Het beest getemd

De computer Deep Blue kan heel sterk schaken. Er zijn tientallen miljoenen mensen die geregeld schaken.

Bijna allemaal zouden ze kansloos tegen hem verliezen. Hoeveel mensen zouden nu nog een match over tien partijen van Deep Blue winnen? Duizend is waarschijnlijk te hoog geschat. Ik heb het idee dat ik zelf van Deep Blue zou winnen, maar het kan best dat ik met mijn oordeel over mijn eigen schaakkracht nog in een rozig verleden leef. Als ik naar de wereldranglijst kijk, zou ik het de mensen die bij me in de buurt staan niet goed toevertrouwen. Goed, honderd mensen winnen op het ogenblik een match tegen Deep Blue. Dat is in ieder geval laag geschat.

Het algemene publiek dat vorige week de match tussen Kasparov en Deep Blue volgde zal een heel andere indruk hebben gekregen. De indruk dat de computer al zo sterk is als de beste mensen, dat alleen Kasparov er nu nog wel van winnen kan, maar dat het in de revanchematch die op stapel staat al weer anders zal zijn. Hier heeft de waarheid weinig kans meer, schreef ik maandag. Ik hoefde maar een dag te wachten en het werd nog eens bevestigd door een hoofdartikel in deze krant. Het was een beschouwing over het grote belang van computers in de moderne maatschappij. Wie daar nog niet van overtuigd was, zal het nu zeker zijn. Maar weer werd de indruk gewekt dat Deep Blue al bijna wereldkampioen is en in ieder geval een serieuze tegenstander van Kasparov. Kasparov zegt dat zelf ook, maar hij weet dat het niet waar is.

Er wordt verteld dat IBM in de jaren zeventig een medewerker had, Samuel genaamd, die een programma had gemaakt dat checkers speelde, Amerikaans dammen. Het was niet gemaakt om aan wedstrijden mee te doen, maar om nieuwgebouwde computers te testen. Niettemin won het programma van bijna iedereen die er tegen speelde. Triomf voor de vindingrijkheid van de programmeurs van IBM, zou je denken. Maar de bazen van Samuel dachten er anders over. Ze gaven hem de opdracht om het een beetje stil te houden. Als een journalist er toch naar vroeg, moest hij doen alsof het damprogramma niet veel voorstelde. Men was bang dat er bij het grote publiek een irrationele angst voor de computer zou ontstaan, als bleek dat die beter kon dammen dan de meeste mensen. Ik weet niet of dit verhaal waar is. In ieder geval is het nu heel anders. Het publiek is niet bang meer voor de superioriteit van de computer, het verwacht niet anders.

Nu schrijft IBM op zijn Internetpagina dat het een algemeen aanvaarde waarheid is dat slechts weinig schakers een confrontatie met Deep Blue aan zouden kunnen gaan. Geen woord aan gelogen. Honderd schakers is inderdaad weinig. Maar het zal zeker de bedoeling zijn geweest dat het anders opgevat werd en dat men zou denken dat 'weinig' betekende: een, twee of hoogstens drie. Zo is het ook opgevat.

Het is niet zo belangrijk. In 1977 schreef ik in het tijdschrift Schaakbulletin: “Gezien de opmerkelijke vorderingen van de laatste jaren lijkt het me realistisch te veronderstellen dat binnen een jaar of vijftien een computerprogramma de wereldkampioen kan verslaan.“ Ik vergiste me, zoals het gaat met dat soort voorspellingen. Ach, zal het niet 1992 zijn maar 2002. De vorderingen zijn nog steeds opmerkelijk. Wat doet het er eigenlijk toe dat in de berichtgeving voor en door leken alvast een voorschot wordt genomen op de toekomst?

Het ergert me, dat is zeker. In zeker opzicht is de match tussen Kasparov en Deep Blue wel belangrijk. Hij laat zien hoe makkelijk de media over de hele wereld er toe gebracht kunnen worden om eenstemming de onjuistheden te roepen die door hun lezers en kijkers worden verwacht. Hier en daar op de wereld, in kranten, nooit op de televisie, zullen schaakdeskundigen in hun hobbyhoekjes proberen uit te leggen dat het anders zit, maar tot de buitenwereld dringt hun stem slechts zeer zwak door. Laat ik er bij zeggen dat de wetenschapsmensen die verantwoordelijk zijn voor de technische prestaties van Deep Blue, zich door de jaren heen voorbeeldig objectief hebben uitgelaten. Van hen komt de onzin niet.

