Het nobele wantrouwen in eigen land van Helmut Kohl

Duitsland moet in Europa integreren, anders wordt het land weer gevaarlijk. Dat was de inhoud van de recente uitspraak van Helmut Kohl.

Het zou lichtvaardig zijn om de waarschuwingen van Kohl te negeren, vindt Paul Scheffer.

De recente woorden van Helmut Kohl zijn in lood gezet. De landen die de Europese Unie vormen, om te beginnen zijn eigen land, moeten worden doordrongen van het gewicht van de geschiedenis. Bondskanselier Kohl noemde de Europese integratie “een kwestie van oorlog of vrede in de volgende eeuw”. Die formulering heeft ook in het Nederlandse parlement tot een debat geleid. En dat is terecht, want zo vanzelfsprekend is het betoog van Kohl niet. Door zijn eigen politieke streven naar Europa van zo'n lading te voorzien wordt een beroep gedaan op angst.

Velen zijn over de liberale politicus Bolkestein heengevallen toen hij in het debat de woorden van Kohl nogal onwelwillend interpreteerde. Hij zei: “In het kort komt zijn mening dus op het volgende neer: de integratie van Europa moet lopen zoals wij willen, anders komt er oorlog met de Bondsrepubliek”.

Uit zijn kritiek blijkt onbegrip voor de historische poging om het herenigde Duitsland op te laten gaan in een zich verenigend Europa, dat momenteel door en door onzeker is. Tegelijk leggen Kohls woorden een zware last op de Europese integratie, die door Bolkestein terecht niet zonder meer voor lief wordt genomen. Men zou kunnen zeggen dat het 'oorlog of vrede' van Kohl een chantage is met goede bedoelingen.

Dat zijn bedoelingen in beginsel onderschreven kunnen worden, daarover hoeft geen misverstand te bestaan, ook al zijn er vele onbekende grootheden in de Europese vergelijking van Kohl. Wat hij wil is het verenigde Duitsland 'onomkeerbaar' in Europa vervlechten. “Het is een vitaal nationaal belang van Duitsland dat al zijn buren deel uitmaken van de Europese Unie”, aldus Kohl.

De achtergrond van dat streven is een wantrouwen in eigen land. Daarbij gaat het niet om een problematisch volkskarakter, dat de Duitsers voortdurend in verleiding zou brengen, maar om de grootte en ligging van het land. Niet bedoelingen, maar omstandigheden maken het land tot een probleem. Veruit de sterkste economie van Europa, het grootste inwoneraantal, de meeste buurlanden (negen in totaal) en een uiterst beladen verleden: ziedaar de ingrediënten die Kohl doen twijfelen aan de duurzame rust in en om zijn land, indien het niet opgaat in een verenigd Europa.

De schrijver Günter Grass ging het verst met dat wantrouwen in eigen land toen hij schreef dat na Auschwitz de Duitsers hun recht op zelfbeschikking hebben verspeeld. Kohl heeft zich juist vereenzelvigd met de eenwording, maar ziet het wel als zijn grote opdracht om de herwonnen soevereiniteit van Duitsland op te laten gaan in Europa. Want een verenigd Duitsland in een los gestructureerd Europa zal vroeger of later weer angsten en frustraties oproepen, die een gewelddadig vervolg kunnen krijgen. Daarbij denkt hij aan een terugval in de klassieke machtspolitiek die tot de Eerste Wereldoorlog heeft geleid en niet zozeer aan een wederkeer van het moderne totalitarisme, dat de Tweede Wereldoorlog tot gevolg had.

Kohl probeert dus ook met het oog van een buitenstaander naar zijn land te kijken. Deze historisch verantwoorde, maar ietwat gespleten blik op het eigen land kon men ook herkennen op de tweede Duits-Nederlandse conferentie die de afgelopen week plaatsvond in Vaals. Een vijftigtal diplomaten, politici en wetenschappers wisselde daar van gedachten en het meningsverschil bleek gering.

Over het geheel genomen werd dezelfde taal gesproken. Dat komt omdat Nederland te klein en Duitsland te groot is voor het bedrijven van openlijke machtspolitiek. Deze samenloop heeft iets merkwaardigs: de Duitse deelnemers zijn voortdurend doende om hun land te relativeren - Zwitserland is hun ideaal en men begrijpt waarom - terwijl de Nederlandse deelnemers het liefst hun land iets gewichtiger zouden willen maken. Tijdens de bijeenkomst werd door Duitse deelnemers herhaaldelijk de lof gezongen van de belangrijke rol van kleine landen in Europa. En ach, eigenlijk doen die machtsverschillen in een Europa dat 'postnationaal' is er niet meer toe. “Wir verstehen uns fast perfekt”, zei een Duitse staatssecretaris.

