Eupen en Malmedy vieren carnaval op de tonen van taal en geschiedenis; Koeter-waals op Rosenmontag

Het Waals-Germaanse carnaval in Oost-België is een tableau-vivant van de geschiedenis. De vrijgekochte kantons feesten, op de weg naar grotere autonomie in de Belgische federatie. In het grensgebied van de Europese bufferstaat: heimwee naar Habsburg en bezwaren tegen Bismarck.

Boos kijkt het lieveheersbeest voor zich uit. Zo had hij zich carnaval niet voorgesteld. Als hij rilt, dwarrelt sneeuw van zijn vleugels. Met zijn ouders en honderden andere carnavalgangers kleumt de verklede jongen al ruim een uur op de Werthplatz, in het centrum van het Oostbelgische stadje Eupen. In een hoek van het plein worden forse Belgische paarden voor een huifkar gespannen, terwijl twee kleine verveelde vikingen elkaar met een knuppel te lijf gaan. De ouderen hebben geen last van verveling of kou. Gul gaan flessen Schnaps en Eupener bier van hand tot hand. “Oh la la, du bist eine Pizza”, schalt over hun hoofden. Dan laat de 'Karnevals Polizei' de sirene van zijn Amerikaanse slee loeien.

Een kwartier later dan gepland, zet de stoet zich in beweging: Pippi Langkousen, wafels, piraten en ontdekkingsreizigers. Vanaf de Werthplatz, met het standbeeld voor de soldaten die in 1870 sneuvelden tijdens de Frans-Duitse oorlog, trekken ze door de Aachenerstrasse, over het marktplein met zijn typische Mariensäule, langs de achttiende-eeuwse Sankt Niklauskirche met zijn groenkoperen uien. Gejuich klinkt vanaf de trottoirs en uit de ramen van vakwerkhuizen. Op de kreet 'üOpe' klinkt steevast: 'alaaf!' Langzaam zakt de optocht af naar de benedenstad aan de Weser, om halt te houden bij het 'Prinzen Palast' waar Bruno I tijdelijk regeert.

Wekenlang zijn de inwoners van Eupen in Duitstalig België bezig geweest met de voorbereiding van hun carnaval. “Het hoogtepunt van het jaar”, beaamt een blauwe beer. Het anders zo ingetogen stadje doet zijn best vrolijk te zijn. In een met ballonnen versierde Konditorei verkoopt een jaren-dertig-diva 'Marzipanclowns'. De tapijtwinkel aan de Klötzerbahn heeft zijn etalage gevuld met feestneuzen, kanten onderbroeken en een masker van voormalig NAVO-topman Willy Claes. Her en der aan de gevels zijn oude-vrouwen-poppen bevestigd voor 'Altweiberdonnerstag': de dag waarop vrouwen verkleed door de stad dolen en bij mannen die niet vrijgevig genoeg zijn de das afknippen. Dat was vorige week donderdag. Maar het grootste feest was afgelopen maandag, Rosenmontag, toen meer dan honderd wagens en 'Fussgruppen' door Eupen trokken. Dezelfde dag, in het 35 kilometer zuidelijker Malmedy, heeft geen onstuimige optocht plaats. Wel snelt er af en toe een troepje muzikanten door de straten. Ze lijken net uit een Fellini-film weggelopen: dikke mannen met trommel en als neger verklede trompettisten. Al spelend schieten ze het volgende café in. Op twee plaatsen in het stadje is een podium opgesteld. Hier worden de traditionele rollenspellen, 'deux rôles', opgevoerd door de twee rivaliserende mannenkoren van het Franstalige Malmedy. Zij verhalen en zingen in Waals dialect over wat het afgelopen jaar voorviel. Zo wordt een fortuinlijke stadsgenoot die naar Spanje emigreerde geïmiteerd, tijdens de voorstelling 'Lès Vôtes â souc' (suikerwafels) op het Place de Rome. Voor niet ingewijden is het onbegrijpelijk wat de lachsalvo's opwekt, die klinken vanonder de besneeuwde paraplu's. 'Cèrèmonîe dès-Oscârs' is het thema van de andere groep, die verderop in de Rue Neuve speelt. Vooral Marilyn Monroe met harige benen en een uitgezakte Rocky II hebben hier succes.

