EEN WERELDBURGER UIT WINSCHOTEN

Als middenvelder stond hij bekend stond om zijn intelligente spel, zijn functionele techniek en zijn verwoestende schot. Als trainer predikt hij emotioneel spel met een vleugje franje. Arie Haan (47) is een pragmaticus, iemand die met alle winden meewaait, zeggen zijn vele critici. “Een verliezer is meestal populairder dan een winnaar”, aldus de coach die Feyenoord heel langzaam uit een dal laat klimmen.

Zijn voorganger was een Zeeuwse volksjongen die in Utrecht opgroeide en in Rotterdam beroemd werd. Willem van Hanegem kon een potje breken bij Feyenoord, voordat hij afgelopen najaar werd ontslagen. De nieuwe trainer is een wereldburger, met zijn sjieke kostuums en zijn voorbeeldige talenkennis. Affiniteit met Rotterdam had hij nauwelijks, toen hij vier maanden geleden een tweejarig contract tekende.

“Ik ben tien kilometer van de Duitse grens opgevoed. In Winschoten had je twee clubs: WVV en Bato. Mijn vader zat in het bestuur van Bato, de arbeidersclub. WVV had meer standing. Omdat mijn vriendjes daar gingen spelen werd ik daar ook lid. Thuis waren ze voor Feyenoord, maar op het moment dat Ajax mij contracteerde was iedereen voor Ajax.”

Zijn naam klinkt erg Nederlands. Zijn faam als trainer verwierf Arie Haan in het buitenland. Hij voelt zich meer een Europeaan dan een Nederlander. “Toch liggen mijn roots in Nederland. En ik ben trots op het Nederlandse voetbal. Hier heb je een voetbalcultuur die prachtig is, die je in andere kleine landen als Griekenland of Zwitserland niet hebt. Voor Feyenoord wilde ik veel opzij zetten. Het is een schitterende club. De laatste jaren was het voor mij een onbeschreven blad, zodat je een beetje in het diepe springt. Maar je weet wel waar je springt. Je hebt een hoop dingetjes gehoord die je als trainer moet gaan toetsen.

“Heel langzaam staat er iets waar je op kunt terugvallen. Op dit moment wordt er goed getraind. Er is een hele positieve manier van denken. We hebben al een hele tijd niet mee verloren. Zolang je niet verliest kun je in alle rust naar iets toewerken. Zo niet, dan krijg je een hoop over je heen. We hoeven niet elke keer te winnen, als je maar derde wordt en Europees voetbal haalt is er niks aan de hand. Daarom hoeven we morgen ook niet per se van PSV te winnen.”

Haan merkte dat de discipline bij de Feyenoorders ver te zoeken was. Groepsvorming en openlijke ruzies bedierven het spelplezier. Om de sfeer te verbeteren verwijderde hij de gepasseerde basisspelers Blinker en Witschge uit de selectie. Na een kort geding mogen de twee rotte appels inmiddels weer meetrainen, zonder dat ze overigens op een kans hoeven te rekenen.

“Als je iemand op de bank zet, geeft dat nog steeds enorm veel problemen. Daarom neem ik een beetje afstand. De acceptatie is al ietsje beter geworden, maar nog niet goed genoeg. Ik kan nog geen diepe dialogen met de spelers aangaan. Bij andere clubs stond ik dichterbij de spelers, bij Feyenoord kan dat nog niet.”

Over het mindere spel kan hij zich dit seizoen nog niet erg druk maken, maar Haan beseft dat het Rotterdamse legioen de laatste jaren niet verwend is. “Ik proef een bepaalde sfeer rond het stadion. De mensen willen wel eens wat zien. Winnen is niet genoeg. De toeschouwers zijn niet geïnteresseerd of je nu met een diepe of juist een vallende spits speelt. Ik wil emotie in het spel, ik wil dat er iets gebeurt in het stadion, dat de mensen oeh en ah kunnen roepen.

“De cultuur van de club moet behouden blijven. De mensen die hier op de tribune zitten zijn allemaal harde werkers. Dan kun je geen spelers hebben die de kantjes eraf lopen. Voor het frivole komt de Rotterdammer niet naar het stadion. Als wij van een 2-0 achterstand terugkomen, roepen de supporters dat we de mouwen hebben opgestroopt. Als Ajax hetzelfde overkomt, zeggen ze dat er pressie is gespeeld. Zie je het verschil?”

Haan heeft duidelijk moeite met de kritiek die zijn voorzichtige beleid ten deel bevalt. “Het stoort mij als meneer Kraay bij Studio Sport een wedstrijdanalyse geeft zonder dat hij met een trainer heeft gesproken of een training heeft bekeken. Alles heeft met elkaar te maken. Als Kraay zegt dat ik geen man ben van 4-3-3, dan weet hij niks van mijn voetbalverleden. Bij Anderlecht heb ik niet anders gedaan.

“Ik ben bij Ajax groot geworden met drie spitsen, maar ik heb te veel gezien en meegemaakt om te beseffen dat er meer te koop is. Het hangt af van het spelersmateriaal. Van daaruit kun je langzaam dingen ontwikkelen. Sla de geschiedenis er maar op na. Alleen in Nederland voetballen we met drie spitsen. En wij zijn zo eigenwijs om te beweren dat we het voetbal hebben uitgevonden.

