Gevolg van operatie-Victor; Drugsoverlast is nu opgeschoven naar het zuiden

DEN HAAG, 23 FEBR. De harde aanpak van de drugsoverlast in Rotterdam heeft het probleem in zuidelijke richting verschoven.

Dit schrijven de ministers Borst (Volksgezondheid) en Sorgdrager (Justitie) en staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) in hun antwoord op Kamervragen over de drugsnota.

Sinds het begin van de 'operatie-Victor', zoals de Rotterdamse politie de planmatige actie tegen drugsoverlast noemt, hebben politie en vreemdelingendiensten steeds meer drugstransacties en overlast geconstateerd langs de wegen tussen Rotterdam en Noord-Frankrijk. Met name de gemeenten Breda en Terneuzen hebben te kampen met meer overlast dan voorheen. Het is volgens de bewindslieden moeilijk aan te tonen of de verschuiving een direct gevolg is van het politie-optreden in Rotterdam.

Tijdens de operatie-Victor zijn tussen juli vorig jaar en januari van dit jaar bijna 3.400 mensen aangehouden. In meer dan eenderde van de gevallen ging het om overtredingen van de Opiumwet. De politie arresteerde aanvankelijk wekelijks tweehonderd personen. Dat aantal ligt nu rond de vijftig per week. De actie heeft aantoonbaar geleid tot vermindering van de overlast in vooral een aantal oude stadswijken en het centrum, schrijven de bewindslieden. Bij operatie-Victor tegen drugstoeristen, drugsrunners en -dealers, komen de arrestanten veelal uit Frankrijk en Noord-Afrika.

Justitie zal drugstoeristen die hier strafbare feiten plegen, streng vervolgen en uitzetten, zo schrijft het kabinet. Het openbaar ministerie en de rechter hebben in 1994 2.200 Opiumwet-zaken afgedaan tegen mensen die in het buitenland wonen (drugstoeristen). Bijna 4.800 zaken betroffen verdachten die in Nederland wonen, maar in het buitenland zijn geboren.

Het kabinet verwacht dat de drugscriminaliteit zal verminderen door de hardere aanpak. Ook gaat er een preventieve werking vanuit. “Zodra duidelijk is dat men in Nederland niet ongestraft strafbare feiten kan plegen als drugsverslaafde, is de verwachting dat men minder snel geneigd zal zijn naar Nederland af te reizen.”

Het toekomstige experiment met vrije verstrekking van heroïne aan zwaar verslaafden in Rotterdam heeft grote belangstelling van gemeenten, zo schrijven de bewindslieden. De gemeenten Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Deventer, Apeldoorn, Epe, Zutphen, Maastricht, Arnhem, Heerlen, Enschede, Haarlem en Groningen hebben zich voor een experiment aangemeld.

Het experiment dat in Rotterdam wordt gedaan is overigens een voorstudie, waaraan vijftig verslaafden deelnemen. Aan de hand van dat onderzoek wil de regering bepalen welke voorwaarden moeten worden gesteld aan kandidaten voor het uiteindelijke experiment, zoals leeftijd, duur van de verslaving en het aantal pogingen om af te kicken.

Het definitieve experiment zal ongeveer achthonderd personen omvatten, zo schrijft het kabinet. Dat aantal komt overeen met het wetenschappelijke heroïne-experiment dat sinds 1994 in een aantal Zwitserse steden wordt gehouden. De eerste resultaten daarvan wezen eind vorig jaar op een verbeterde maatschappelijke situatie en een betere gezondheid van de verslaafden.