Kasparov zei dat de volgende versie van Deep Blue voor hem een interessanter tegenstander was dan welk mens ook. Maandag schreef ik dat men slechts de laatste matchpartij hoefde na te spelen, om in te zien dat dit volstrekte flauwekul is. Hier is die partij. Een schaakpartij tussen mens en computer is als een optreden van een dompteur en een leeuw. Als de dompteur even niet oplet kan het brave tamme beest een verscheurend monster worden. Hier lette de dompteur goed op. Het spel van Deep Blue maakt in deze partij werkelijk een lachwekkend zwakke indruk. Op mij tenminste. Niet om met droge ogen aan te zien, schreef een gevoeliger schaker. Soms is Deep Blue een verscheurend monster, dat is ook waar.

Wit Kasparov-zwart Deep Blue

1. Pg1-f3 d7-d5 2. d2-d4 c7-c6 3. c2-c4 e7-e6 4. Pb1-d2 Pg8-f6 5. e2-e3 c6-c5 6. b2-b3 Pb8-c6 7. Lc1-b2 c5xd4 8. e3xd4 Lf8-e7 9. Ta1-c1 0-0 10. Lf1-d3 Lc8-d7 11. 0-0 Pf6-h5 Begin van een zinloze reis van een goed naar een slecht veld. 12. Tf1-e1 Ph5-f4 13. Ld3-b1 Le7-d6 14. g2-g3 Pf4-g6 15. Pf3-e5 Ta8-c8 16. Pe5xd7 Praktisch gezien zeer sterk, een soort verzekering tegen ongewenste complicaties door plotselinge opening van de stelling. Nu zwart een loper kwijt is, is hij in een open stelling objectief in het nadeel. Maar als hij de stelling gesloten houdt is hij, als computer, hulpeloos. 16...Dd8xd7 17. Pd2-f3 Ld6-b4 18. Te1-e3 Tf8-d8 19. h2-h4 Pg6-e7 20. a2-a3 Hier of op een van de volgende zetten kon wit het klassieke loperoffer Lxh7+ brengen. Niet verstandig tegen een computer, behalve als het duidelijk tot winst zou leiden. Deep Blue beoordeelde de stelling na 20. Lxh7+ als remise. Zou heel goed waar kunnen zijn, in zo'n stelling is de computer op zijn best. 20...Lb4-a5 21. b3-b4 La5-c7 22. c4-c5 Td8-e8 23. Dd1-d3 g7-g6 24. Te3-e2 Wit heeft voordeel op beide vleugels, de zwarte koningsstelling mist een zwartveldige loper als verdediger. Wit staat strategisch gewonnen, maar dat staan mensen tegen computers heel vaak. Eén moment van menselijke onoplettendheid en de tamme computer kan opeens een ontketend monster worden. 24...Pe7-f5 25. Lb2-c3 h7-h5 26. b4-b5 Pc6-e7 27. Lc3-d2 Kg8-g7 28. a3-a4 Tc8-a8 Wat wil zwart hiermee? 29...a7-a6 waarschijnlijk. 29. a4-a5 a7-a6 Inderdaad. De gevolgen zijn vreselijk. 30. b5-b6 Lc7-b8 Een kras staaltje. De loper kan nu geen zet meer doen en als de loper niet speelt kan ook de toren op a8 niet meer zetten. In feite speelt zwart met twee stukken minder. 31. Lb1-c2 Pe7-c6 32. Lc2-a4 Te8-e7 33. Ld2-c3 Pc6-e5 34. d4xe5 Dd7xa4 Zwart staat totaal hopeloos. Het schijnt dat Deep Blue in deze fase de stelling nog als gelijk beschouwde en dat zijn ongeveer even sterke collega Fritz 4 zelfs licht de voorkeur gaf aan zwart, vanwege de 'goede loper'. 35. Pf3-d4 Pf5xd4 36. Dd3xd4 Da4-d7 37. Lc3-d2 Te7-e8 38. Ld2-g5 Te8-c8 39. Lg5-f6+ Kg7-h7 40. c5-c6 b7xc6 41. Dd4-c5 Kh7-h6 42. Te2-b2 Dd7-b7 Nu kan ook de dame niet meer spelen. 43. Tb2-b4

Behalve de koning kan geen enkel zwart stuk meer spelen en wit staat klaar om met 44. g4 een mataanval te beginnen. Zwart (dat wil zeggen het menselijke begeleidingsteam van Deep Blue) gaf de partij op. De slotstelling zou eigenlijk ingelijst moeten worden en opgehangen in de werkkamer van professor Van den Herik.