Grauwsluier over Coolsingel wordt alleen maar dichter

ROTTERDAM, 23 FEBR. Op oud-vakbondsleider Jaap van de Scheur kun je altijd rekenen om na uren gekibbel in de Rotterdamse gemeenteraad voor een eenvoudige samenvatting te zorgen. “Zeg nou eens gewoon wat jullie willen. Ik snap er geen mallemoer meer van.”

Waar ging het om, gistermiddag aan de Coolsingel? Het vertrouwen tussen de coalitiepartners PvdA, D66, GroenLinks, VVD en CDA? De wijze van opereren in het recente verleden rond het referendum en de stadsprovincie? De toekomstige politiek ten opzichte van de randgemeenten? De kwaliteit van de CDA-aspiranten voor de vacante portefeuille haven en financiën van aftredend wethouder Smit? Of gewoon om extra wethouderszetels?

De bedoeling van de linkervleugel van de brede coalitie was in elk geval zonneklaar: het CDA moest uit het college van B en W worden gewerkt, de VVD van het CDA worden losgeweekt. Het eerste lukte gisteravond, het tweede laat nog op zich wachten.

Havenwethouder R. Smit heeft zijn partij het CDA geen dienst bewezen. Hij bevestigde maandag af te treden omdat zijn coalitiegenoten hem geen perspectief meer boden op een stadsprovincie. De PvdA-wethouders Simons en Kombrink verweten Smit op hun beurt dat hij tegen alle afspraken in een resolutie van zijn partij had gesteund waarin de CDA in de Tweede Kamer bij het debat over de stadsprovincie werd opgeroepen voor een opdeling van Rotterdam te stemmen.

Aan het Rotterdamse CDA de keus. Ofwel men begaf zich regelrecht naar de oppositiebanken door zich aan te sluiten bij Smits standpunt. Ofwel men nam opportunistisch afstand van de eigen wethouder door met het college van B en W te constateren dat Rotterdam voorlopig geen initiatieven moest nemen in de richting van een stadsprovincie.

Na aanvankelijk dicht tegen Smit te hebben aangeschurkt, kroop CDA-fractieleider D. Dekker in de avonduren met opmerkelijke verbale souplesse terug naar de coalitiepartners. Het was het CDA toen duidelijk dat de VVD, zonder wie de stad onbestuurbaar wordt, zich achter het college schaarde. Zo slaagde Dekker erin de afwijzing door de coalitiepartners eerder te laten klinken als een rauw machtswoord dan als oprechte verontwaardiging over het gedrag van een trouweloze coalitiegenoot.

De VVD speelde hard to get door vast te houden aan de samenwerking met het CDA, en tegelijk het collegestandpunt te onderschrijven. Zo bleef de partij solidair met het CDA, waarmee de partij in het hele traject van het Rotterdamse referendum tot het sneuvelen van de stadsprovincie gezamenlijk was opgetrokken. Ook kan deze middenpositie nog van nut zijn in de portefeuille- en stoelendans die nu begint.

Blijft het VVD binnen het college, dan kunnen de coalitiepartners oogsten. Gezien de verhoudingen tussen de resterende coalitiegenoten - PvdA twaalf zetels, D66 zeven, VVD zes en GroenLinks drie - lijkt het logisch dat de PvdA drie, D66 en VVD twee en GroenLinks één zetel krijgt in het nieuwe college van B en W. Dat betekent voor alle partijen behalve GroenLinks een wethouder extra.

Daarbij valt wel het een en ander uit te leggen. In 1994 besloot men in plaats van negen slechts zes wethouders te benoemen. Het ambtelijk apparaat moest immers inkrimpen, en dan is het fraai om aan de top te beginnen. “De trap van bovenaf schoon vegen”, heet dat in Coolsingel-jargon. Een populair tegenargument luidt momenteel dat de werkdruk van de zittende wethouders te groot is en zij zich onvoldoende onder het volk kunnen begeven. Zo kan de coalitie het stof weer op de bovenste treden van de trap laten neerdalen om de kloof tussen bestuur en burger te dichten.

Over kandidaten werd in de koffiekamer van de raadszaal druk gespeculeerd. De één had raadslid Janssens van de VVD en de fractieleiders Kuijper van de PvdA en Ravestein van D66 onlangs zien antichambreren met burgemeester Peper. Alledrie waren gisteren tijdens het debat inderdaad in grote vorm. Een ander wist dat PvdA-wethouder Kombrink eindelijk de haven zou bemachtigen, een portefeuille die hem in 1990 door zijn eigen partij was ontzegd. En zo waren er nog veel meer scenario's.

De onttakeling van het Rotterdamse bestuur is gisteravond in elk geval weer een stapje voortgeschreden. Het raadsbrede college beloofde in 1994 voor de politieke stabiliteit te zorgen om de grote sociale, economische, bestuurlijke en ruimtelijke problemen van de stad aan te pakken. Daarna hobbelde de raad van incident naar incident.

Wellicht kunnen nieuwe wethouders verbetering brengen in de verzuurde verhoudingen binnen het college van B en W. En gaan de zittende burgemeester en wethouders meer tijd in de stad en minder in de onderlinge machtsstrijd steken. Maar voorlopig wordt de grauwsluier die over de Coolsingel hangt alleen maar dichter.