Cito-toets (1)

Ter verklaring van de conclusies van het CITO-onderzoek worden in uw krant onder andere de volgende woorden van de heer Sjamaar, rector van het Utrechtse Niels Stensen College, geciteerd: “Het bijna debiele zoontje van de chirurg wordt zodanig bijgespijkerd dat hij met de hakken over de sloot de Havo aankan, want een schoolloopbaan op de MAVO tolereren zijn ouders niet.” Hiermee wordt gesuggereerd dat het niveau van HAVO- of VWO-leerlingen naar beneden gehaald wordt door kinderen die niet in het betreffende schooltype thuishoren; deze kinderen zouden zich daar uitsluitend vanwege de ambities van hun ouders bevinden.

Bovendien is er de niet zo vleiende impliciete suggestie dat ze bijna debiel zijn.

Tal van andere voor de hand liggende verklaringen dringen zich echter op, bijvoorbeeld: misschien zitten er op de MAVO wel veel leerlingen die een verkeerd advies hebben gekregen, of misschien differentieert de CITO-toets wel niet zo goed. Zelfs in het vak wiskunde, waarin de MAVO er volgens het artikel relatief minder goed afkomt, worden (zeer goede) proefschriften geschreven door promovendi die via het advies van de basisschool hun middelbare schoolopleiding op de MAVO zijn begonnen.

De heer Sjamaar geeft de ambitieuze ouders er weer eens van langs en in deze tijd van schoolkeuze zetten ook sommige onderwijzers hun adviezen kracht bij door in schrille kleuren af te schilderen wat er gebeurd is met kinderen wier ouders hun adviezen niet hebben opgevolgd. De schoolloopbanen van zulke gepromoveerde wiskundigen zijn echter voorbeelden van situaties waarin het advies van de basisschool geheel verkeerd was en waarin ouders dit advies beter naast zich neer hadden kunnen leggen.

    • Prof. Dr. P. Groeneboom