Het Europa van na 1989 vormt een groot probleem, maar is ver verwijderd van de zorgen van de gemiddelde burger. Kohl probeert met zware woorden die afstand te overbruggen. En daar beginnen de onvermijdelijke problemen. Duitsland zet zijn volle historische gewicht achter het doel van Europese integratie, waardoor tegenspraak moeilijk wordt. Zoals iedereen weet kan schuldgevoel heel dwingend zijn. De diplomaten en politici die men in Vaals kon spreken zijn zo vervuld van hun missie, dat aarzelingen over bijvoorbeeld de monetaire unie in een gesprek werden bejegend met de opmerking: “Wij gaan door”. Er staat immers te veel op het spel.

Door het wantrouwen in eigen land te verwoorden, wil Kohl vertrouwen bij de buren wekken. Maar het is een formulering die niet geruststelt, en uitnodigt tot paniekerige reacties, mocht de gang naar verdere integratie weer eens tegenzitten. De dwang om na 1989 grote politiek te bedrijven, heeft in de symboliek van Kohl een overspannen uitdrukking gevonden.

Weinigen zullen het doel van een aaneensluiting van de Europese democratieën, zodat oorlog ondenkbaar wordt, verwerpen. Maar de middelen die daarbij ten dienste staan zijn omstreden. Is de monetaire unie zoals die nu is voorzien, behulpzaam bij de eenwording of juist een uitnodiging tot verdeeldheid? Door doel en middelen van de Europese politiek van Duitsland zozeer te vereenzelvigen wordt het debat sterk verengd. Dat is in een meer algemene zin het probleem bij elke polemiek over Europa: de Europese Unie is een doel in zichzelf en een middel tegelijk.

Van Mierlo vroeg in Vaals met klem aandacht voor de mogelijke onbedoelde gevolgen van de monetaire unie. Waarschijnlijk zullen niet meer dan vijf of zes landen aanvankelijk voldoen aan de criteria voor toetreding. Dat zijn allemaal Noord-Westeuropese landen. Hoe kan voorkomen worden dat de monetaire unie tot een verdere Noord-Zuid deling in de Europese Unie leidt?

Met zijn 'oorlog of vrede' munt Kohl de geschiedenis om tot een macht en verkleint zo de ruimte om vragen te stellen over de poging tot zelfrelativering van Duitsland. In Vaals werd bijvoorbeeld de groeiende weerstand in Duitsland over het opgeven van de D-Mark weggeredeneerd. “De burgers begrijpen nog niet wat de Europese integratie betekent”. Maar dat onbegrip kan geen argument zijn, er staat immers zo veel op het spel. De Duitse politieke elite wil zich niet van de wijs laten brengen door “opwellingen van nationalisme” of “ouderwetse machtspolitiek”. De massieve woorden van Kohl zijn ook bedoeld om de weerstand in eigen land te trotseren. Dat ziet Bolkestein over het hoofd.

De realiteit is dat de centrale vragen van dit moment - de economische en monetaire unie, de plaats van het verenigde Duitsland, de uitbreiding van de Europese Unie naar het Oosten, en de relatie met Rusland - zoveel onzekerheid met zich meebrengen, dat zeer onduidelijk is hoe de Europese Unie er over vijf jaar uit zal zien. Het kernwoord 'onomkeerbaar' is hooguit een bezwering van een onzekere toekomst uit naam van een geschiedenis die men maar al te goed kent. Het is een vicieuze cirkel: hoe harder regeringen van de daken roepen het verleden definitief te willen overwinnen, hoe sterker ze de angst voor een terugkeer van dat verleden aanspreken.

In het onzekere deel van Europa dat wordt gevormd door Duitsland, Oost-Midden-Europa en Rusland is deze historisering van de politiek een veelvoorkomend verschijnsel. Ook de Polen bepleiten een snelle opname in de NAVO met een verwijzing naar het verleden, waarin het land vijf maal werd opgedeeld door de machtige buurlanden. Anderen zeggen dat integratie van de Midden-Europese landen in de Europese Unie van zo'n belang is om te voorkomen dat in deze zone tussen Duitsland en Rusland opnieuw oorlog uitbreekt. De regio die de Britse historicus Seton Watson het 'zieke hart van Europa' noemde bleek immers tweemaal eerder deze eeuw het kruitvat van een wereldoorlog te zijn.

Tegenover deze aandrang om alle buurlanden van Duitsland in de Europese Unie op te nemen, staat de druk van Rusland om Midden-Europa juist niet geheel en al in het Westen te integreren. Jeltsin dreigt het Westen met chaos in eigen land of een overwinning door nationalistische krachten, indien de NAVO haar uitbreiding naar het Oosten zou doorzetten. Hij wijst op de veiligheidspolitieke risico's van een nieuwe scheidslijn in het Oosten.

