'Gratis heroïne verstrekken onethisch'; Zwitserse psycholoog Aeschbach over verslaving

AMSTERDAM, 23 FEBR. Een overheid die gratis heroïne verstrekt aan verslaafden laat hen stikken, vindt de Zwitserse psycholoog dr. E. Aeschbach. “Zij zegt daarmee: wij geven u op, blijf maar verslaafd. Zij impliceert ook dat heroïne een aanvaardbaar genotmiddel is, want zij verstrekt het.” Het plan van minister Borst (Volksgezondheid) vijftig langdurig verslaafden onder strenge voorwaarden gratis heroïne te verstrekken, vindt Aeschbach verwerpelijk. Hij was deze week in Nederland om zijn kritiek op het experiment uit te leggen aan Kamerleden van het CDA. Zij zouden zijn argumenten kunnen gebruiken tijdens de behandeling in de Kamer van de drugsnota, waarin het experiment wordt voorgesteld.

Aeschbach geeft sinds tien jaar psychotherapie aan heroïne-verslaafden in Zürich. De Zwitserse regering verstrekt in die stad al drie jaar gratis heroïne aan honderden langdurig verslaafden. Eind vorig jaar kwam de Nederlandse Kamercommissie voor Justitie enthousiast terug van een bezoek aan dit project. Ook voor Nederlandse langdurig verslaafden met een zeer slechte gezondheid, in een volgens minister Borst “uitzichtloze situatie”, zou dit de oplossing zijn.

Aeschbach bestrijdt dit. “Uitzichtloze situaties bestaan niet. Bovendien is het oogmerk van het project mislukt: de controle op het heroïnegebruik van die verslaafden. De voorwaarden voor participatie worden steeds soepeler - de verslaafden mogen nu illegale, onzuivere heroïne èn cocaïne erbij gebruiken. Het is een glijdende schaal.” Zijn organisatie, de Zwitserse Jeugdvereniging Tegen Drugs, heeft 100.000 handtekeningen verzameld voor zijn wetsvoorstel om een einde te maken aan het gedoogbeleid voor drugs. Dat zijn er genoeg om een volksstemming af te dwingen.

De Zwitserse en Nederlandse overheden maken volgens Aeschbach een denkfout. “Juist de beschikbaarheid van heroïne bepaalt of mensen verslaafd raken. Die moet worden teruggedrongen. Onze regering heeft lange tijd de illegale verkoop van heroïne door de vingers gezien, waardoor het gebruik toenam.” Hij erkent dat ook sociale druk en individuele zwakte een rol spelen bij iemands beslissing om aan heroïne te beginnen.

Nu de overheid gratis heroïne vertrekt, verdwijnt het taboe erop, zegt Aeschbach. “De hele samenleving, je ouders, je vrienden, je baas, moeten duidelijk maken dat heroïne giftig is. Gevaarlijk. Welke potentiële drugsgebruiker zal dat geloven als het nota bene bij de overheid te krijgen is?” Verslaafden die in zijn praktijk komen, vertellen hem dat zij alleen deelnemen aan het overheidsproject omdat de heroïne gratis is. “Zij komen daar niet om af te kicken of op het goede pad te geraken.”

Maar de eerste prioriteit van de Zwitserse overheid is ook niet om verslaafden te laten afkicken. De artsen verstrekken heroïne juist aan de groep bij wie een afkick-programma al verschillende malen is mislukt, zegt W. Buisman, hoofd drugspreventie van het Jellinek-Kliniek in Amsterdam en voorstander van het project. “Dat is de groep met wie geen land meer is te bezeilen.” In Nederland zijn dat er 5.000. Het project is bedoeld om verslaafden een menswaardiger bestaan te geven, mét heroïne. De cliënten moeten zich drie keer per dag melden en toezeggen geen andere drugs te kopen.

In die verplichtingen zit een probleem, zegt Aeschbach. “Juist degenen die het langst verslaafd zijn, vallen uit dit project in Zürich. Je kunt van een verslaafde gebruiker niet verwachten dat hij op tijd komt en zijn beloftes nakomt.” Volgens hem heeft de leiding van het project de regels na verloop van tijd versoepeld, om dìe verslaafden erbij te houden. “Zij zeggen: 'de verslaafden gebruiken illegale cocaïne en heroïne erbij, dus moeten wij dat toestaan. Zij willen thuis gebruiken, dus moeten we misschien de heroïne meegeven'.”

“De leiding verliest de beoogde controle op de handel en wandel van de cliënten, laat staan dat er nog sprake is van een wetenschappelijk experiment.” Aeschbach vreest dat het driejarige project nooit zal worden stopgezet: “Straks zegt de overheid dat het onethisch is om te stoppen met de heroïneverstrekking, omdat de verslaafden ervan afhankelijk zijn.” Ook is hij bang dat het project een stap is naar de legalisering van harddrugs.

Hoe zou het volgens Aeschbach moeten met de onverbeterlijke verslaafden? “Allereerst moet de illegale verkoop van heroïne niet worden gedoogd.” Hij stelt voor verslaafden gedwongen te laten afkicken, ook al is dat duur. Aeschbach: “Een budget ervoor vrijmaken is een kwestie van prioriteiten stellen.” Het lichamelijk afkicken is volgens hem noodzakelijk omdat verslaafden pas helder kunnen denken over wat zij willen, nadat zij fysiek niet meer verslaafd zijn. “Dan begint het echte proces: afscheid nemen van het verslavende gebruikerscircuit, het zoeken naar werk, discipline en een zinvol bestaan. Daarin moeten zij intensieve begeleiding krijgen èn worden gecontroleerd.” Toch is deze methode met name bij langdurig verslaafden in veel landen op niets uitgelopen. Volgens Aeschbach ligt dat aan het ontbreken van de randvoorwaarden voor afkicken: “Heroïne moet niet beschikbaar zijn en mag niet worden gedoogd.”

    • Frederiek Weeda