Hutu's in oorlog met lokale bevolking Zaïre

NAIROBI, 23 FEBR. Extremistische Hutu-vluchtelingen uit Rwanda zijn in Oost-Zaïre verwikkeld geraakt in een oorlog met plaatselijke bewoners, leden van het Hunde-volk. In de wetenschap dat zij nooit meer naar Rwanda kunnen terugkeren zonder te worden gestraft wegens hun rol in de genocide van 1994, willen deze extremistische Hutu's in Oost-Zaïre een permanente woonplaats voor zichzelf creëren. Bij de eind vorig jaar begonnen gevechten zijn 150.000 mensen, in overgrote meerderheid Hundes, ontheemd geraakt in de regio rond Masisi, 50 kilometer van de Zaïrese grens, aldus een woordvoerder van het Rode Kruis.

Al sinds de jaren dertig emigreerden zowel Hutu's als Tutsi's uit Rwanda naar het onderbevolkte Oost-Zaïre. De laatste jaren ontstonden er echter problemen tussen het plaatselijke Hunde-volk en inmiddels twee miljoen immigranten. De Hundes zijn nu in de minderheid.

Bij gevechten tussen Hundes en Rwandese immigranten in 1993 vielen tussen de 5.000 en 20.000 doden en werden 200.000 mensen ontheemd. De komst van nog eens anderhalf miljoen Rwandese Hutu's naar het Zaïrese grensgebied in 1994 gaf het conflict een geheel nieuwe dimensie. Naar schatting 100.000 tot 250.000 van deze vluchtelingen namen deel aan de moordpartijen in Rwanda. In de laatste weken voerden de autoriteiten van Zaïre, Tanzania en Burundi - met stilzwijgende medewerking van buitenlandse hulporganisaties - de druk op de Hutu-vluchtelingen op om terug te keren naar Rwanda. Leden van het voormalige Rwandese regeringsleger en van de extremistische Hutu-militie Interahamwe onder de vluchtelingen weten dat ze bij terugkeer worden gearresteerd. Zij sloten daarom een verbond met de al generaties in Oost-Zaïre wonende Hutu's en begonnen landinwaarts een oorlog tegen de plaatselijke Hundes.

De Hundes lijken veelal het onderspit te delven. Zij worden van hun land verdreven. Extremistische Hutu's voeren eveneens aanvallen uit op Rwandese immigranten die niet wensen mee te werken aan de acties tegen de Hundes. Tienduizenden Tutsi's onder deze immigranten werden de afgelopen weken al naar Rwanda verdreven. De Hundes en de Rwandezen leven nu rond Masisi van elkaar gescheiden in etnische enclaves.

Beide groepen bereiden zich voor op nieuwe veldslagen. Onafhankelijke bronnen in het gebied spreken van een uiterst explosieve situatie. De Rwandezen beschikken over modern wapentuig terwijl de Hundes met speren en kapmessen moeten vechten. De Hundes klagen over corrupte soldaten van het Zaïrese leger die tegen betaling de extremistische Hutu's helpen.

Nieuwe grootschalige vluchtelingenstromen in het Gebied van de Grote Meren liggen in het verschiet. Terwijl de Rwandese Hutu's die schuldig zijn aan de genocide met geweld voor zichzelf een veilig heenkomen proberen te creëren in Oost-Zaïre, zullen de overige vluchtelingen bij de grens worden gedwongen te vertrekken. Tanzania, met ongeveer 700.000 vluchtelingen, kondigde onlangs aan dat dezen “zo snel mogelijk moeten vertrekken”. Tanzania verbood deze maand de politieke partij van de vluchtelingen, de Vereniging voor de Terugkeer en Democratie (RDD), en arresteerde 160 RDD-leiders die de vluchtelingen juist aanmoedigen om te blijven. In Burundi (ruim 100.000 vluchtelingen) begonnen leger en regering een actie in de vier vluchtelingenkampen, waarna de afgelopen week 2.500 Hutu's naar Rwanda trokken.

De kampen met ruim één miljoen Hutu-vluchtelingen in het grensgebied van Oost-Zaïre zijn uitgegroeid tot ware steden, met scholen, bars, winkels, kapsalons, bioscopen, hotels en fotostudio's. Die infrastructuur willen de Zaïrese troepen nu ontmantelen door de kampen te omsingelen en iedere economische activiteit te verbieden.

Binnen de donorgemeenschap deelt men de visie van Zaïre, Tanzania en Burundi dat druk nodig is om de Hutu-vluchtelingen te bewegen te vertrekken. Vooral de arrestatie van RDD-leiders achten hulpverleners van cruciaal belang. Deze leiders moedigden, toen zij nog het oude regime van Rwanda vertegenwoordigden, uit politieke overwegingen de Hutu's aan massaal naar de buurlanden te vluchten. Zolang het nieuwe regime aan de macht blijft in Rwanda, is een terugkeer van de vluchtelingen niet in het belang van deze leiders. Het UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, ontvangt bovendien nauwelijks meer fondsen van zijn donoren voor de vluchtelingenkampen.

Amnesty International waarschuwde deze week in een rapport “dat de massale terugkeer van vluchtelingen naar Rwanda en Burundi tot nieuwe grootschalige schendingen van de mensenrechten kan leiden”. In Burundi heerst een burgeroorlog en Rwanda ontbreekt het aan een professionele burgerpolitie, een gerechtelijk apparaat en opgeleide gevangenisbewakers. In overvolle Rwandese gevangenissen wachten 66.000 verdachten van de volkerenmoord op hun proces. Er is sinds de genocide echter nog niemand berecht.

Bij afwezigheid van een door burgers gecontroleerd veiligheidsapparaat in Rwanda oefent het nieuwe regeringsleger de macht uit. Van een door hogerhand geleide campagne van dit door Tutsi's gedomineerde leger tegen Hutu-burgers is geen sprake. Maar talrijke van deze soldaten, van wie in 1994 gehele families werden afgeslacht, lopen rond met niet verwerkte wraakgevoelens tegen Hutu's.