaal produkt. De eens zo trotse Michail Froenze-fabriek voor landbouwmachines bijvoorbeeld, in de Unie de enige producent van combines die hooi tot pakken samenbundelde, ligt nu stil.

Tegelijkertijd is een andere stroom op gang gekomen: die van duizenden topfunctionarissen naar Rusland. Etnische Russen voelen zich niet zo thuis in het onafhankelijke Kirgizië. Het Kirgizisch werd in 1989 tot enige officiële taal uitgeroepen. Daarna moest niet alleen de communist Lenin maar ook de dichter Poesjkin in straatnamen wijken voor Manas, de held van een duizend jaar oud epos dat door de overheid tot bakermat van de nationale cultuur is uitgeroepen. “Op straat vroegen ze soms: wat doe je hier nog? Ga naar je eigen land!”, herinnert Doronin zich.

Van de ongeveer 1 miljoen etnische Russen die voorheen in dit deel van de Sovjet-Unie woonden, zijn er inmiddels 300.000 vertrokken. En het waren juist de Russen die het hoger onderwijs en de industrie domineerden. President Akajev heeft de nadelen van de uittocht inmiddels ingezien. Twee maanden geleden is Russisch naast het Kirgizisch de tweede officiële taal geworden. “Russen worden nu niet meer gediscrimineerd, zolang ze tenminste niet proberen hoge overheidsposten te bemachtigen”, bevestigt Doronin.

Maar het is aan de late kant. Twintig procent van de grote en middelgrote bedrijven is de afgelopen jaren failliet gegaan. Nog eens twintig procent heeft maanden achterstand opgelopen bij de salarisbetaling. Nu vertrekken hoger opgeleide Russen vanwege de verslechterende economische omstandigheden. Bijna alle veertig klasgenoten die tegelijk met Doronin als 'jonge agressieve manager' de Bishkek Internationaal School of Business and Management voltooiden, zijn naar Rusland geëmigreerd. De Kirgiezen zijn, na in de negentiende eeuw door Rusland te zijn gekolonialiseerd en in de twintigste in de Sovjet-Unie te zijn opgegaan, bij het begin van de eenentwintigste eeuw weer terug bij af.

    • Hans Nijenhuis