Sneltram

Onlangs kreeg ik de notulen in handen van de bijeenkomst, waarop voor het eerst de plannen van de Amsterdamse sneltram werden gelanceerd. We gaan nu een paar jaar terug in de tijd en verplaatsen de camera naar de kamer van de burgemeester. Zojuist is de wethouder binnengekomen met een koffer. Als de koffer opengaat, komt er een schaalmodel van een tram te voorschijn. Met zichtbare trots zet de wethouder het model op het bureau van de burgemeester.

“Voilá, burgemeester! De nieuwe sneltram!”

“Zo, dat is een mooi ontwerp. Wat een stroomijn. Dus dit is de nieuwe tram, die vanaf Buitenveldert, dwars door de stad, naar het Centraal Station gaat rijden?”

“Ja, burgemeester. Hij heeft vier geledingen en is 32 meter lang. Er kunnen 280 passagiers in en hij heeft een topsnelheid van 120 kilometer per uur. De TGV onder de trams! Ik heb hem de HST gedoopt, de Hoge Snelheids Tram.”

“Mmm, HST? Heel aardig, maar het kan natuurlijk beter. Wat dacht je van de High Speed Shuttle? Of nog beter: de Very High Speed City Shuttle? De VHCSS! De Vie Ha Cie Es Es! Met zo'n naam kun je ook internationaal voor de dag komen.”

“Het is niet Vie Ha Cie Es Es, burgemeester maar Vie Ege Cie Es Es, burgemeester.”

“Ja ja, dat zeg ik toch. Vertel mij liever hoe lang die turbo-tram van jou over het traject gaat doen?”

“Dat heb ik laten uitrekenen, burgemeester. Als alle stoplichten speciaal voor de tram op groen worden gezet, zou hij er van begin- tot eindpunt precies 42 minuten over doen.”

“Maar dat is veel te langzaam! Dan nemen de mensen toch weer de auto. Kan hij niet sneller optrekken?”

“Hij accelereert van 0 tot 100 kilometer in 8,9 seconden.”

“Nou en? Kan dat niet sneller?”

“Nou en? Dat is ongeveer het acceleratievermogen van een grote BMW in de zevenserie. Eentje met een injectiemotor. Nog sneller optrekken, dat kan haast niet.”

“Toch is 42 minuten echt veel te langzaam. Vergelijk dat eens met de metro van New York of Tokio?”

“We kunnen natuurlijk een paar haltes laten vallen.”

“Dat is het! Goed zo, wethouder! Weet je ook hoeveel tijd het bespaart als wij bij voorbeeld drie haltes laten vallen?”

“Ook dat heb ik uitgerekend, burgemeester. Dan duurt het van begin tot eindpunt 34 minuten.”

“Dat is al beter, maar nog altijd meer dan een half uur. Wat gebeurt er als we er nog drie haltes vanaf doen?”

“Dan gaat het 22 minuten duren, burgemeester.”

“Komt in de richting, maar het moet ook binnen het kwartier kunnen. Dan hebben wij de snelste tram ter wereld. Stel je voor! Dat maakt mondiaal indruk. Dan kunnen wij in Amsterdam een internationale beurs houden voor al het rijdend materieel. Een beurs voor trams, treinen, bussen, trolleybussen, taxi's en waterfietsen, voor alles wat rijdt en vervoert!”

“Als wij nog drie haltes opheffen, halen we het precies in 16 minuten, burgemeester.”

“In 16 minuten? Dat is heel mooi. Dan zijn we er bijna! Hoeveel haltes hebben we dan nog over?”

“Nog één, burgemeester.”

“Nog één? En waar moet die halte komen?”

“Op het Leidseplein, zou ik zeggen.”

“Maar die mensen op het Leidseplein die kunnen dat laatste stukje naar het Centraal Station toch wel lopen? Dat is toch maar een klein eindje? En het is ook nog beter voor het milieu. Wat scheelt het als we die halte aan het Leiseplein schrappen?”

“Even rekenen...dan gaat er nog 1 minuut en 6 seconen af. Dan komen wij op 14 minuten en 54 seconden.”

“Dan zitten wij onder het kwartier. We houden zelfs nog zes seconden over. Daar zullen ze in New York en Tokio van opkijken!”

Onlangs heeft de Amsterdamse wethouder van vervoer na een paar noodlottige ongevallen besloten dat sneltram 51 op het lange stuk in Buitenveldert niet harder mag dan 25 kilometer per uur. Tijdens spitsuren worden werklozen op het traject ingezet om overstekende fietsers en voetgangers te begeleiden.