Enigszins vergelijkbaar werd Gorbatsjov aanvankelijk niet moe om te benadrukken dat het opnemen van het verenigde Duitsland in de NAVO een generaal in het Kremlin zou opleveren. Daarin had hij overigens niet geheel ongelijk, want binnen een jaar na de hereniging werd een poging tot staatsgreep ondernomen die mede gevoed was door het machtsverval dat het verlies van de DDR met zich meebracht.

Veelvuldig wordt dus een problematische geschiedenis en de onbeheersbaarheid van het eigen land gebruikt als machtsmiddel. Toch is er een kwalitatief verschil tussen de doelen die in Polen en Duitsland worden nagestreefd en de doelen die in Rusland momenteel de toon zetten. Jeltsin bedrijft chantage met slechte bedoelingen. De Russische president wil het veiligheidsvacuüm laten voortbestaan in Midden-Europa en opnieuw zijn macht doen gelden in deze regio, terwijl de politiek van Duitsland en andere Midden-Europese landen er juist één is van integratie en machtsspreiding. In de optiek van de Duitse diplomatie is de Europese eenwording een kwestie van 'nu of nooit', in het diplomaten-jargon ook wel een window of opportunity genoemd. Nu zijn er historische kansen op de eenwording van Europa, die straks vergeven zijn. Wat de Europese Unie zich vroeger nog kon permitteren - lange perioden van stilstand - is na 1989 niet meer denkbaar. Nieuwe landen staan voor de poort te dringen en de Unie moet zichzelf hervormeren wil deze uitbreiding niet tot een hopeloze chaos leiden. Daarom zoekt Kohl naar dramatische woorden om de integratie niet te laten verzanden in een eindeloze discussie. 'Europa maken' is een massieve oefening in politieke wilsvorming, die maar moeilijk onafhankelijke meningsvorming verdraagt.

Kohl voegt daar nog eens aan toe dat zijn generatie, die zich vanwege de directe oorlogservaring nog verplicht voelt tot terughoudendheid, vol in Europa als toekomst van Duitsland gelooft. Nieuwe generaties zouden minder doordrongen zijn van deze noodzaak, zodat er nu zaken met Duitsland moeten worden gedaan. Al zijn historische overwegingen leiden - niet geheel belangeloos - naar het huidige Bonn en meer in het bijzonder naar de huidige bondskanselier.

Geschiedenis wordt op de tast gemaakt. Het zou lichtvaardig zijn om de waarschuwingen van Kohl te negeren of de integriteit ervan in twijfel te trekken. Toch nodigt deze symboliek van oorlog en vrede, gezien de reacties, niet echt uit tot samenwerking in Europa. Zolang de staten van de Europese Unie redelijk stabiele democratieën zijn is de kans op oorlog erg klein. De discussie over de middelen van Europese eenwording moet dan ook worden bevrijd van deze te zware historische last. Daarin heeft Bolkestein gelijk.

De zwakte van zijn kritiek is dat hij zich niet realiseert hoezeer Duitsland door zijn buurlanden in een double bind is gevangen. Wat het land ook doet, het is nooit goed. Nadruk op de herwonnen soevereiniteit van Duitsland zou in Europa nog veel meer kritiek oogsten, dan de aandrang om Europa te verenigen, die Kohl met zijn 'oorlog of vrede' op de spits heeft willen drijven. Wil men Duitsland helpen om zich uit de schaduw van de oorlog los te maken, dan moeten de buurlanden zich veel bewuster zijn van eigen dubbelzinnigheden. 'Europa maken' betekent de machtsverschillen tussen grotere en kleinere landen erkennen en een plaats geven in de Europese Unie.

Op den duur is “de nobele vijandschap tegen zichzelf” die de Duitse filosoof Sloterdijk in zijn land meent te herkennen, niet vol te houden. Wil het verenigde Duitsland een stabiele plaats vinden in een Europa, dat nog lange tijd in een halfslachtige fase van de integratie zal verkeren, dan zal het er allereerst in moeten slagen een plaats in de eigen, nationale geschiedenis te verwerven. Daarbij kunnen de omringende landen een belangrijke rol spelen. Ook Nederland, door bijvoorbeeld tijdens de herdenkingen op 4 en 5 mei dit jaar een plaats in te ruimen voor Duitse deelnemers.

Duitsland heeft zich ten doel gesteld zijn eigen macht te spreiden in een verenigd Europa. De missie om de democratieën in Europa “voorgoed” aaneen te binden duldt geen al te uitvoerige debatten meer. Duitsland is veroordeeld om nu te leiden, teneinde nooit meer te kunnen heersen; het moet al zijn gewicht in de schaal werpen, om lichter verder te kunnen gaan. 'Nu of nooit', het is onvermijdelijk een dubbelzinnige oproep, die Kohl aan de burgers en regeringen van de buurlanden richt. 'Europa maken' is het gewicht van het Duitse engagement benutten, zonder er onder bedolven te raken. Gemakkelijker is het niet.