Gestampte parels; Mauritshuis-directeur F.J. Duparc over de Vermeer-tentoonstelling

Voor de Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis, die op 1 maart open gaat, zijn nu al bijna 300.000 kaarten verkocht. In de Amerikaanse pers viel de term hysterie voor deze reizende tentoonstelling van 22 doeken. “Ik noem het geen hysterie, maar groot enthousiasme voor een zeldzame gebeurtenis”, zegt F.J. Duparc, directeur van het Mauritshuis.

Johannes Vermeer. Van 1/3 tot 2/6. Mauritshuis, Den Haag. Voorverkoop individuele bezoekers in Nederland bij de 150 VVV-Bespreekburo's. Groepen kunnen schriftelijk of per fax bestellen bij Stichting Promotie Den Haag, Postbus 85456, 2508 CD Den Haag. Tel. 070-3618802. Fax. 070-3617915.

Hortend en stotend rijdt er een kraanwagen over de Haagse Hofvijver. De ijskorst is weggezaagd om plaats te maken voor een enorm ponton. Met de behendigheid waarmee winkelschappen worden gevuld, legt de kraandrijver de laatste vlonders neer. Nog even en het grondoppervlak van het naburige Mauritshuis is driemaal zo groot als nu.

Dit drijvende paviljoen met zijn overdekte promenade moet vanaf 1 maart meer dan 300.000 mensen de weg wijzen naar 'the show of the century', aldus Amerikaanse kranten: Een piepkleine tentoonstelling in het Mauritshuis van 22 schilderijen van Johannes Vermeer (1632-1675). Het is diens eerste 'grootschalige' overzicht sinds 1696, toen uit de nalatenschap van Jacob Dissius, schoonzoon van Vermeers mecenas Pieter van Ruijven (1624-1674), 21 Vermeers in Amsterdam werden geveild.

Dezelfde tentoonstelling trok in de National Gallery of Art in Washington ondanks sluitingsdagen door de begrotingscrisis, de afgelopen maanden 327.000 bezoekers. Het Mauritshuis verkocht inmiddels 295.000 toegangskaarten, waarvan bijna 100.000 in Frankrijk. “In Italië, Duitsland en Engeland wordt men nu pas wakker”, vertelt F.J. Duparc, directeur van het Mauritshuis, waar afgelopen donderdag de eerste twee Vermeers uit Washington arriveerden. “En de boekingen in Nederland liepen zo hard, dat de computers het even niet konden verwerken.” Sinds november is het dagelijks aantal reserveringen opgelopen van 900 naar circa 2.500. Zo'n vierduizend mensen verwacht het museum elke dag over de vloer te krijgen.

Tien musea en twee particuliere collectioneurs, onder wie de Britse vorstin, hebben hun Vermeer(s) afgestaan. Voordat het zo ver was, moesten vijf, zes bezoeken aan de Staatsmusea van Berlijn en het Louvre in Parijs worden afgelegd. Het Louvre bleek uiteindelijk bereid De Kantwerkster uit te lenen, maar niet De Astronoom.

Over “de zware eisen” van de bruikleengevers wil Duparc alleen kwijt dat “op dit topniveau ook topcondities gelden”. Het museum kon goede klimatologische omstandigheden en uitgebreide bewaking bieden. Over de exacte samenstelling van het budget - zeven miljoen gulden voor verzekering, transport, bewaking, catalogus, paviljoen en promotie - wil Duparc evenmin veel prijsgeven. “We zullen zeker niet in de rode cijfers terecht komen. Daarvoor is een te behoudend financieel beleid gevoerd.”

Eén ding moet hem van het hart: “Jammer dat het Kunsthistorisches Museum in Wenen uitgerekend Vermeers allegorie De Schilderkunst niet in bruikleen wilde afstaan.” Vergeefs is herhaaldelijk op en neer gereisd, vergeefs is restauratie van dit doek aangeboden, want er waren wat problemen met de hechting van de verf. Het mocht niet baten. “Wenen is nu net zelf aan de restauratie begonnen. Spijtig dat het museum dat niet drie jaar eerder heeft gedaan.”

Gelukkig staan daar zes Amerikaanse bruiklenen tegenover, en niet te vergeten de Schrijvende vrouw met dienstbode. Het werd in 1974 en in 1986 gestolen uit de collectie van Sir Alfred Beit in Russborough bij Dublin. In 1990, toen de tentoonstelling al in voorbereiding was, rekende niemand er meer op dat het nog eens na een roof zou worden teruggevonden. Toch dook dit doek weer op, in de kofferbak van een Ierse auto in Antwerpen. En wat het Musicerend Trio betreft, in maart 1990 ontvreemd uit het Isabelle Stewart Gardner Museum in Boston; elke hoop op terugkeer lijkt inderdaad vervlogen. “Het onderzoek is op dood spoor”, hoorde Duparc in Washington.

Woonpaleisje

De Haagse tentoonstelling zal in diverse opzichten verschillen van de Amerikaanse presentatie. “Het was een overweldigende gebeurtenis om de Vermeers daar bijeen te zien, maar de 17de-eeuwse schilderijen laten zich toch beter combineren met de intimiteit van dit 17de-eeuwse woonpaleisje. Het Mauritshuis heeft stoffen wanden, in plaats van de koudere, stenen wanden in de National Gallery. Hier zal ook de mengeling van dag- en kunstlicht de doeken ten goede komen. In Washington was alleen kunstlicht. Het licht hier zal milder zijn, het laat een zekere mystiek van de doeken intact, die bij kunstlicht verloren gaat.

