Een onbekende Nietzsche

Concert: Utrechts Studenten Koor en Orkest o.l.v. Harold Lenselink en anderen. Gehoord 22/2, Sint Janskerk Utrecht.

De filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) inspireerde met zijn teksten en ideeën componisten van diverse pluimage, variërend van Delius tot Diepenbrock, van Mahler tot Medtner, van Reznic tot Rozycki en van Schönberg tot Strauss. Nietzsche noemde de muziek een kunst die de geest vrijmaakt, de eigenlijke Fürsprecherin des Lebens. Dat hij zelf componeerde drong nauwelijks door. In 1888 merkte Nietzsche al verbitterd op: “Het zou geen slechte zaak zijn als u mij een beetje als musicus zou bejegenen, - den stupiden Deutschen käme dergleichen nie in den Kopf.”

Dat het Studium Generale van de Utrechtse Rijksuniversiteit in samenwerking met het internationaal cultureel centrum Parnassos zich donderdagavond wijdde aan Nietzsche als componist trok de aandacht: het concert in de Sint Janskerk onder de intrigerende titel Nietzsche ... na de puntjes trok zo'n 400 bezoekers. De titel verwijst naar muziek als onvervangbaar supplement van het denken, de puntjes staan voor datgene wat alleen in muziek kan worden uitgedrukt.

De Utrechtse uitvoering van de Hymnus an das Leben betekende vermoedelijk een première. Deze Art Glaubensbekenntnis in Tönen vindt zijn oorsprong in een pianolied, waarvan in Goehlers uitgave van 1924 de titel luidt: Gebet an das Leben. De tekst is van Lou Salomé, met wie Nietzsche in het huwelijk wilde treden. Het gebed is gecomponeerd in 1882 en zwaar op de hand, eist heroischem Ausdrucke terwijl bij de pompeus pompende beginoctaven de componist nog eens noteerde 'Entschlossen'. De zetting van Peter Gast uit 1887, Nietzsches leerling en toeverlaat, beviel de componist, prompt stuurde hij deze op aan dirigent Hans von Bülow, die echter niet thuis gaf, waarschijnlijk geïrriteerd door het hoogdravende bijgevoegde schrijven.

Gast heeft ervan gemaakt wat ervan te maken viel, maar pompeus bleef het. Veel overtuigender vind ik Nietzsches vroege liederen, al jeuken daar je handen om er een inleiding voor te schrijven, tussen- en naspelen. Want Nietzsche componeerde intuïtief rapsodisch, het betreft in feite uitgeschreven improvisaties met vaak onhandige modulaties. Maar we hebben al zoveel technisch perfecte muziek zonder kraak of smaak.

De mezzo-sopraan José Lieshout trof de toon zoals passend bij een wat plechtige Schumann. Helaas beperkte de keus zich voornamelijk tot de gedragen liederen en dat zijn niet de beste. Daarnaast mocht men het USKO dankbaar zijn voor hun inzet, de Hymne klonkt vurig extatisch. Maar van de eeuwigheidswaarde heeft men mij niet kunnen overtuigen. Als beginnend componist schat ik Nietzsche hoger, want de melodicus nam voor zich in door een sympathiek schuchtere, vriendelijke uitstraling im Volkston.

Had Nietzsche dan toch een professioneel componist moeten worden? Natuurlijk niet, want dan hadden we er nu hooguit een tweede charmante 'Robert Franz' bij gehad, componist van zo'n 350-tal fijnzinnige liederen, maar zeker geen hoogvlieger zoals Hugo Wolf, want Nietzsche was als componist geen modernist. Bovendien misten we dan de meeslepende betoogtrant van de consequent irrationele schrijver/filosoof, die wel degelijk behoort tot de eredivsie.