“Drie spitsen zijn niet heilig. Ik heb niks met Ajax te maken. Omdat ze de laatste twee jaar nu toevallig succes hebben? Wat hebben ze daarvoor gedaan? Ook niks. Al het succes is incidenteel, het zijn momentopnames. Je hebt de laatste maanden gezien hoe broos het systeem van Ajax kan zijn. Als iedereen optimaal speelt is het perfect. Als er een paar wegvallen krijg je problemen. Een systeem is een kapstok. Als je in moeilijkheden komt moet je op iets kunnen terugvallen, exact weten waar je moet gaan lopen. Voor mij is het systeem geen doel, maar een middel om tot iets te komen. In de jaren vijftig had je het Hongaarse sterrenteam, dat was fantastisch om te zien. Maar de Hongaren hadden als doel om de bal in de ploeg te houden. Dat vind ik geen voetbal.”

Sinds Haan de scepter zwaait is de Rotterdamse botte bijl achterwege gebleven. Het spel van Feyenoord oogt nog steriel en weinig sprankelend, de spijkerharde tackles behoren tot het verleden. “Feyenoord is synoniem voor kracht en hardheid, maar ik vind het van belang dat het niet gemeen wordt. Ik heb niks aan gele en rode kaarten. Scheidsrechters praten met elkaar over spelers en trainers die zich hebben misdragen. Op den duur ondervind je alleen maar nadelen van gemeen spel.

“Uiteindelijk schaad je toch het elftal. Ik heb niks aan iemand die om de wedstrijd geschorst wordt. Je moet het voetbal in het licht van de sport blijven zien. Als een tegenstander alleen doorbreekt, hoef je hem geen doodschop te geven maar je kunt er wel voor zorgen dat hij niet scoort. Anders ben jij als speler de volgende keer de klos. Puur professioneel denken, noemen ze dat. Wat moet je anders? Als je niks doet ben je uitgeschakeld. Als Winter tegen Wit-Rusland die ene spits niet tegenhoudt, praat niemand meer over het EK.

“De belangen zijn heel groot. Dat heb je donderdag nog met de vergadering over het sportkanaal kunnen zien. Bestuurders die een paar weken geleden nog op een lijn zaten, vliegen elkaar nu in de haren. Geld maakt een hoop los bij de mensen. Als een speler met een overtreding over drie miljoen kan beslissen, hoeft hij niet lang te twijfelen om een aanvaller aan zijn shirtje te trekken.

“Ik zal ook nooit kritiek hebben op een speler die er keihard ingaat om een bal te pakken, zelfs als hij toevallig iemand raakt. Maar een rancuneuze speler die iemand terugpakt omdat hij even daarvoor zelf is geraakt, daar kan ik absoluut niet tegen. Als je te laat bent, ben je te laat. Je moet niet reageren maar ageren in het voetbal.

“Feyenoord is altijd geassocieerd met hardheid. Bij Feyenoord is het mouwen opstropen, in de handen spugen. Ajax is het frivole, künstliche. Ik houd van technische hoogstandjes. Zelf kon ik alles met een bal, maar ik kon ook heel diep gaan. Dat leerde je van Michels. Hij wilde geen schoonheid, hij wilde realisme, rationalisme.

“Een bal tussen de benen doorspelen kon bij Michels niet. Dan stuurde hij je zo naar de kleedkamer. Als je een 'ziekenhuisbal' naar een ploeggenoot speelde, werd Michels echt bloedlink. Vooral als de medespeler geblesseerd raakte door de pass van jou. Hij keek naar de speler die de meeste fouten maakte, gewoon turven en tellen. Aan het eind van de reis telde hij op en trok hij zijn conclusies.”

Haan heeft als speler bij Ajax veel van zijn trainer Michels geleerd, hoewel hij diens hang naar discipline nooit heeft overgenomen. Hij regeert met zachte hand, hij sluit compromissen. Maar uiteindelijk beslist de trainer. De onderwijzer uit Winschoten is overtuigd van zijn gelijk. Het maakt hem niet overal geliefd.

Als jonge Ajacied kwam hij uit voor zijn mening, die overigens nog wel eens veranderde. Als international snoerde hij de critici de mond met zijn afstandsschoten in Argentinië. Als trainer had hij ook succes, hoewel de verbintenissen bij FC Antwerp, Anderlecht, VfB Stuttgart, FC Nürnberg, Standard en PAOK nooit langer dan een paar jaar stand hielden. Zodra een voorzitter of een manager zich met het technische beleid wilde bemoeien, maakte Haan dat hij weg was.

“Ik kan er niet erg wakker van liggen hoe men in Nederland over mij denkt. Een verliezer is vaak populairder dan een winnaar. Ik heb dat winnaarsbloed van nature. Als ik een potje kaart of biljart, meet ik me nooit met een ander. Maar voetbal is een job. Het hele leven is winnen en verliezen. En als je veel gewonnen hebt ben je een winnaar.

“Ik heb zo lang in de voetballerij gezeten, dat niets me meer ontgaat. Mischien wel een dag, maar geen twee dagen. Ik ben de hele dag aan het kijken, observeren. Als de ogen van een speler anders staan dan de dag ervoor, merk ik dat meteen. De manier waarop iemand je opeens anders benadert. Dan weet ik dat ik moet oppassen.

“Als je in de publiciteit staat komt niemand er echt goed af. Ik kom blijkbaar berekenend over, niet spontaan. Ik heb nu eenmaal van nature controle over mezelf. Ik kan gemakkelijk afstand nemen. Eigenlijk ben ik een vrolijk iemand, maar met een lach kun je niet alles bereiken. Je kunt veel met me lachen, als je maar weet wanneer je iets moet doen. Veel mensen kunnen dat onderscheid niet maken.

“De mensen die ik tot mijn vriendenkring reken, hebben een ander beeld van mij. Dat zijn geen voetballers of trainers. Wie heeft er veel vrienden in de voetballerij? Partners misschien. Vrienden moet je in je jeugd hebben opgedaan. Onderweg doe je ze niet meer op.”

    • Jaap Bloembergen