De hele regio moet het bestuur van Rotterdam kiezen

In Rotterdam is een bestuurscrisis uitgebroken nadat de bevolking zich tegen plannen keerde om de stad op te delen. Dat komt doordat de plannen zo onrealistisch waren, vinden Boele Staal en Patrick Poelmann. Maar Harry Grosveld ziet nog een kans voor de stadsprovincie.

Het debacle van de stadsprovincie heeft nu ook al tot een bestuurscrisis binnen Rotterdam geleid. Het ging om de vraag 'verder of niet verder?' En net als kort geleden in de Tweede Kamer hadden opnieuw beide partijen gelijk. De ene die geen perspectief meer zag in de stadsprovincie en de andere die vond dat Rotterdam met een alternatief moest komen.

Vallen de brokken nu nog te lijmen; is er nog een oplossing voor een regionaal bestuur te bedenken? Op basis van de voorstellen die tot de huidige impasse hebben geleid zeker niet. Maar als daar even afstand van wordt genomen en gebruik wordt gemaakt van de kennis die tijdens het proces is opgedaan, kunnen andere vormen aan bod komen.

Terug daarom naar de oorsprong. Het bestuur is er voor de burger en voor de bedrijven. De burger wil een aangename woonomgeving en de ondernemer wil een omgeving waarin zijn bedrijf goed kan functioneren. En als het maar even kan willen zij ook maar met één overheid te maken hebben. Voor die lokale omgeving zorgen van oudsher de gemeenten. In de grote steden lukte dat echter niet meer: de afstand tot het bestuur was te groot geworden. Daarom stelde Amsterdam als eerste stadsdelen in. Voor de burger en de bedrijven werken die op dezelfde wijze als gemeenten. Zelfs de aanvankelijke tegenstanders erkennen inmiddels dat dit tot goede resultaten heeft geleid. Rotterdam volgde later met de deelgemeenten. Conclusie: stel, zoals in Amsterdam, binnen de stad Rotterdam stadsdelen in met voldoende bevoegdheden om hun verantwoordelijkheid voor de directe woon- en werkomgeving waar te maken. Maar stel ze uitsluitend in voor lokale zaken. Dus niet voor Zestienhoven, het Kralingsebos, het universiteitsterrein of het stadscentrum. En zorg ervoor dat het stadsbestuur kan ingrijpen wanneer de stadsdelen gaan egotrippen.

Burgers en ondernemers zijn daarnaast aangewezen op regionale voorzieningen zoals openbaar vervoer, concertzaal, stadion, recreatiegebieden, grote evenementen, politie, brandweer, nieuwe woonwijken, zee- en luchthavens, grote bedrijfsterreinen. De verantwoordelijkheid voor dit soort voorzieningen is echter een hutspot. De grote stad doet er natuurlijk het meest aan, maar er zijn ook tal van samenwerkingsverbanden, de provincie spreekt haar woordje mee en soms ook andere gemeenten. Die laatste willen ook wel eens tegenliggen wanneer er iets minder welgevalligs op hun grondgebied moet gebeuren. Conclusie: leg de verantwoordelijkheden voor de regionale voorzieningen in één hand. Dat had de stadsprovincie moeten worden.

Binnen een gebied als Rijnmond moeten bepaalde zaken ook op elkaar worden afgestemd om ongewenste ontwikkelingen (zoals 'wilde' winkelvestigingen) en verspillingen te voorkomen. Ook daar is een regionaal bestuur voor nodig. De noodzaak tot afstemming is minder naarmate de gemeenten verder uit elkaar liggen. Denk maar eens aan de sluitingstijden voor cafés. De meeste afstemming zal moeten plaatsvinden binnen de aaneengesloten bebouwing (het stadslichaam) van Rotterdam. De gemeenten buiten dat stadslichaam kunnen daarom zelfstandiger zijn dan de stadsdelen daarbinnen. Dat moeten daarom ook geen gemeenten worden.

Hiermee lijkt weinig nieuws onder de zon. Maar het is wel een eerste, essentiële stap op weg naar een oplossing: Rotterdam moet stadsdelen instellen met volle verantwoordelijkheid voor de lokale zaken. Dan kunnen twee andere stappen volgen. Na instelling van de stadsdelen houdt het stadsbestuur nog slechts de verantwoordelijkheid voor de samenhang binnen het stadslichaam en voor grote voorzieningen binnen Rotterdam. Dat zijn tegelijk voorzieningen voor geheel Rijnmond. Voeg daar - tweede stap - nu de verantwoordelijkheden aan toe die de stadsprovincie gekregen zou hebben, zoals de verdeling van de geldstromen die van het Rijk komen, de openbare orde en veiligheid, het verkeer, de volkshuisvesting, de ruimtelijke ordening en de milieuzorg voor het Rijnmond-gebied.

Het stadsbestuur wordt op die manier regionaal bestuur. Maar het wordt nog steeds door de stadsbewoners gekozen. Dat kan natuurlijk niet. Daarom komt nu de derde stap: laat die hele regio het stadsbestuur van Rotterdam kiezen. Iemand uit bijvoorbeeld Capelle kan dus raadslid worden van Rotterdam en dus ook wethouder voor bijvoorbeeld de haven. Vrees voor dat machtige stadsbestuur behoeft er bij de omliggende gemeenten dan niet meer te bestaan. Dat bestuur is dan immers van henzelf geworden. En het ambtelijk apparaat, dat niet groter is dan nodig voor de uitoefening van de regionale taken, staat niet meer alleen ten dienste van Rotterdam, maar van de gehele regio.

Het doel, een sterk regionaal bestuur met een duidelijke verantwoordelijkheid voor zaken van bovenlokaal belang, wordt hiermee bereikt. Al het werk voor de stadsprovincie is bovendien niet voor niets geweest. En het bespaart die gigantische hoeveelheid reorganisatiekosten die aan de stadsprovincie verbonden waren. Extra tijd kost het nauwelijks: nog voor de eeuwwisseling kan het geregeld zijn. En er komen niet meer dan drie bestuurslagen: lokaal, regionaal en nationaal, want het gebied kan zonder provincie. Er komt dan ook geen commissaris van de koningin. Er blijft een burgemeester van Rotterdam; die is voorzitter van een gemeenteraad die door heel Rijnmond wordt gekozen. En met ruim een miljoen inwoners komt zo'n stad steviger op de wereldkaart.

Zo gemakkelijk als het hier wordt gepresenteerd is het natuurlijk niet. De politieke samenstelling van de Rotterdamse raad zal veranderen en voor sommige politieke partijen wordt dat even diep slikken. Ook de Rotterdamse stadsdelen, die onder supervisie van de door de regio gekozen gemeenteraad staan, zullen daar even aan moeten wennen. En: de Grondwet moet worden gewijzigd, want die voorziet thans niet in een dergelijke constructie. Zo kunnen regionaal bestuur en referendum toch nog hand in hand gaan. En zo kan in Rotterdam alsnog de victorie van het regionaal bestuur beginnen. Ook voor Amsterdam en Den Haag.

    • Harry Grosveld