Op reis met een rillend hondje; Dagboek-aantekeningen van Friedrich Hebbel

Friedrich Hebbel: Een blinde bij zonsopgang. Vertaald, geannoteerd en van een verantwoording voorzien door Klaus Siegel. Uitg. De Arbeiderspers, 341 blz. Prijs ƒ 59,90.

Op 19 augustus 1843 noteert de Duitse schrijver Friedrich Hebbel in zijn dagboek: 'Het hele leven is een mislukte poging van het individu vorm te verwerven. Aan een stuk door spring je van de ene vorm in de andere en vind je elke vorm óf te nauw óf te wijd, totdat je het geëxperimenteer beu wordt...'

Wanneer de dertigjarige Hebbel dit schrijft, verkeert hij in een diepe crisis. Een toestand waar hij trouwens wel aan gewend is. Armoede en eenzaamheid, ziektes en depressies achtervolgen hem al jarenlang; hij leidt een bestaan in de marge van zijn tijd en is zich daar pijnlijk van bewust. Aan zijn roeping tot het schrijverschap twijfelt hij geen moment, maar daar wringt 'm nu juist de schoen. 'Mijn talent', zo luidt een aantekening uit 1837, 'is te groot om het te onderdrukken en te klein om als basis voor mijn bestaan te kunnen dienen.'

Hij leeft op de zak van een ander, een vrouw. Zijn acht jaar oudere maîtresse, de naaister Elise Lensing, ploetert dag en nacht voor hem en krijgt als beloning een stortvloed van vernederende opmerkingen over zich heen. Elke keer dat hij bij haar z'n gal gespuwd heeft hemelt Friedrich haar in zijn dagboeken op. Dan bejubelt hij haar 'onbaatzuchtigheid' en 'zielegrootheid' en nagelt hij zichzelf aan de schandpaal: 'Elise heb ik tot op het bot uitgekleed.' En als hij met Elise praat staat zijn mond in dienst van 'demonische machten'.

De germanist en publicist Klaus Siegel maakte een selectie uit Hebbels dagboeken; hij vertaalde en annoteerde de fragmenten en bundelde ze onder de titel Een blinde bij zonsopgang. Siegel laat alle wetenschappelijke objectiviteit varen zodra het onderwerp Elise Lensing ter sprake komt. Kwaad roept hij in een van zijn noten dat Hebbel Elise 'onmenselijk' behandelt omdat hij alles van haar neemt, haar geld, lichaam, goede zorgen en peptalk, zonder haar het plezier te doen met haar te trouwen. Uit de dagboekfragmenten kunnen we opmaken dat Hebbel zijn vriendin twee kinderen schenkt die onder miserabele omstandigheden ter wereld komen en sterven.

Siegels woede is dus beslist niet misplaatst, maar hij ziet over het hoofd dat de jonge Hebbel waarschijnlijk veel te radeloos was om de lasten van een huwelijk op zich te nemen. Zijn leven lang, ook nog jaren nadat hij met Elise gebroken had, trachtte hij zijn schuldgevoelens jegens haar van zich af te schrijven. Tragische vrouwenfiguren domineren zijn drama's. Judith, Genoveva, Maria Magdalena en Agnes Bernauer: niet in de laatste plaats gaan deze treurspelen over de strijd tussen de seksen.

De selectie, verschenen in de reeks Privé-domein, bevat maar weinig aantekeningen van Hebbel over diens eigen toneelwerk. Hebbel-specialisten zullen niet zoveel aan het boek hebben, maar voor alle anderen is Een blinde bij zonsopgang een mooie introductie tot het leven en werk van de belangrijkste Duitse tragedieschrijver uit de vorige eeuw. Wat de man bezielde wordt ook wel duidelijk uit zijn algemene bespiegelingen. Hebbel zag het menselijke individu als een dissonant van de schepping; alleen al zijn wil zou het evenwicht in de wereld verstoren. Zonder troost van een God de Vader worstelt de eenling zich door de geschiedenis, en hoe moediger zij of hij zich gedraagt, des te jammerlijker gaat hij ten onder.

Toch zijn Hebbels ideeën niet een en al zwartgalligheid: de literator gelooft namelijk wèl in de vooruitgang van de mensheid in z'n geheel. Vooroordelen en achterlijke tradities, zoals de uitbuiting van vrouwen, zullen uiteindelijk overwonnen worden, en de individuen die aan hun tijd te gronde gaan plaveien de weg voor een betere toekomst. Echo's van het Duitse idealisme klinken in zijn werk na, terwijl het tevens een voorbode is van de moderne psychologische en realistische toneelschrijfkunst.

Zijn tijdgenoten ontvingen Hebbels drama's lang niet altijd met gejuich. Pas in 1845, bij zijn aankomst in Wenen, overkwam de schrijver waarvan hij altijd al gedroomd had: hij werd toen ineens op handen gedragen, door progressieve jongeren die in hem een geestverwant meenden te herkennen. Niet helemaal terecht, want de angst voor radicale chaos was bij Hebbel even sterk als zijn liberale vooruitgangsgeloof.

Een zekere welstand, lezen we in zijn journalen, verwerft Friedrich pas in het laatste deel van zijn leven (hij stierf in 1863, aan de gevolgen van een reumatische aandoening die hij in zijn armoede-periode had opgelopen). Wederom is het een vrouw die hem een dak boven het hoofd geeft. In 1846 treedt hij in het huwelijk met Christine Enghaus, de ster-actrice van het Weense Burgtheater. En vanaf dat moment worden zijn notities almaar schaarser en saaier. Een tevreden mens heeft nu eenmaal minder behoefte aan een dialoog met zijn dagboek dan iemand die ongelukkig en eenzaam is.

De passages van Hebbel over zijn jeugd, over zijn vlucht uit Wesselburen en over zijn barre voetreis door Duitsland samen met zijn trouwe, rillende hondje, behoren tot de aangrijpendste van het hele boek. Maar er valt ook te genieten van geestige aforismen, van messcherpe gedachtenflitsen, van choquerende bekentenissen en van tientallen smakelijk vertelde griezelverhalen die Hebbel verzamelde zoals een ander er een postzegelcollectie op na houdt.

Duidelijk is dat hij zijn dagboeken schreef met het oog op publikatie. Uitspraken waarvan de wereld op zal kijken heeft hij altijd paraat. De 22 jaar oude en nog volkomen onbekende schrijver opent zijn allereerste journaal met de volgende hondsbrutale en ironische zinnen: 'Ik begin dit cahier niet met de vooropgezette bedoeling mijn toekomstige biograaf ermee te plezieren, ofschoon ik gezien mijn kansen onsterfelijk te worden er zeker van kan zijn dat me een biograaf ten deel zal vallen.'

Dat je als bespreker steeds opnieuw uit het boek wilt citeren ligt niet alleen aan de formuleerkunst van Hebbel zelf maar ook aan die van de vertaler. Siegel hanteert een kleurrijk soort Nederlands, waarin woorden als 'vlieden', 'fluks' en 'kalotje' de gepaste ouderwetse sfeer oproepen. Mede door dat sappige idioom is Een blinde bij zonsopgang, ondanks de hopeloze toestand waarin de dagboekenier het grootste deel van zijn leven verkeerde, opbeurende en onderhoudende lectuur.