De commerciëlen zalven te veel

Een weeklagen en jammeren stijgt dezer dagen op uit de gelederen van de bedrijvers van commerciële televisie in Nederland, die zich anders zo graag laten voorstaan op hun zakelijke benadering en de noodzaak tot deregulering van het omroepwezen. Help! Staatssecretaris Nuis wil de commerciële zenders niet in het wettelijk basispakket van de kabel opnemen! Het volk wordt tekort gedaan, als de commerciële zenders straks in het zogeheten pluspakket van de kabel worden opgenomen en de kabelabonnees er meer voor zullen moeten betalen!

Schijnheiliger bezwaren tegen de mediawetgeving in Nederland zijn de laatste jaren zelden vernomen. De beoogde regelgeving van de centrale overheid inzake het basispakket komt wat laat - het ware beter geweest als die inhoud was vastgesteld voordat lokale kabelnetten op grote schaal werden verkocht aan commerciële exploitanten en op lokaal niveau overal andere afspraken werden gemaakt - maar dient een juist doel: het veiligstellen, temidden van alle commercieel geweld van in totaal elf publieke zenders op de kabel voor een matig bedrag, opdat er iets overeind blijft van de openbare- en culturele functie van televisie.

Het voornaamste bezwaar dat de commerciëlen inbrengen tegen het plan, het basispakket te beperken tot binnen- en buitenlandse publieke zenders is dat het volk op die manier in de toekomst voor een pluspakket zal moeten betalen om commerciële stations als RTL-4, RTL-5, Veronica, SBS, de Arcade-zenders en het toekomstige Sportnet te gaan zien. Dat is natuurlijk onzin: nu reeds betalen dergelijke zenders aanzienlijke bedragen aan commerciële kabelexploitanten om ongecodeerd te worden doorgegeven en niets verhindert hen in de toekomst dat te blijven doen. Het lijkt er meer op dat de commerciëlen hopen dat, wanneer er voor de kabelexploitant een wettelijke plicht zou bestaan tot de doorgifte van hun signalen, dit hun toegangsprijs aanzienlijk zou drukken.

Het is echter geenszins een taak van de overheid commerciële televisiestations te helpen bij hun positie op de markt. Bovendien liggen in deze materie niet alle troeven aan de kant van de kabel-exploitanten. Ik moet de kabelexploitant nog zien die het zou wagen bijvoorbeeld RTL-4, als buitenlands bedrijf marktleider op het gebied van commerciële televisie in Nederland, niet door te geven of slechts door te geven tegen bijbetaling van de kabelabonnee. Ook kabelexploitanten hebben immers te maken met de structuur van de vraag naar tv-signalen en kunnen door de opkomst van satelliettelevisie steeds minder rusten op de lauweren van een monopolie.

De ontstane discussie lijkt uitdrukking van een cultuuromslag op het gebied van televisie in Nederland, waarbij de commerciële omroepbonzen de aloude pretenties van hun publieke collega's zich als volksvrienden en stadhouders van het hoger belang te manifesteren, min of meer hebben overgenomen. Bij de introductie van het KNVB-sportnet was dit discours weer duidelijk bespeurbaar, zowel van de kant van de NOS als de toekomstige bedrijvers van dit kanaal. Van beide zijden heeft men zich de afgelopen weken overgegeven aan staaltjes volksmennerij, en is concrete informatie zoveel mogelijk uit de weg gegaan.

Het charisma dat de hoofden van de publieke omroep zichzelf toedichten, bestaat sinds jaar en dag alleen nog in hun eigen ogen. Geen kijker die er meer intrapt. En als de zenders Nederland 1 t/m 3 erin geslaagd zijn de afkalving van hun marktaandeel de afgelopen jaren een halt toe te roepen, dan komt dat uitsluitend door hun inspanningen in de programmatische sfeer, niet omdat er ook maar iemand met warme gevoelens voor het publieke bestel de zapper bedient. Hoezeer de bestuurders van de publieke omroep aan die nieuwe situatie moeten wennen blijkt wel uit hun self defeating uitlatingen dezer dagen: alsof het verlies van een paar voetbal-uitzendingen nu plotseling het einde zou betekenen van het publieke bestel.

Dat de bonzen van de commerciële omroep zich nu eveneens van deze zalvende en misleidende betoogtrant gaan bedienen is curieus en misplaatst. Met commerciële televisie kan veel geld worden verdiend (of verloren natuurlijk) en de rol van de overheid op dit gebied kan beperkt blijven tot het scheppen van een algemeen wettelijk raamwerk, het veiligstellen van het algemeen belang (in de vorm van publieke televisie zonder winstoogmerk) en het veiligstellen van de economische mededinging op dit gebied. Deze laatste doelstelling maakt opname van commerciële zenders in het basispakket vrijwel ondenkbaar: de opgenomen zenders zouden ten aanzien van huidige en toekomstige aanbieders van commerciële televisie in een voordeelspositie worden gebracht, een vorm van marktbescherming die geenszins op de weg van de overheid ligt.

De overwegend positieve reacties op de oprichting van het KNVB-sportkanaal hebben de afgelopen weken duidelijk aangetoond, dat er in onze maatschappij geen overwegende bezwaren bestaan tegen de overheveling naar de commercie van een aantal zaken die tot voor kort als onderdeel van het publiek domein werden gezien. Het minste wat de toekomstige uitbaters van voetbal-tv hier tegenover kunnen stellen, is de maatschappij verder hun vrome praatjes te besparen.