Assistent-conciërge zijn is nuttiger dan in uniform door de bossen kruipen

Maandag 30 januari is de laatste lichting dienstplichtigen opgekomen. Nog 604 jongens moeten tot 31 augustus verplicht onder de wapenen. Hoe komen zij hun week door? Tweede deel van een korte serie weekrapporten.

Toen Carlos Lunes hoorde dat de dienstplicht vervroegd werd afgeschaft, baalde hij “enorm”. Hij heeft geen hekel aan zijn werk als assistent-conciërge dat hij doet als erkend gewetensbezwaarde bij Amnesty International. Maar liever zou hij een 'echte' baan hebben. Met een echt salaris. “Elke keer als ik mijn salarisstrookje krijg, en zie hoe weinig ik verdien, dan word ik er weer aan herinnerd dat ik officieel niet werk, maar dienstplichtige ben.” Belachelijk laag, vindt Lunes zijn 'zakgeld' van 1.230 gulden per maand. “Ik verdien vijfhonderd gulden minder dan eerst. Dat is een maand huur.” Hij pakt een rekenmachine erbij om uit te rekenen hoeveel dat per uur is: 7 gulden 74 per uur. “Daarvoor zet geen uitzendbureau me aan het werk. Dan krijg ik toch minstens 11 gulden per uur.”

Al toen Lunes heel jong was, wist hij dat hij niet in het leger wilde. “Op de kleuterschool al. Iedereen lachte me uit. Mijn broer is wel in dienst geweest, en hij zei: ga nou maar, want je komt er toch niet onderuit.” Nadat Lunes op zijn achttiende was goed gekeurd, vroeg hij een herkeuring aan. Die werd geweigerd, omdat hij geen medische verklaring had. “En om nou een advocaat te nemen om er onderuit te komen, daar had ik geen zin in. Ik had er ook geen geld voor over.”

In oktober 1994 werd Lunes voor het eerst opgeroepen. Hij moest zich melden in een kazerne in de Harskamp. “Mijn broer zei toen dat ik me er maar bij neer moest leggen. Ik kon beter maar doen wat ze zeiden.” In de oproep stond dat Lunes uiterlijk om 7 uur 's ochtends van huis moest gaan. Om 12 uur nam hij de trein. “Dus toen ik daar om 4 uur aankwam, begonnen ze me meteen te intimideren. Ze lieten me eerst heel lang in de regen staan wachten bij de poort. Toen werd ik naar een hoge militair gebracht die zei: 'Meneer Lunes! Bent u daar eindelijk! Tekent u maar snel deze verklaring, dan krijgt u een voorschot.' En toen besloot ik: Dat doe ik niet. Ik weiger dienst.” Een half jaar later werd hij erkend als gewetensbezwaarde.

Ook al heeft Lunes moeite met het idee dat hij verplicht is zijn vervangende dienstplicht te vervullen, zijn werk als assistent-conciërge is in ieder geval nuttiger dan in een uniform door de bossen kruipen, vindt hij. “Ik zou nooit iets kunnen doen omdat iemand die boven mij staat, vindt dat het moet”, zegt Lunes. “Dat vind ik kolder. Als zo'n sergeant het in zijn hoofd haalt dat je op bivak moet als het vriest, dan moet je.” De opvatting van zijn vrienden dat het nuttig is om in dienst te gaan om discipline te leren, vindt Lunes “onzinnig”. “Sorry hoor, maar dat heb ik allang geleerd op school en met sporten. Daarvoor hoef ik niet de macht over mezelf uit handen te geven aan iemand met strepen op zijn mouw.”

Eigenlijk zou Lunes twaalf maanden bij Amnesty International moeten blijven, maar door de vervroegde afschaffing van de dienstplicht werden het er negen. Met het afschaffen van de dienstplicht is ook de vervangende dienstplicht afgeschaft. Dienstplichtigen die nu hun vervangende dienst vervullen, mogen per 1 september afzwaaien. Volgens de Vereniging van Dienstweigeraars zijn er nu nog “enkele tientallen” aan het werk. Of instellingen die veel gebruik maakten van gewetensbezwaarden nu in de problemen komen, weet de vereniging niet. Volgens Lunes' chef, beheerder B. Huisman, is het voor Amnesty International geen probleem. “Er zijn tegenwoordig zoveel verschillende projecten om mensen aan het werk te helpen: banenpoolers, Melkertbanen, het Jeugdwerkgarantieplan. Er zijn genoeg manieren voor ons om toch mensen te vinden.”

“Nu vinden mijn vrienden het grappig dat ik toch heb doorgezet”, zegt Lunes. Hij is de enige dienstweigeraar in zijn omgeving. Zijn vrienden hebben geprobeerd zich af te laten keuren, of zijn in dienst gegaan. “Maar ik ben nou eenmaal eigenwijzer dan zij. Ik kan niet ergens werken waar ik me niet thuis voel.” Wat hij na augustus gaat doen, weet hij nog niet. Hij zou graag bij Amnesty willen blijven werken, maar het is de vraag of daar geld voor is. “En met mijn diploma Middelbaar Middenstands Onderwijs kan ik niet zoveel werk vinden, alleen uitzendbaantjes. Maar ik ben niet zo heel kieskeurig met werk. Als ik maar het gevoel heb dat ik wordt gewaardeerd, en niet wordt behandeld als een nummer.”

    • Eva Rensman