In Malmedy heet carnaval 'cwarmê' - een Waals woord dat zou zijn afgeleid van het oud-Franse 'quaresmeaux': de veertigste dag voor Pasen. Eten wordt er niet gekookt tijdens de carnavalsdagen, vertelt ongevraagd een dame, die naar haar zoon in 'Lès Vôtes â souc' kijkt. “We eten alleen nog in het café 'salade russe', een salade met een twintigtal ingrediënten waaronder haring.” In Malmedy kent het carnaval op zondag zijn hoogtepunt, als verklede figuren met traditionele maskers door de stad trekken. Er zijn de bol'djî (dikke bakker), de cwapîs (schoenmaker), de sôte (dwerg), de sâvadje-cayèt (Afrikaanse wilde), longsnés (lange neuzen) en pièrots die sinaasappels en noten uitdelen. “Dit is het enige carnaval waar het publiek niet aan de kant staat en 'alaaf' roept, maar meedoet”, zegt Hubert Rome, directeur van de plaatselijke VVV, trots. “De mensen die verkleed zijn plagen de omstanders. En als die boos worden, des te beter.” Eupen en Malmedy - ze lijken onlosmakelijk verbonden, in één adem uit te spreken, net zoals Elzas-Lotharingen, dat andere grensgebied dat steeds tussen heersers heen en weer werd geslingerd. Zo komt Eupen-Malmedy naar voren uit de geschiedenisles, als een twee-eenheid die de afgelopen tweehonderd jaar vijf keer van nationaliteit veranderde. In 1795 voor het eerst verenigd en ingelijfd door Frankrijk, in 1815 afgestaan aan Pruisen, in 1918 verworven door België, in 1940 veroverd door Hitler en na de Tweede Wereldoorlog weer terug naar België, waar ze samen met het zuidelijker, Duitstalige Sankt Vith de Oostkantons vormden of 'les cantons rédimés': de vrijgekochte kantons.

Ondanks tweehonderd jaar gemeenschappelijke geschiedenis, zijn Eupen en Malmedy zeer verschillend - niet in de laatste plaats omdat in de ene stad Duits wordt gesproken en in de andere Frans of Waals. Terwijl in Eupen de cafés 'Alter Ratskeller' heten of 'Zum Treffpunkt', dragen ze in Malmedy namen als 'Chez Joske' of 'Â dî Mâm'di'. Het cultuurverschil blijkt ook uit de folklore. Eupen organiseert in augustus een 'Tirolerfest' met 'Jugendball' en 'Tiroler Heimatabend'. Malmedy viert op 30 april 'la nuit de mai', een nacht waarin ongehuwde jongens onder het raam van hun geliefde gaan zingen - in het Waals dialect. Het verschil tussen de twee buurstadjes blijkt vooral met carnaval. Terwijl het Eupener carnaval is geënt op tradities uit het Rijnland, heeft het cwarmê van Malmedy Waalse wortels. Hier vind je geen prins, maar een Troûv'lê, in scharlaken pak met witte sjerp om zijn middel. “In Malmedy hebben ze een andere mentaliteit”, stelt de blauwe beer uit Eupen. “Zij zijn Waals, wij meer Germaans.”

Hoe heeft die verscheidenheid kunnen voortduren tussen twee steden die toch tweehonderd jaar door de geschiedenis werden verbonden? “Slèchts tweehonderd jaar”, verbetert VVV-directeur Rome, in zijn kantoor in de voormalig middeleeuwse abdij van Malmedy. “De laatste eeuwen hebben Eupen en Malmedy een gemeenschappelijke geschiedenis, daarvoor gingen ze hun eigen weg.” Enthousiast begint hij een uiteenzetting over het ontstaan van Malmedy in de zevende eeuw, toen de benedictijn Remaclus naar de streek kwam om deze te kerstenen en er een abdij stichtte. Vorst-abten regeerden autonoom over het gebied, tot het in 1795 werd ingelijfd bij Frankrijk.

De geschiedenis heeft zijn sporen achtergelaten in het ruim zesduizend inwoners tellende Malmedy. Vóór de abdij, waar in de middeleeuwen het epos van de vier heemskinderen zou zijn geschreven, pronkt een gedenkteken waarop de gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog worden vermeld. Aan de andere kant van de voormalige abdijkerk, waarin onder andere een reliekschrijn van de heilige Quirijn die de stad bevrijdde van een draak, staat nog een monument met de namen van inwoners die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven lieten. Het stadje werd eind 1944 per vergissing drie keer gebombardeerd door de geallieerden.

Malmedy (Mâm'dî) dat tussen de twee Duitstalige kantons Eupen en Sankt Vith in ligt, is Waalser dan de Walen. Ondanks verwoede pogingen tot verduitsing, eind vorige eeuw tijdens de Pruisische overheersing, zijn de inwoners altijd Frans en Waals blijven spreken. “In een reactie tegen de Kulturkampf van Bismarck werd in 1898 de Royal Club Wallon opgericht”, vertelt Rome. “Een literaire vereniging die zich nog altijd inzet voor het Waals.” Het is deze club die overal in Malmedy boven de officiële, Franstalige straatnaamborden, extra borden plaatste met een Waalse vertaling. Het centrale plein, Place Albert Ier, heet 'So l'martchî'. De straat Derrière les murs, 'Podrî les mours'.

