Van Dam ontlokt legertop weinig antwoorden

Na 15 jaar is het Marcel van Dam weer gelukt: vrijwel de hele legertop trad gisteren op in de eerste aflevering van een nieuwe serie van De achterkant van het gelijk. De eerste keer dat de krijgsmacht bij Van Dam te gast was, op 5 april 1981, zorgde dat voor een geruchtmakende uitzending. Voor zowel de militaire top als de 2,5 miljoen kijkers was het even wennen dat de krijgsmacht iets van haar geslotenheid prijsgaf, en dat nog wel op de televisie. Dat landmachtbevelhebber J. Roos Van Dam op snauwende toon te woord stond, was dan ook geen probleem. En dat admiraal H. van Beek bekende beroepsmilitair te zijn geworden omdat hij zo van oorlogvoeren hield, werd als een ontwapenend eerlijke uitspraak gezien.

Inmiddels zijn Muur en Srebrenica gevallen en de Couzy's, Karremansen en Nicolai's bijna niet meer van het tv-scherm te slaan. Top-militairen hebben om leren gaan met de media. De aflevering van De achterkant van het gelijk van gisteravond leek daaraan te lijden. De obligate antwoorden rolden gisteren vlot uit de monden van de bevelhebbers. En als ze geen antwoord wisten of zichzelf tegenspraken, dan gaven ze dat gewoon toe. Helaas accepteerde Van Dam dat ook, want elke keer als hij beet leek te hebben, stapte de ondervrager met dezelfde vraag over naar het volgende uniform.

De aflevering gisteren vormde het eerste optreden van de nieuwe bevelhebber van de landmacht, luitenant-generaal M. Schouten. Hij volgt op 4 juli H. Couzy op, die de reputatie heeft als een ongeleid projectiel in de media op te treden omdat hij over geen enkel politiek fingerspitzengefühl beschikt. Iets waarmee hij zijn politieke baas, minister Voorhoeve, regelmatig in problemen brengt. Deze blijkt vanaf begin juli een heel wat gezeglijker type landmachtbevelhebber tot zijn beschikking te hebben. “Als het kabinet zo heeft besloten, dan gaan we”, zei Schouten op de vraag of hij zich in een kansloze vredesmissie in Nigeria wilde storten. Zijn voorganger Couzy zag het een slag anders. “Zij hebben makkelijk praten”, zei hij over het opperbevel in Den Haag. “Ik zou het allemaal aan mijn laars lappen.”

Met de vragen was trouwens niets mis. De redactie van het programma, met oud-Defensieminister Relus ter Beek, heeft dankbaar gebruik gemaakt van de Srebrenica-case. Nederlandse militairen moesten deze moslim-enclave in juli vorig jaar prijsgeven aan een Bosnisch-Servische overmacht, waarna zo'n 2.000 moslim-vluchtelingen het leven lieten. Subtiel verwees Van Dam met zijn vragen naar de dillema's waar de commandant in Srebrenica mee gezeten moet hebben: wat doe ik voor de plaatselijke bevolking met mijn medische voorzieningen die alleen voor de eigen mannen zijn bestemd? Hoeveel vluchtelingen laat ik achter in verhouding tot het verwachte aantal slachtoffers onder mijn eigen soldaten? Het bleef bij vragen gisteren, een duidelijk antwoord bleef uit.