Een op vijf aidspatiënten overlijdt door euthanasie

ROTTERDAM, 23 FEBR. Ruim een vijfde van de homoseksuele mannelijke aidspatiënten laat zijn leven beëindigen door euthanasie, of wordt bij zelfmoord geholpen door zijn arts. Aidsonderzoekers bij de Amsterdamse GG & GD hebben vastgesteld dat deze actieve levensbeëindiging het leven van de patiënten nauwelijks bekort. Euthanasie wordt toegepast als de patiënten naar schatting minder dan een maand te leven hebben.

In een publicatie in het Engelse medische tijdschrift The Lancet dat morgen verschijnt, schrijft de GG & GD-huisarts-epidemioloog P. Bindels dat bloedonderzoek de visie van de betrokken huisartsen over de resterende levenstijd van de patiënten onderschrijft. De toestand van het afweersysteem van de patiënten die voor euthanasie kiezen was niet beter dan de resterende afweer bij de patiënten die een natuurlijke dood stierven of door een verhoogde dosis pijnstillers overleden. Het aidsvirus ondermijnt langzaam maar zeker het afweersysteem van de patiënten. Zij sterven meestal aan elkaar opvolgende infecties.

Bindels en collega-aidsonderzoekers bij de GG & GD onderzochten de dood van 131 homoseksuele mannen die tussen 1985 en 1992 aids kregen en allemaal voor 1995 stierven. Van hen overleden er 29 door euthanasie en 17 door het staken van de behandeling, waaronder ook werd verstaan het verhogen van de dosis pijnstillers met de dood als gevolg. De andere 85 patiënten stierven een natuurlijke dood, aidspatiënten die ouder zijn dan 40 jaar kiezen vaker voor euthanasie dan jongere patiënten. De frequentie van euthanasie onder homoseksuele mannen is veel hoger dan onder de rest van de overledenen, van wie ruim twee procent door euthanasie of geassisteerde zelfmoord sterft.

Bindels: “Homoseksuele mannelijke aidspatiënten vormen een bijzonder groep. Zij weten vaak al jaren dat ze seropositief zijn en uiteindelijk aids zullen krijgen. Nadat de diagnose aids is gesteld leven ze gemiddeld nog twee tot drie jaar. Velen weten wat de ziekte inhoudt omdat ze al vrienden door de ziekte verloren. Toch zie je dat de wens om uiteindelijk met euthanasie het leven te beëindigen pas in het tweede of derde jaar van de ziekte wordt genomen. Men wacht toch kennelijk eerst het beloop af.”

Het onderzoek werd uitgevoerd omdat de Amsterdamse GG & GD-epidemiologen wilden weten hoeveel euthanasie er onder aidspatiënten plaatsvindt en omdat onbekend was of euthanasie het leven sterk bekort. Bindels: “Als dat zo is moeten we er bij het onderzoek naar de effecten van geneesmiddelen voor corrigeren. Als twee groepen met elkaar worden vergeleken en in de ene groep vindt veel meer euthanasie plaats, dan zouden de resultaten vertekend zijn. Maar euthanasie heeft dus geen belangrijk effect op de overleving. Euthanasie vindt laat in het lijdensproces plaats. Dat in tegenstelling tot wat tegenstanders wel beweren en wat er in buitenlandse kranten over de Nederlandse euthanasiepraktijk wordt geschreven.”