Het Duitstalige Eupen (17.000 inwoners) is minder oud dan Malmedy. Het wordt in 1213 voor het eerst vermeld. Terwijl Malmedy met het naburige Stavelot eeuwenlang een zelfstandig vorstendom vormde, behoorde Eupen sinds de dertiende eeuw tot het graafschap Limburg, dat op zijn beurt viel onder respectievelijk Brabant, Bourgondië, Oostenrijk, Spanje en weer Oostenrijk. De stad kende zijn bloeitijd in de achttiende eeuw. “Aan die tijd hebben we goede herinneringen”, zegt Hainz Godesar, journalist bij de enige Duitstalige krant van België, Grenz Echo, en voorzitter van de achthonderd leden tellende Eupener geschiedenisvereniging. In de achttiende eeuw, vertelt Godesar, kende de stad een florerende lakenindustrie, waarvan de patriciërshuizen nu nog getuigen. De Grenz Echo is bijvoorbeeld gehuisvest in zo'n herenhuis, dat gebouwd werd door lakenfabrikant Ackens. Ook de regering van de Duitstalige gemeenschap heeft zijn onderdak in een statig huis van lakenfabrikant De Grand Ry. Tweehonderd jaar gezamenlijke geschiedenis heeft Eupen en Malmedy niet cultureel kunnen verenigen. De laatste tijd drijft de federalisering van België hen ook bestuurlijk uiteen. Eupen is de hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap, die ook het kanton Sankt Vith omvat, en die steeds meer bevoegdheden krijgt. Terwijl Eupen zo autonomer wordt, valt Malmedy onder de Franstalige gemeenschap, net als de rest van Wallonië. Driekwart eeuw geleden werden de Oostkantons samen Belgisch, tegenwoordig zijn de duitstaligen niet langer staatkundig verbonden met hun Franstalige lotgenoten uit Malmedy. Langzaam glijden de Franstaligen uit de Oostkantons weg.

Dat proces begon al met het vastleggen van de taalgrenzen in België, in 1962. Sindsdien vormen Eupen en Sankt Vith officieel het Duitse taalgebied, dat tegenwoordig zo'n 69.000 bewoners omvat. Het 'derde België' wordt de Duitstalige gemeenschap genoemd, naast het Franstalige en het Nederlangstalige België. De Duitstalige Belgen lezen niet alleen sinds 1927 hun eigen krant, de Belgisch-gezinde Grenz Echo, ze hebben ook een eigen omroep, de Belgische Rundfunk (BRF). Sinds 1984 heeft het Duitse taalgebied bovendien een rechstreeks gekozen parlement en een driekoppige regering, bevoegd voor onderwijs, cultuur en maatschappelijk welzijn. Ook toerisme, monumenten en landschappen vallen inmiddels onder de bevoegdheid van de gemeenschapsregering, en er wordt onderhandeld over nog meer autonomie. “Voor de komende regeerperiode is het doel zeggenschap over arbeidsbemiddeling, ruimtelijke ordening en voogdij over de gemeenten”, somt Joseph Maraite op, de bedachtzame, perfect drietalige minister-president.

Het Duitse taalgebied wordt steeds meer een gewest, zoals het Vlaamse, Waalse en het Brussels hoofdstedelijk gewest. Worden Eupen en Sankt Vith inderdaad het vierde gewest van België? Premier Maraite schudt het hoofd. “We gaan stap voor stap. Eerst moeten we ruimtelijke ordening, gemeenten en arbeidsbemiddeling verwerven, daarna zullen we zien. We moeten niet in een situatie belanden waarin we voor iedere inwoner een ambtenaar hebben.” Een ministerie van verkeer, bijvoorbeeld, voor de 24 kilometer autosnelweg die de gemeenschap telt, noemt Maraite “idioot”. “Je moet ook kijken hoe lang autonomie betaalbaar blijft.” De Duitstalige gemeenschap is voor zijn inkomsten grotendeels afhankelijk van de federale regering, daarnaast komt er jaarlijkse 164 miljoen frank (9 miljoen gulden) binnen aan kijk- en luistergeld.

De 'Ostbelgiers' zijn minder werkloos, vaker katholiek en royalistischer dan de overige Belgen. Die koningsgezindheid is één van de redenen waarom ze niet denken aan afscheiden. Separatistische sentimenten zijn vreemd aan de Duitstaligen, die met trots de bijnaam “de laatste Belgen” dragen. Hier hebben ze geen last van taalstrijd of van overdreven drang tot profileren. In tegenstelling tot Vlamingen en Walen laten de Duitstaligen bijvoorbeeld hun feestdag samenvallen met de nationale feestdag op 15 november, de dag van de dynastie. “Onze naam is 'Belg', onze voornaam Duitstalig”, stelt Maraite. “We zijn Duitstalige Belgen, geen Belgische Duitsers”, zegt ook historicus Godesar. “We houden van die mengeling van Germaanse wortels en de Belgische, wat lossere levensaard.” Als de 'Ostbelgiers' zich al bij een ander land zouden aansluiten, zou het volgens Godesar niet bij Duitsland zijn. “Duitsers zijn ons te direct.” Eupenaren, zegt Godesar nog eens, hebben de beste herinneringen aan de achttiende eeuw, de tijd van Maria Theresia. “Nog ieder jaar wordt hier een mis opgevoerd voor de Oostenrijkse Habsburgers. Als we ons ergens bij willen aansluiten, dan is het Oostenrijk.”