Politieke correctheid wordt beloond

BERLIJN, 23 FEBR. Vlak achter elkaar gingen gisteren de enige twee Nederlandse films in de officiële selectie in wereldpremière. Beider uitverkiezing is ogenschijnlijk verbazingwekkend, als je weet welke andere recente Nederlandse films allemaal afgewezen zijn, maar de selectie past wel in het onbewuste streven van het Berlijnse festival om politiek-correcte inhoud boven de formele kwaliteiten van een film te stellen.

De korte film The Bridge, geproduceerd door de Amsterdammers Alec Behrens en Marijn Muijser en geregisseerd door de al geruime tijd in Europa verblijvende Australiër Garry Lane, is een zwart-wit-drama van 11 minuten zonder dialoog.

In een Zuideuropese stad wordt een brug permanent onder vuur gehouden door sluipschutters; als een vrouw op weg naar haar geliefde besluit dit risico te trotseren, wordt ze voor de ogen van de man doodgeschoten.

Het scenario en de boodschap van de in Italië opgenomen film zijn nogal simpel. Onverdraaglijk is de denkfout de acteurs met grimassen en intens zwijgen betekenis te laten geven aan de stilte, zodat het protest tegen de oorlog onnodig pathetisch wordt.

In het kinderfilmprogramma van Berlijn werd de nieuwe film van Ben Sombogaart, regisseur van Mijn vader woont in Rio en Het zakmes, vertoond. Die door de televisie gefinancierde, terecht alom gelauwerde kinderfilms kregen aanvankelijk geen Filmfondssubsidie en bereikten pas via een lange omweg de bioscoop.

Het Filmfonds wilde dezelfde fout kennelijk niet nog eens maken, en ondersteunde Sombogaarts De jongen die niet meer praatte (onder de werktitel Mohammed zwijgt) als bioscoopfilm, zonder dat overigens nog iets vaststaat over de distributie. Misschien kan die carrière op een groot scherm ook achterwege blijven, want de coproduktie van KRO, IKON en BRT is typisch televisie: een schematische, loodzware, van goed bedoelde clichés aan elkaar hangende kinderfilm op basis van een scenario van Lou Brouwers, waar Sombogaart nauwelijks greep op heeft kunnen krijgen, behalve in enkele luchtige intermezzi met het Nederlandse vriendje van de hoofdpersoon.

Dat is een Koerdisch jongetje dat in verband met de oorlog in Turkije door zijn vader naar Nederland (in werkelijkheid zeer duidelijk Antwerpen) gehaald wordt. Uit heimwee en boos verdriet besluit de jongen zijn mond niet meer open te doen. Maar als de nood aan de man komt blijkt hij ineens vlekkeloos Nederlands te kunnen spreken.

Het zieligheidsgehalte van De jongen die niet meer praatte wordt nog overtroffen door de eenvoud waarmee het paradijselijke Koerdistan geplaatst wordt tegenover de grauwe regenachtigheid van de Lage Landen.

Bovendien lijkt de film eindeloos te duren. Het zegt meer over het Berlijnse kinderfilmfestival dan over Esmé Lammers' Lang leve de koningin! dat haar film, in tegenstelling tot die van Sombogaart, afgewezen werd, naar verluidt onder meer omdat hij te lang was en te veel 'televisie'.

Zusje van Robert Jan Westdijk mocht niet in Berlijn draaien, omdat hij al op te veel andere festivals geweest was. Volgens de regisseur is er echter in de markt veel belangstelling voor en moeten bij de voorstellingen soms mensen weggestuurd worden wegens plaatsruimte.

    • Hans Beerekamp