Grappig door een wezenlijke woede

Voorstelling: Krang, door André Manuel. Gezien: 22/2 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 2/3; tournee t/m 24/5.

Zijn engagement is amusement geworden, zegt André Manuel aan het slot van zijn vierde avondvullende theaterprogramma. Hij maakt die opmerking op ietwat bittere toon, alsof ook hij zich heeft overgegeven aan de lamlendigheid die zijn generatie wordt verweten. Het is de houding die hij eerder heeft getypeerd door te vertellen van een vriend die best nog wel de barricaden op zou willen - maar denk je dat de overheid ergens barricaden heeft laten bouwen?

André Manuel is een angry young man die zijn grappen stekels geeft. Hij vertelt verhalen en bouwt conférences in ingewikkelde zinnen, die door zijn tongval uit het oosten des lands soms lastig te volgen zijn. Maar het zijn zinnen waarin de taal bokkesprongen maakt, het betoog rijk is aan weerbarstige terzijdes (“mooi hè, ontwikkelingshulp - daar kunnen de Afrikanen nog wat van leren”,) en de betrokkenheid voortdurend door alles heen klinkt. Het gaat, via een doorlopend verhaal over Berlijn na de val van de muur, over vrijheid en over de vraag wat je nog kunt doen als die vrijheid er eenmaal is. Geen bezetting meegemaakt, de jaren zestig gemist - het is intussen een overbekende jammerklacht, maar Manuel geeft er een kwaaie draai aan die doel treft.

“Ik trek m'n eigen grens. Tot hier. En dan verder”, zegt hij ook. Met een tartende blik maakt hij morbide en ronduit smakeloze opmerkingen. Mij doen die vaak onnodig aan, omdat er te makkelijk succes mee valt te oogsten. Maar ze storen me minder dan zou moeten, want hij is tegelijk een cabaretier die zijn kwinkslagen laat voortkomen uit wezenlijke woede en met heel compacte beelden veel kan zeggen. Zelfs over een onderwerp als Joegoslavië, waar de meeste cabaretiers geen woorden voor hebben. André Manuel zegt het in twee zinnen: “In het dorp woonden zes moslims en één Serviër. Toen de oorlog afgelopen was, bleek dat de ene Serviër het had gewonnen.”

    • Henk van Gelder