OM vindt bewijs onvoldoende; Vrijspraak geëist in zaak balpen-moord

DEN HAAG, 23 FEBR. De procureur-generaal van het Haagse gerechtshof, M. van der Horst, heeft gisteren vrijspraak gevorderd in de zaak van de 'balpen-moord'.

De rechtbank in Den Haag had de 25-jarige J.T. vorig jaar veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. De rechtbank achtte toen bewezen dat T. in Leiden zijn moeder had vermoord door haar met een kleine kruisboog een Bic-balpen in het hoofd te schieten.

Volgens Van der Horst staat vast dat T. deel uitmaakte van een groepje middelbare scholieren dat in 1986/87 sprak over de perfecte moord. Daarbij zou zijn gesproken van het steken met een balpen door het oog van een slachtoffer. Voorts zou T. bekend zijn met de werking van een kruisboog en was hij lid van een schietvereniging. Tenslotte gaat het OM ervan uit dat T. tegenover zijn psychotherapeute heeft bekend dat hij zijn moeder had vermoord. Maar ondanks deze “elementen van overtuiging” acht het openbaar ministerie zich door het verzamelde bewijsmateriaal onvoldoende overtuigd om T. voor moord te veroordelen.

In mei 1991 trof T. zijn moeder thuis dood aan. Zij lag voorover op de grond. Uit lijkschouwing bleek dat het benige dak van het rechter oogzenuwkanaal was verbrijzeld. In het hierdoor verwijde oogzenuwkanaal lag een balpen waarvan de achterkant in de rechter oogkas en de punt in de linker achterkwab van de hersenen zat.

De politie ging al in 1991 uit van moord. Aanvankelijk zocht zij de verdachte onder de nabestaanden van het slachtoffer. Het gerechtelijk vooronderzoek leverde echter niets op. In augustus 1994 werd de politie benaderd door een therapeute die zei dat haar cliënt T. haar had verteld dat hij zijn moeder had vermoord. De moord zou zijn gepleegd door met een kruisboog een balpen in haar oog te schieten. De vrouw legde, anoniem, een verklaring tegen T. af. Gisteren is zij achter gesloten deuren door het hof gehoord. Zij herhaalde haar eerdere verklaringen. T. zou haar tijdens een behandeling hebben gezegd: “Dat mijn mammie dood is, komt door mij.”

Gezien het technisch onderzoek acht het OM het echter “aan gerede twijfel onderhevig” dat de balpen door één enkel schot in het hoofd van T.- de M. is terecht gekomen. De balpen in het hoofd van het slachtoffer was intact. Alle pennen in het technisch onderzoek die door een harde laag waren geschoten, waren op kenmerkende wijze beschadigd. Het OM sloot echter niet uit dat het slachtoffer door een schot met een kruisboog gevolgd door een duw of een val om het leven is gebracht. Maar hiervoor ontbraken de overtuigende bewijzen.

Voor de vader van T. gaat de gerequireerde vrijspraak niet ver genoeg. “Natuurlijk ben ik blij dat mijn zoon nu uit de klauwen van justitie is, maar ik wil een vrijspraak door gebleken onschuld”. De verdediging volgde hem daar in. Volgens advocate B. Ficq belaadt het requisitoir van de PG haar cliënt volledig onterecht met “de geur van schuld”. De technische proeven hebben volgens haar onomstotelijk bewezen dat mevrouw T.- de M. door een ongelukkige val om het leven is gekomen. Zij sprak van “een verkeerde inschatting” door het OM van de betrouwbaarheid van de therapeute.

Volgens de tweede advocaat, C. Raymakers, heeft de politie ernstige fouten gemaakt en had het OM selectief stukken opgenomen. Ook zou T. onrechtmatig zijn vrijheid zijn benomen. Hij vroeg het hof het OM niet ontvankelijk te verklaren. Uitspraak over twee weken.