Gijs Assmann

T/m 13 maart in galerie De Praktijk, Lauriergracht 96 Amsterdam, wo t/m za 13-18u, zo 3 mrt 14-17u. Prijzen van ƒ 425 tot ƒ 12.000.

De eerste solo-expositie van de beeldhouwer Gijs Assmann (1966) is een opmerkelijk debuut. Assmann, die na de Rijksacademie in Amsterdam een tijdje in het Europees Keramisch Werkcentrum verbleef, werkt in klei. Geen makkelijk materiaal, gezien de soms manshoge afmetingen van zijn beelden. Assmanns figuratieve sculpturen thematiseren een blijmoedige morbiditeit. Het beste voorbeeld daarvan is Wiske (1994), een levensgrote portretkop van dit stripfiguurtje, compleet met het karakteristieke staartje bovenop haar hoofd. Maar de welbekende trekken zijn als een gordijn weggetrokken, en daaronder zien we de holle ogen, de gapende neusholte en de ingevallen wangen die haar uiteindelijk zullen tekenen. Deze grijnslachende spookverschijning stemt vrolijk, mede door haar meisjesachtige violette glazuur; ongeveer zoals de skeletjes van suikergoed die in Zuidamerikaanse landen op Dodendag te koop zijn.

Vlak naast Wiske staat, op een sokkel, een kunstig opgestapelde toren van fruit. De appels, peren en ananas vormen een Archimboldo-achtig gezicht, maar dat is niet het belangrijkste. De aantrekkelijk zilverachtig glimmende vruchten - het beeld heet The Tempter, de verleider - zouden een perfect barok tafelstuk vormen, ware het niet dat de vruchten hier en daar zijn aangevreten. Onmiddellijk schieten Eva en haar appel je te binnen, en wordt het pronkende ding geen teken van welvaart, maar symbool van verval: vanitas.

Klassieke genres komen vaker voor in Assmanns werk, zo blijkt ook uit Feeërie (1995). Dit bijna manshoge fantasiedier is rechtstreeks afgeleid van het waterspuwende monstertje (de gargouille) dat op de buitenmuren van gotische kathedralen te vinden is. Alleen hangt hij nu niet naar beneden, maar zit rechtop, met de kop klaaglijk in de nek gegooid. Aan een zijde is hij fel geel, aan de andere zwart, waardoor hij tegelijk een abstracte aanblik biedt. Ook ontleend aan de kunstgeschiedenis zijn de portretten van vier gemoedstoestanden: lachen, huilen, boos zijn en provoceren (door de tong uit de steken).

De koppen zijn overgoten met een kleurig maar mat glazuur waardoor ze van polyester lijken. Hun overdreven, bijna karikaturale fysionomie herinnert aan de vreemde sculpturen van de negentiende-eeuwse kunstenaar Messerschmidt. Samen met de spontane, losjes gemaakte tekeningen vormen de sculpturen een beeldschone expositie. Er is maar één ding op aan te merken: de beelden zijn te hoog geprijsd voor een beginnend kunstenaar. Dat is jammer, omdat zijn werk juist jongere kopers aan zal spreken.