Einde volksleger

MET EEN AANTAL JAREN achterstand op zijn bondgenoten past Frankrijk zijn defensie aan bij de toestand van ontspanning die met het einde van de Koude Oorlog is ingetreden. De massale verdedigingsmachine gevuld met dienstplichtigen wordt ontmanteld en nieuwe professionele strijdkrachten worden uitgerust als snelle-reactiemacht voor conflictdempende taken buiten de eigen regio. De nucleaire afschrikking, decennia lang het paradepaard van de Franse defensie, blijft intact, maar zal eveneens aan de eisen van de tijd worden aangepast. De defensie-industrie, in Franse ogen voorwaarde voor een onafhankelijke verdediging, wordt gestroomlijnd en gereedgemaakt voor verdergaande Europese samenwerking.

Met zijn maatregelen kiest president Chirac voor de aanloop naar een Europese verdedigings- en veiligheidspolitiek. Er van uitgaande dat de veiligheidsrisico's voor Europa in de toekomst eerder in het zuiden dan in het oosten moeten worden gezocht, prevaleert, zowel op conventioneel als nucleair gebied, de lenigheid. Regionale conflicten met een potentiële uitstraling naar West-Europa moeten zoveel mogelijk worden voorkomen en als dat niet lukt, in een vroeg stadium en zonodig onder dwang van buiten worden bijgelegd. Voor het geval in een verdere toekomst aan dergelijke conflicten een nucleaire component mocht worden toegevoegd, voorziet de nieuwe Franse strategie in een beperkte, maar doeltreffende afschrikking, een 'dissuasion concertée', met de Europese partners afgestemd dus.

HOEWEL DE VERREGAANDE inkrimping en de voorgenomen professionalisering van de Franse strijdkrachten de meeste indruk maakt, is de voorbereide herstructurering van de Franse defensie-industrie het markantst. Privatisering en samenvoeging, dit laatste voorlopig nationaal maar met een grensoverschrijdende optie, zijn signalen dat Frankrijk ook op dit terrein de tijdgeest ernstig neemt. Daarmee neemt het definitief afscheid van het dogma van generaal De Gaulle dat defensie uiteindelijk slechts een nationale aangelegenheid kon zijn.

Praktisch gesproken is een defensie zonder eigen volwaardige waarnemings- en inlichtingensystemen en zonder een de eigen regio overschrijdende mobiliteit niet onafhankelijk. De Fransen hebben dat steeds weer ervaren: bij hun herhaalde operaties in Afrika, bij hun deelname aan de Golfoorlog en bij hun interventie in Bosnië. De afhankelijkheid van de Verenigde Staten zal hier nog voor lange tijd blijven bestaan. Maar er is een oud Frans verlangen om de lacune op te vullen. Een Europese defensie-industrie, of desnoods een verregaande Frans-Duitse samenwerking, wordt geacht het defensie-hiaat te kunnen wegwerken.

DAT CHIRACS AANPAK in Frankrijk nog voor de nodige opschudding zal zorgen, ligt voor de hand. Verscheidene heilige huisjes zullen worden afgebroken. Ten slotte is Frankrijk het land van de 'levée en masse', van het volksleger dat sinds de revolutie de republikeinse normen en waarden heeft verdedigd tegen de vijand van buiten, de Europese aristocratie, later het Duitse nazisme. Tijdens de Koude Oorlog hebben de Franse strijdkrachten zich, niet zo toevallig, verre gehouden van de befaamde Atlantische 'voorwaartse verdediging': de voorste Franse verdedigingslinie bevond zich in Baden, het westelijke deel van de zuidwestelijke Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Daar ook is de voorhoede van het zogenoemde Eurokorps gestationeerd, de resterende Franse zekering van de verdediging van de bondsrepubliek.

Chirac lijkt nu twee sporen tegelijk te willen berijden. De toegenomen afhankelijkheid van Frankrijk, militair, financieel, economisch en technologisch, dwingt hem daartoe. De strategische veiligheid van Europa is nog altijd een Atlantische zaak, maar het niveau daaronder biedt mogelijkheden voor Europese experimenten. De tegenslagen in Bosnië hebben aangetoond dat er nog heel wat moet gebeuren, willen die experimenten in de toekomst een kans van slagen hebben. Voor een puur nationale aanpak is er in ieder geval geen ruimte meer.