GPV in verwarring door baltsen RPF

DEN HAAG, 24 FEBR. De leider van de RPF, Van Dijke, heeft grote plannen met een nieuwe christelijke combine bestaande uit zijn eigen partij en het verwante GPV. Hij wil niets liever dan bij de komende verkiezingen uitkomen met een gezamenlijke lijst.

De samenwerking staat vandaag op de agenda van een vergadering van de generale verbondsraad van het GPV.

Het streven van de RPF, onder aanvoering van Van Dijke, zo snel mogelijk samen te gaan met het GPV veroorzaakt de laatste maanden niettemin in toenemende mate frictie tussen de kleine christelijke partijen. Zo heeft GPV-senator Veling zich al expliciet voor verdere samenwerking met de “broeders en zusters” van de RPF uitgesproken. Maar niet iedereen in het GPV ziet daarin heil. De derde en oudste kleine christelijke partij in de Tweede Kamer, de SGP, bekijkt deze ontwikkeling op haar beurt dan ook met argusogen.

Het was SGP-voorman Van der Vlies die gisteren bekendmaakte dat hij vandaag zou zeggen dat hij het samengaan van GPV en RPF “een goede ontwikkeling” vindt. Waarop GPV-fractievoorzitter Schutte zich gedwongen zag daarop meteen afgemeten te reageren. “Van een samengaan met RPF is mij niets bekend. Voor het overige neem ik de mededeling van Van der Vlies voor kennisgeving aan”, aldus Schutte.

Een medewerker van de SGP-fractie vond deze reactie van Schutte vervolgens echter wel heel erg beknopt. “Hij houdt zich van den domme.” Vandaag zou immers het algemeen bestuur van het GPV bijeenkomen om een besluit te nemen over de structurele samenwerking met de RPF. Maar GPV-partijvoorzitter Cnossen zei daarop dat het geenszins zijn bedoeling is vandaag te besluiten in 1996 met één kieslijst uit te komen.

Van Dijke mikt electoraal behalve op de bestaande achterbannen van RPF en GPV ook op voormalige ARP- en CHU-stemmers, en bovendien, zo zei hij gisteren, “op iedereen die zich aangesproken voelt door onze uitgangspunten en manier van politiek bedrijven”. Over het te verwachten zetelaantal wilde hij zich niet precies uitlaten, maar hij is er zeker van dat in dit geval “drie plus twee (de zetelaantallen van respectievelijk RPF en GPV) veel meer is dan vijf”. Mocht de RPF-voorman gelijk krijgen dan zou met name het CDA het slachtoffer kunnen worden van de 'nieuwe' partij.

Pag.3: SGP vreest voor een te zware druk op GPV

Wat het GPV betreft kan er wel nauwer worden samengewerkt met de RPF maar kan van een eventuele verdere organisatorische integratie van de partijen pas sprake zijn na een uitvoerig inhoudelijke discussie. Cnossen: “Die zou moeten gaan over grondslag, politiek handelen en de relatie daartussen. Daarbij zullen zeker verschillen blijken. Die moeten eerst worden overbrugd.” De GPV-voorzitter vindt dat Van Dijke en de RPF veel te snel van stapel lopen.

Dat signaleert ook SGP-voorman Van der Vlies: “Ik heb de indruk dat diverse vooraanstaanden uit beide partijen GPV en RPF de druk zodanig opvoeren dat je moet vrezen dat vooral aan het GPV te weinig tijd gegeven wordt voor dit proces.” Bij de bedoelde partijen wordt die compassie van Van der Vlies meteen doorgeprikt. Een GPV'er denkt dat de SGP-leider voornamelijk de aandacht wil afleiden van de zogeheten “vrouwenkwestie” in zijn eigen partij. De SGP heeft een problematische relatie met dat deel der natie omdat deze partij op grond van de bijbel meent dat vrouwen “het regeerambt niet toekomt”.

RPF-voorman Van Dijke denkt dat Van der Vlies moeilijk met lede ogen kan aanzien dat door een eventueel samengaan van de twee andere partijen zijn eigen partij als onzichtbare splinter achterblijft.

Maar wat is de verklaring voor de ronduit koele houding van Schutte over deze zaak? Puur formeel geredeneerd, denkt Van Dijke, zal Schutte vinden dat deze kwestie hem niet aangaat maar de partijvoorzitter. Van Dijke kan zich niet voorstellen dat Schutte's reactie wordt ingegeven uit weerzin tegen de gedachte in één fractie te zitten onder leiding van: Van Dijke. “Het fractievoorzitterschap vind ik helemaal niet interessant. Eerst moeten we het eens worden over het samengaan,” zegt hij. Maar zijn desinteresse gaat ook weer niet zover dat hij Schutte ziet als de natuurlijke leider van een eventuele gecombineerde GPV/RPF fractie. “Misschien wil Schutte na deze periode wel helemaal niet terugkeren in de Kamer. En bovendien: normaal is het zo bij dit soort fusie-processen dat de grootste fractie de voorzitter levert. En dat zijn wij.”

    • Frank Vermeulen