Dure spullen ontvreemd uit stadhuis van Den Haag

DEN HAAG, 23 FEBR. Uit het nieuwe stadhuis van Den Haag zijn sinds de opening een half jaar geleden goederen met een totale waarde van 80.000 à 100.000 gulden gestolen. Ontvreemd werden faxen, telefoons, draagbare computers, bandrecorders, blanco rijbewijzen en, uit een vitrine-kast naast de college-kamer, stadspenningen van bevriende gemeenten.

De facilitaire dienst van Den Haag werkt nu aan een college-voorstel om de beveiliging te verbeteren. Het stadhuis telt zes in- en uitgangen. Het gebouw wordt niet beveiligd met camera's, alleen de toegang vanuit de ondergrondse parkeergarage wordt met een camera geobserveerd. Wel zijn de ambtenarenvertrekken elektronisch beveiligd met een pasjessysteem. Ambtenaren suggereren dat de dieven zich toegang tot de werkkamers hebben verschaft door achter een ambtenaar aan te sluipen en zich te laten insluiten. De politie stelt een onderzoek in.

Volgens de woordvoerder blijft een waterdichte beveiliging moeilijk aan te brengen, vooral omdat het een openbaar gebouw is. “Je kunt hier niet voor iedere ingang een man met een geweer neerzetten.” In vergelijking met het vorige stadhuis is in het stadhuis aan het Spui al veel geïnvesteerd in beveiliging.

Het nieuwe stadhuis, een ontwerp van de Amerikaan Richard Meier, kent meer aanloopproblemen. Zo is het moeilijk om de binnenzijde van de ramen van het tientallen meters hoge atrium te lappen. Ook moesten de plafonds van cellen van de sociale dienst worden dichtgemaakt omdat passanten konden meeluisteren naar de vertrouwelijke gesprekken. De problemen vloeien voort uit de filosofie van de architect: licht en openheid. Volgens Meier heeft de democratie zijn façades nodig en moet een openbaar gebouw toegankelijk zijn.