Kamer wil uitleg over rol van Sorgdrager

DEN HAAG, 23 FEBR. De Tweede Kamer wil van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden een toelichting krijgen op de conclusies over de tegenstrijdige verklaringen die minister Sorgdrager (Justitie) en de Haagse hoofdofficier van justitie Blok aflegden tijdens de openbare verhoren in november. Dit blijkt uit de bijna duizend schriftelijke vragen die de Kamerfracties gisteren hebben ingediend bij de commissie.

De VVD-fractie vindt dat minister Sorgdrager gespaard wordt in de conclusie van de commissie-Van Traa. “Bij de controverse laat de commissie niet alleen de waarheid in het midden: ze concludeert zelfs dat wat Sorgdrager zegt juist is. Kan de enquêtecommissie deze tweeslachtigheid nader uitleggen?”, zo schrijft de VVD. Tijdens de verhoren legden Blok en Sorgdrager verschillende verklaringen af over een onderling gesprek over het doorlaten van harddrugs door de Haagse politie. Sorgdrager kon zich dat niet meer herinneren.

Een meerderheid van de Kamer heeft ook kritiek op Sorgdrager omdat zij op de eerste dag van haar ministerschap haar ambtenaren toestemming gaf een criminele informant van de politie twee miljoen gulden te geven. De informant, die door zijn werk in levensgevaar verkeerde, had dat geld nodig om met zijn gezin in het buitenland een nieuw leven te beginnen.

De PvdA-fractie heeft twijfels over het advies van de commissie om de politie niet langer verdovende middelen op de markt te laten brengen, met het oog op de ontmanteling van grote misdaadorganisaties. D66 is tegen een verbod op het doorlaten van drugs. Met het CDA neigt daarmee een Kamermeerderheid ernaar het doorlaten van drugs toe te laten als opsporingsmethode. De commissie vindt alleen de doorlating van een enkele proefzending softdrugs aanvaardbaar.