Nieuw voorstel kabinet voor beperkte privatisering WAO

DEN HAAG, 23 FEBR. Het kabinet gaat de Tweede Kamer een nieuw voorstel over de WAO doen. Betrokken bewindslieden hebben hierover gisteren overlegd. De Raad van State bracht gisteravond een gedeeltelijk negatief advies uit over het oorspronkelijke kabinetsplan.

Het gevolg is dat het kabinet hoogstwaarschijnlijk afziet van zijn voornemen bedrijven de gelegenheid te bieden het WAO-risico geheel voor eigen rekening te nemen. Staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) legde gisteren een variant op tafel waarbij bedrijven de mogelijkheid krijgen op vrijwillige basis voor slechts een beperkte duur de uitkering van arbeidsongeschikt geworden werknemers zelf te betalen, in ruil voor lagere WAO-premies.

Hoe lang deze periode van eigen risico zal duren, staat nog niet vast. In zijn voorlopige voorstel noemde Linschoten volgens betrokkenen zowel twee, vier als zes jaar als mogelijkheid. Daarna moeten de uitkeringen via collectief betaalde premies worden betaald, een situatie die nu bestaat voor de volledige periode waarin werknemers arbeidsongeschikt zijn. Bedrijven die voor een eigen risico kiezen, kunnen dit desgewenst particulier verzekeren, zoals ze dat ook kunnen doen voor de doorbetaling tot maximaal een jaar van zieke werknemers, waartoe zij verplicht zijn.

Met het nieuwe voorstel van Linschoten wordt de privatisering van de WAO meer beperkt dan het kabinet eerder had aangekondigd. Het gaat hier om een politiek gevoelig onderdeel van het regeerakkoord. Vooral de partij van Linschoten, de VVD, hecht aan de privatisering. Het Tweede-Kamerlid Van Hoof zei vanochtend desgevraagd: “Als blijkt dat er goede argumenten zijn om van het kabinetsplan af te stappen, moeten we daar naar luisteren. Maar ik wil wel de alternatieven toetsen aan de doelstellingen van het regeerakkoord.” VVD-leider Bolkestein noemde deze week de WAO als een van de onderdelen waarvoor het kabinet het regeerakkoord moet vernieuwen.

Tot de doelstellingen van het regeerakkoord behoort een besparing op de WAO-uitgaven van 750 miljoen gulden in 1998. Volgens betrokkenen is deze besparing ook met de nieuwe voorstellen haalbaar. Dit komt vooral doordat het belangrijkste onderdeel van het oorspronkelijke WAO-plan wel overeind is gebleven en ook niet op essentiële kritiek in het nog geheime advies van de Raad van State is gestuit. Dit onderdeel betreft de zogenoemde premiedifferentiatie. Deze leidt ertoe dat de WAO-premies per bedrijfstak en bedrijf gaan verschillen. Nu is de collectieve premie voor iedereen gelijk. Volgens het kabinetsvoorstel worden de premies per bedrijfstak en daarbinnen per bedrijf hoger naarmate zo'n sector meer arbeidsongeschikten telt. Volgens berekeningen die in het kabinet circuleren levert deze premiedifferentiatie al 80 procent op van de beoogde besparing op de WAO. Van een ongeclausuleerde premiedifferentiatie zal geen sprake zijn, omdat dit in een bedrijfstak als de bouw tot te hoge premies zou leiden.