“Vermeers Gezicht op Delft bijvoorbeeld reageert op de weersgesteldheid. Op een grijze dag als vandaag doet dit doek als het ware mee. Ik zal trouwens blij zijn als het hier weer terug is. Dit schilderij slaat werkelijk alles. De lucht, het water, het perspectief, de scheepvaart, de bloeiende stad, de glorie van de 17de eeuw: het komt er allemaal in samen. Het straalt waarachtig licht uit.”

Elk van de 22 Vermeers reist dezer dagen afzonderlijk naar Schiphol in een schokvrije, klimatologisch gereguleerde kist onder toezicht van een of twee begeleiders. Een vertegenwoordiger van de bruikleengever, van het afscheidnemende museum en het ontvangende museum stellen veelal gezamenlijk vóór en na elk transport een conditierapport op. Een datalogger, ingebouwd in de zogenaamde 'micro-climate box', een perspex omhulsel van het schilderij, registreert temperatuur, vochtigheid en schokken. Ook tijdens de tentoonstelling zullen deze gegevens regelmatig per computer worden gecontroleerd.

Kan dit type schilderij, zeldzaam en kwetsbaar, niet beter thuis blijven? Duparc: “Hier langs het museum rijden dagelijks vrachtwagens die trillingen veroorzaken. Jaarlijks krijgt een museum als het Rijksmuseum een miljoen mensen op bezoek, ook dat heeft invloed op een doek. Wist u dat de behandeling door mensenhanden meer schokken oplevert dan een vliegtuiglanding? Nee, over de reisvaardigheid maak ik me geen zorgen, temeer omdat 17de-eeuwse meesters hun doeken grondig prepareerden en uitstekende materialen gebruikten. Daarom zien deze werken er na drie eeuwen vaak nog zo prachtig uit.”

Koekblik

Behalve een informatiebalie en een fors restaurant, waar groepen in de vroege ochtenduren ook Vermeer-ontbijten kunnen boeken, zal het drijvende paviljoen een museumwinkel vol souvenirs huisvesten. Duparc heeft het veto-recht over keuze en vormgeving van de Vermeer-souvenirs: “Wij zijn minder kritisch geweest dan de Amerikanen. Zij wilden beslist geen Vermeer-horloge, wij wèl. Op het affiche mochten geen letters in de afbeelding van het schilderij worden verwerkt. Daar hebben wij geen moeite mee.”

Behalve uurwerken en flessen wijn met een Vermeer-etiket biedt de winkel 17de-eeuwse glaskopieën, een Vermeer-koekblik, een Vermeer-shawl en vooral veel parels, inclusief replica's van de oorhangers die het Meisje met de parel draagt. Over dit portret schreef Jan Veth begin deze eeuw 'dat het uit stof van gestampte paarlen saamgesmolten lijkt.' De Haagse verzamelaar A.A. des Tombe moest er in 1881 op een Haagse veiling twee gulden en dertig cent, inclusief opgeld, voor neertellen. Twintig jaar later schonk hij het aan het Mauritshuis.

Eigenlijk is de massale toeloop voor die Vermeer-tentoonstelling pure hysterie, schreef een Amerikaanse journalist. Vanwaar dat gedoe als er in New York en Washington altijd al acht Vermeers te zien zijn?, vroeg hij zich af. “Ik noem het geen hysterie, maar groot enthousiasme voor een zeldzame gebeurtenis”, meent Duparc. “Straks hangt hier meesterwerk naast meesterwerk. Afgezien van zeldzaamheid en schoonheid, spelen zuiverheid en toegankelijkheid een belangrijke rol. Veel mensen herkennen die kwaliteiten bij Vermeer. Bovendien zal het geheel veel meer zijn dan de som der delen.”

Duparc hoopt dat de tentoonstelling verder kunsthistorisch onderzoek zal stimuleren. Misschien duikt op een dag nog eens Vermeers zelfportret op, waar archieven melding van maken. “Waarom niet? In 1973 kwam er ook nog een goudechte Rembrandt te voorschijn.” Plannen voor een toekomstige, vergelijkbaar project heeft hij niet, of het moet de presentatie 'Hofkunst ten tijde van Frederik Hendrik en Amalia van Solms' zijn, gepland voor 1997/1998.

Of Duparc dan nog directeur van het Mauritshuis (35 medewerkers) is, lijkt twijfelachtig. In kunsthistorische kringen wordt hij genoemd als opvolger van Henk van Os, algemeen directeur van het Rijksmuseum. “Amerikaanse journalisten vroegen me daar ook al naar. Ik kan er niet veel anders over zeggen dan dat ik het in het Mauritshuis uitstekend naar mijn zin heb. Een uniek museum met een unieke staf en uniek gezelschap vrijwilligsters in de winkel, die nu ook weer veel werk verzetten zonder ooit te klagen.

“Ik ben zeer tevreden. Dat was anders toen ik in de kunsthandel werkte. Drie nuttige, leerzame jaren, waarin veel contacten zijn gelegd, maar waar het werk me geen voldoening gaf. Je loopt de benen uit je lijf om een schilderij in huis te halen. En daarna loop je weer de benen uit je lijf om het de deur uit te krijgen. Het enige wat rest is een positief saldo. Maar als het Mauritshuis een schenking krijgt zoals onlangs De Vioolspeelster, een doek van Gerrit van Honthorst (1590-1656), dan weet ik dat zo'n schilderij hier voortaan zal blijven, en dat daarmee iets belangrijks aan ons cultureel erfgoed is toegevoegd. Dat geeft veel voldoening.”

    • Marianne Vermeijden