Zweetdruppels spatten rond; Nederlandse fans over hun sterren

Ans Aerts en Ingrid Janssen: Boven mijn bed. Fancultuur in Nederland. Uitg. Jan Mets, 117 blz. Prijs ƒ 24,50.

Na de paarden komen de popsterren. Van (eenzijdige) correspondentie en met foto's beplakte kamers tot dagenlang wachten bij hotelkamers en denkbeeldige liefdesrelaties; de verering van vooral tienermeisjes voor een bepaalde zanger of zangeres kan buitenissige vormen aannemen. In het uiterste geval kan fandom leiden tot moord, zoals gebeurde bij John Lennon en de Mexicaans-Amerikaanse zangeres Selena. Dit soort excessen zijn in Nederland nog niet voorgekomen, al was het verstikkende fangedrag van de aanhang van Doe Maar, aan het begin van de jaren tachtig, voor de muzikanten uiteindelijk wel aanleiding de band te ontbinden.

In het boek 'Boven mijn bed. Fancultuur in Nederland' beschrijven Ans Aerts en Ingrid Janssen de verering van fans voor hun popidolen. 'Fancultuur' is een aantrekkelijk onderwerp: het gaat over excessen, hartstocht en het tragikomische gedrag dat adolescenten als gevolg daarvan aan de dag leggen. Aerst en Janssen putten dan ook uitvoerig uit de gesprekken met fans, wat bijna zonder uitzondering aardige citaten oplevert. Zoals Kitty die over haar idool Elvis Presley zegt: 'Die laatste optredens vind ik prachtig. Dan heeft hij zo'n vette kop. O, dat vind ik schitterend. En de zweetdruppels spatten in het rond'. Of Edward (21) en Stefanie (18), over de concerten van hun idolen Ray en Anita van 2 Unlimited: 'Soms komen ouders zeuren, vragen ze of hun driejarige vooraan mag staan. Dat hebben we liever niet. Die kleintjes lopen enorm in de weg, ze schieten onder je door, trappen op je tenen.'

Maar waarom is 'Boven mijn bed' voor het grootste deel gebaseerd op de fanmail gericht aan Ernst Jansz, ten tijde van Doe Maar? Dat is inmiddels dertien jaar geleden. De meisjes die toen brieven schreven aan Ernst Jansz hebben inmiddels zelf misschien al tienerdochters met popidolen. In de vluchtige wereld van de popcultuur, komen de hartekreten die fans in 1982 aan Jansz richtten nu wel erg gedateerd over.

'Boven mijn bed' behandelt de voor de hand liggende aspecten van de fancultuur - de fanclubs, de reacties van fans op het overlijden van hun idool, de verliefdheden, het huiswerkverzuim. Een actueel thema is de opkomst van de (fans van) muziek in het Nederlands (Osdorp Posse) en in dialect (Rowwen Hèze). Maar andere onderwerpen blijven onbesproken. Bijvoorbeeld: hoe vergaat het de fans als de liefde is overgewaaid? Hoe kijken volwassen vrouwen terug op hun gedrag als tienerfan, en ten slotte: wat komt er ná de paarden en de popsterren?

    • Hester Carvalho