Een 'kwaliteitssprong' op de Schipperkade

Afscheid van de Schipperkade, zondag 25 febr., Ned.3, 21.21u.

Met welke wensdromen zouden gemeentebestuurders toch in bed liggen te woelen? 'De hoogste toren van Nederland?' 'Het grootste winkelcentrum?' 'De mega'ste bioscoop?' Het lijkt me zeker dat ze zelden dromen van 'de aardigste buurt voor wat armere mensen'.

Zo'n buurt was tot voor een jaar de Schipperkade in Almere. Tot iemand van de gemeente weer eens lag te dromen. Van een 'kwaliteitssprong', zoals het later werd genoemd. De kade aan het Weerwater, een van de oudste delen van Almere-stad, moest “hèt uitgaanscentrum van Almere” worden, met een 'cultuurstraat' en cafés en disco's. Wat er nu ligt is een volksbuurt op een gouden locatie. Je realiseert je onmiddellijk hoe de tijden zijn veranderd. Vroeger hadden arme mensen toch ook “het recht om mooi te wonen”. Tegenwoordig is dat “niet realistisch” meer.

De 133 sociale huurwoningen, met mensen die de door stadsvernieuwing in de jaren '80 uit de volksbuurten van Amsterdam zijn geduwd, worden afgebroken. “Allemaal mensen met een uitkering. Gescheiden vrouwen”, zegt een van de bewoners van de Schipperkade. Hij bedoelt: Allemaal mensen die weinig geld opbrengen, die er weinig toe doen. “Ik berust me d'r wel in.”

De man (Albert, als ik het goed heb verstaan) is een van de hoofdrolspelers in de documentaire Afscheid van de Schipperkade, die de VPRO zondag uitzendt. Regisseur John Appel is een aantal van de oudere kadebewoners langsgegaan, vraagt wat ze van de sloop vinden, maar kíjkt vooral wat voor mensen het zijn. Zo zien we 'Albert', de visser, die elke tien jaar een nieuwe vrouw nam en straks gaat verhuizen naar de Buñuellaan (“Nog een laan ook!”), met zijn visgabber om de hoek, op 39 in de Viscontistraat.

En Henk (alweer, als ik het goed heb verstaan, het verwaaiende geluid is de achilleshiel van de film), met z'n milieu, die met een bij de gemeente geleende haak het vuil uit de struiken prikt.

Mevrouw Verkerk die door gemeente-ambtenaren wordt gemasseerd om naar een aanleunwoning te verhuizen (“Gaat u tekenen of wordt u vervelend?”) maar die met haar 85 jaar liever alleen wil blijven wonen: “Als ik alleen maar oudjes om me heen heb, is het ook niets.” En de mevrouw die zo moeilijk een nieuw huis kan vinden waar haar gehandicapte dochter op bezoek kan komen en dus als laatste achterblijft.

Appel lijkt heel erg dol te zijn geworden op zijn spelers, vooral op 'Albert', die hem zijn mooiste visfoto's laat zien: hijzelf met een enorme paling, zijn dochterje bezwijkend onder een vette snoekbaars. Ze vormen een eenvoudig kwartet van mensen die in een uitzichtloze situatie proberen opgewekt te blijven. Een van de mooiste moment is dat waarop 'Albert' zijn nieuwe woning-in-aanbouw bekijkt: een betonvloer in een zandvlakte. Daar komt zijn schuurtje, daar zijn visstekkie.

Zonder sentimenteel te doen, zonder protesteerderig te worden, en met welgekozen Jordaan-achtige accordeonmuziek op de achtergrond, zet Appel de buurtbewoners neer die in hun laatste levensjaren nog eens moeten wijken voor alweer een bestuurdersdroom. “D'r is niks vast in deze wereld.”

    • Bas Blokker