Echte discussie regeerakkoord moet nog beginnen

DEN HAAG, 23 FEBR. Weer is het VVD-leider Bolkestein gelukt herrie in de tent te schoppen. Vlak voordat hij voor twee weken naar Zuid Afrika vertrok, deponeerde hij nog een ideetje voor de achterblijvers. Voor het RTL-nieuws opperde Bolkestein afgelopen woensdag het regeerakkoord bij te stellen. Het kabinet had nog twee jaar te gaan en er was volgens hem alle reden de in 1994 gemaakte afspraken tussen de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 nader te bezien. Niet om het regeerakkoord, zoals hij zei, “lek te schieten”, wel om het aan te passen aan de veranderde omstandigheden.

Zijn woorden hadden het bekende effect van het licht dat wordt aangedaan in het kippenhok. De fractievoorzitters Wallage en Wolffensperger van PvdA en D66 waren er vliegensvlug bij om de suggestie van hun collega af te wijzen. Later voegden zich ook nog minister-president Kok en de vice-premiers Van Mierlo en Dijkstal zich bij de critici. Waarna het 24 uur na zijn oproep weer de beurt was aan VVD-leider Bolkestein om de belans op te maken. In het NOS-radioprogramma Met het oog op morgen probeerde hij gisteravond de zaak weer tot zijn proporties terug te brengen: “Wat ik heb gezegd is dat we nu zo'n beetje halverwege de rit zijn, dat we al veel gedaan hebben, althans het kabinet. Het kabinet heeft een groot gedeelte van het regeerakkoord uitgevoerd. Er zijn nog twee jaar te gaan tot de Kamerverkiezingen van mei 1998 en het kan nodig zijn dat daarover nadere afspraken worden gemaakt.”

Het idee van Bolkestein om het regeerakkoord aan te passen vloeit eigenlijk rechtstreeks voort uit het artikel dat hij twee weken geleden, aan de vooravond van het PvdA-congres, in de Volkskrant schreef. Daarin constateerde hij ook al dat het kabinet binnen een jaar de belangrijkste doelstellingen van het regeerakkoord leek te bereiken. Bolkestein verbond hieraan de conclusie dat het kabinet daarna “zijn ambities niet mocht bevriezen”.

Dit deel van zijn artikel leidde twee weken geleden niet tot enige weerstand bij de coalitiepartners. Logisch, want een kabinet dat geen plannen meer heeft als de doelstellingen zijn gehaald is uitgeregeerd. De nu ontstane commotie is dan ook louter terug te voeren op het instrument dat Bolkestein wil hanteren om die ambities gestalte te geven. Hij vindt dat deze zomer, wanneer er in het kabinet toch al, conform de afspraak uit het regeerakkoord van 1994, wordt gesproken over de modernisering van de sociale zekerheid, ook andere zaken ter discussie gesteld zouden kunnen worden.

Bolkestein zei in zijn veelbesproken vraaggesprek met RTL dat hij in eerste instantie dacht aan een “nader gesprek” tussen de partijleiders van de drie coalitiepartijen. Hun “overeenstemming op hoofdlijnen” zou vervolgens moeten worden bekrachtigd door de ministers en de partijen in de Tweede Kamer.

Voor iemand als Bolkestein, die keer op keer benadrukt een aanhanger van het dualisme te zijn, is dit een vreemde constructie. De rolverdeling die in de zomer van 1994 bestond toen hij samen met Kok en Van Mierlo onderhandelde over het regeerakkoord is immers met de totstandkoming van het kabinet gewijzigd. De laatste twee hebben als ministers - en dus als dienaren van de kroon - een andere verantwoordelijkheid dan Bolkestein die als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer zit. Het was fractievoorzitter Wallage die er gisteren fijntjes op wees dat Bolkestein in het kabinet had moeten gaan zitten als hij met Kok en Van Mierlo wil onderhandelen. “Nu moet hij het met mij doen”, aldus Wallage. Ook minister-president Kok haalde in zijn reactie op het idee van Bolkestein de trias politica erbij. “De regering regeert, de Kamer inclusief de heer Bolkestein controleert en beoordeelt dat beleid”, zei hij.

In het televisieprogramma Nova wees Kok er gisteravond op dat het voorstel van Bolkestein er op neer kwam dat het kabinet voorlopig wel met vakantie kan en de begroting niet kan voorbereiden. “Want”, aldus Kok, “we moeten immers wachten wat dat grote Amsterdamse overleg tussen deze drie heren gaat opleveren. Dat bevalt me natuurlijk niets.”

Hoewel Kok dus tegen de vorm was, zei hij daarna iets dat heel dicht in de buurt kwam van wat Bolkestein had voorgesteld. Want volgens de premier hadden de coalitiepartners altijd de vrijheid om te kijken of niet helemaal bevredigende onderdelen van het regeerakkoord kunnen worden veranderd. Vice-premier en D66-leider Van Mierlo liet zich in soortgelijke zin uit.

Wel beschouwd lijkt er sinds Bolkestein zijn uitlatingen deed vooral een semantische discussie te zijn gevoerd. Dit komt vooral door de constructie die hij voorstelt. Inhoudelijk zijn alle partijen het erover eens dat het regeerakkoord voor discussie en bijstelling vatbaar moet zijn. Hoè het regeerakkoord, moet worden aangepast is echter pas de echte discussie. Getuige de onrust die alleen het opperen van het idee heeft veroorzaakt, kan dat niet anders dan een zeer zware discussie worden.