Voortbestaan milieu-instituut bedreigd

BILTHOVEN, 23 FEBR. Het Europees Centrum voor Milieu en Gezondheid in Bilthoven wordt met opheffing bedreigd doordat het ministerie van VROM zijn subsidie aan het instituut grotendeels heeft ingetrokken en het departement van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) niet als hoofdfinancier wil optreden.

Directeur C.A. van der Heijden van het centrum, onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), is zeer verontwaardigd over de gang van zaken. “In Nederland hoor je steevast klaagzangen als weer een internationale instelling onze neus voorbijgaat”, zegt hij, “maar nu het is gelukt er een te krijgen, geeft de politiek niet thuis.”

Het Europees Centrum voor Milieu en Gezondheid kwam in 1990 tot stand als uitvloeisel van een ministersconferentie naar aanleiding van de omwentelingen in Oost-Europa. Het werd gevestigd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in Bilthoven en er kwamen zestien mensen uit diverse landen te werken onder leiding van Van der Heijden, voorheen directeur toxicologie bij het RIVM. Van meet af aan heeft het instituut zich sterk gericht op Oost-Europa, waar de gezondheidsproblemen als gevolg van milieuvervuiling verreweg het grootst zijn.

Een van de hoofdtaken van het centrum is het vaststellen van maximaal toelaatbare concentraties schadelijke stoffen in de atmosfeer en in drinkwater. Op grond daarvan stelt de Europese Unie richtlijnen op. Het instituut houdt zich voorts bezig met de opleiding van milieu-artsen en milieu-epidemiologen in verscheidene Oosteuropese landen. Deze functionarissen werken op het raakvlak van gezondheid en milieu. Ook heeft het centrum de supervisie op het zogeheten dioxine-onderzoek in Europa, dat zich in het bijzonder richt op de aanwezigheid van dit gif in moedermelk.

Het Europese centrum is destijds mogelijk gemaakt door subsidies van VROM en (toen nog) WVC. Zij verplichtten zich om jaarlijks gedurende vijf jaar respectievelijk één en twee miljoen gulden voor het instituut uit te trekken. Een verlenging van het financieringscontract, nu actueel, werd aan twee voorwaarden gebonden: het instituut zou een gunstig rapportcijfer van internationaal erkende experts moeten krijgen en het zou ook externe financiële bronnen moeten aanboren.

Volgens Van der Heijden is aan beide condities ruimschoots voldaan. Vorig jaar werd een waarderend evaluatierapport uitgebracht en er kwam ook geld van andere organisaties, zoals van UNEP (de milieu-afdeling van de Verenigde Naties) en de Europese Unie, samen goed voor vijf ton per jaar.

Niettemin viel bij VROM het besluit de subsidie aanzienlijk terug te schroeven: van één miljoen naar een half miljoen gedurende niet meer dan twee jaar. Minister De Boer motiveerde deze beslissing door te verwijzen naar de recente halvering van haar budget voor onderzoek. “Derhalve moesten keuzen worden gemaakt”, zei ze in de Eerste Kamer. “In dit afwegingsproces is prioriteit gegeven aan de financiering van activiteiten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het milieubeleid, zoals verwoord in het Nationaal Milieubeleidsplan.”

Het gevolg van de korting was dat er bij het centrum in Bilthoven vier van de zestien mensen moesten worden ontslagen: twee wetenschappelijke medewerkers (een Canadees en een Duitser) en twee administratieve krachten. Een ander gevolg was dat staatssecretaris Terpstra, die bij VWS verantwoordelijk is voor buitenlands beleid, weigerde het verlengingscontract te tekenen. Van der Heijden: “Zij redeneerde, en niet ten onrechte, dat de subsidieverhouding tussen VROM en VWS al jaren scheef lag. Nu zou het voortbestaan van het centrum vrijwel geheel van haar afhankelijk zijn en daar paste ze voor. Terpstra zei me letterlijk: 'Als VROM kennelijk geen belangstelling heeft, moet ik dan het volle pond blijven betalen, terwijl er zoveel andere noden zijn?' Daar kan ik inkomen. Ze had nog geprobeerd minister De Boer op andere gedachten te brengen, maar nul op het rekest gekregen. 'Daar hebben we niets meer te verwachten', zei ze me.”

Door dit alles is volgens Van der Heijden een 'absolute patstelling' ontstaan. Hij denkt het lopende jaar nog enigszins te kunnen doorwerken, omdat de begroting-1996 van VWS, inclusief de twee miljoen gulden voor zijn centrum, door de Tweede Kamer is goedgekeurd. Maar voor de periode daarna heerst grote onzekerheid. “Ik kan niets meer plannen. Als de patstelling niet wordt doorbroken, zal ik genoodzaakt zijn tegen mijn mensen te zeggen: probeer maar een andere baan te vinden.”

    • F.G. de Ruiter