Streekvervoer koerst op nieuwe onrust af; Nyqvist loopt stuk op botsende opvattingen over toekomst openbaar vervoer

DEN HAAG, 23 FEBR. Topman C.J. Nyqvist van Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN) had vanmiddag een gesprek met zijn commissarissen, waarna deze vrijwel zeker zouden overgaan tot ontslag. Nyqvist, die eerder deze week een kort geding tegen zijn ontslag verloor, had voor het laatste treffen een toespraak van zeventien kantjes voorbereid - laat niemand denken dat hij makkelijk opzij te schuiven valt. Toch zal Nyqvist na zesenhalf jaar streekvervoer, waarin winst en omzet voortdurend stegen, weinig moeite hebben met het vinden van een baan als bijvoorbeeld interim-manager. De eerste verzoeken zijn in ieder geval al binnen.

Meer dan met falend leiderschap, heeft het vertrek van Nyqvist dan ook te maken met botsende opvattingen over de toekomst van het openbaar vervoer. Nyqvist “paste niet meer in het plaatje” dat de commissarissen voor ogen staat, zei hun advocaat deze week, en een proeve van dat 'plaatje' is te vinden in een onderzoek dat vorig jaar op verzoek van die zelfde commissarissen door een organisatie- en adviesbureau is gemaakt.

Deze evaluatie van reilen en zeilen van de streekvervoerders-holding op de drempel van een commerciële toekomst heeft allereerst de basis voor het ontslag gelegd. Zo valt erin te lezen dat Nyqvist door arrogantie en drammerigheid de verhoudingen met zijn enig aandeelhouder, het Rijk, verstoord heeft. Maar ook staat in het onderzoek, en dat is belangrijker, dat de bestuursvoorzitter met zijn opvatting dat concurrentie vooral een internationaal karakter moet hebben, steeds verder van het overheidsbeleid is weggedreven. Politiek Den Haag wil concurrentie op regionale schaal - tussen de traditionele streekvervoerders en andere busondernemingen, maar ook tussen het streekvervoer en nog op te richten regionale spoorwegmaatschappijen. Na enige aarzeling heeft de Tweede Kamer er eind vorig jaar mee ingestemd dat de bussen vanaf volgend jaar en de treinen vanaf 1998 gaan concurreren.

Het evaluatie-onderzoek speelt op deze beleidsontwikkelingen in, door te stellen dat “de uitkomsten van het politieke debat hun weerslag moeten hebben op de strategie” van de holding. Volgens de organisatie-adviseurs betekent dit dat dochterbedrijven zo zelfstandig mogelijk moeten zijn, om in te kunnen spelen op lokale ontwikkelingen. Onder leiding van Nyqvist is de afgelopen jaren juist veel energie gestopt in centralisatie en concentratie (door fusies van streekvervoerbedrijven). Tegelijk liet het ministerie van Verkeer en Waterstaat de landsadvocaat uitzoeken of opsplitsing van de holding juridisch mogelijk was. Dat bleek niet het geval te zijn.

De semi-verzelfstandiging van de dochters die nu op gang moet komen gaat alleen op voor bedrijven in de regio. In de Randstad, stelt het evaluatie-onderzoek, zouden de krachten gebundeld moeten worden. Ook dat sluit aan bij rijksbeleid. In de strijd tegen de randstedelijke files is namelijk besloten de kaarten te zetten op light rail, een netwerk van metro-achtige verbindingen die goedkoper zijn dan de trein maar wel de aantrekkelijkheid daarvan voor de reiziger behouden. Ook in light rail wil Verkeer en Waterstaat concurrentie - en de organisatie-adviseurs redeneren dat tegenover de spoorwegen, die al een 'projectteam light rail' hebben opgezet, een sterke tegenspeler nodig is.

Het 'plaatje' waarin Nyqvist niet meer past bestaat dus uit enkele nationale produkten (de interliner), meer aandacht voor de Randstadmobiliteit en ondernemingsruimte voor de dochters in de regio. Daarbij is het niet onwaarschijnlijk dat ook de twee collega-bestuursleden van Nyqvist, J.W. Rat en R. van der Zijl, binnenkort het veld moeten ruimen. Volgens de evaluatie moet er een vierkoppige raad van bestuur komen, met “concrete ervaring vanuit het grotere bedrijfsleven”. Het extra lid zal zich alleen met de Randstad moeten bezighouden.

Al met al zou het de komende tijd wel eens onrustig kunnen worden in het streekvervoer. Over de aanbevelingen van het evaluatie-onderzoek hebben de commissarissen nog niet met het concern overlegd. De centrale ondernemingsraad, die hier bijzonder verbolgen over is, schreef de commissarissen vorige week dat de streekvervoerders-holding volledig intact moet blijven: “Bij een opsplitsing van het concern zullen de werkgelegenheid en de maatschappelijke opdracht van de niet-randstedelijke bedrijven onder grote druk komen te staan. De centrale ondernemingsraad denkt hierbij met name aan de gevolgen die openbare aanbesteding kunnen hebben voor delen van het concern.”

Het is nog maar een jaar geleden dat een staking tegen veranderingen in de arbeidsvoorwaarden, bedoeld om eventuele concurrentie beter aan te kunnen, het streekvervoer wekenlang platlegde.

    • Gretha Pama