Dow omhoog door gebrek aan concurrentie

AMSTERDAM, 23 FEBR. Houdt het nooit op op Wall Street? Gisterenavond vestigde het Dow Jones-gemiddelde zijn zoveelste record, met een koersstijging van 92,49 punten op een koersniveau 5608,46 punten. Daarmee is de beursbarometer alleen dit jaar al met 9,6 procent omhoog, en dat na een indrukwekkende stijging van ruim 33 procent in 1995. In nog geen twee jaar tijd is de waarde van Amerikaanse aandelen gemiddeld verdubbeld. De hoge koersen gelden niet alleen voor de veelgenoemde technologiesector. Giganten als Coca Cola of Walt Disney noteren op dit moment koersen die overeen komen met dertig maal de verwachte winst.

“Dit heeft weinig meer met fundamentele factoren, zoals economische groei en inflatie, te maken,” zegt een analist. “Er is simpelweg zoveel geld voorhanden dat het vanzelf zijn weg vindt naar aandelen.” De na-oorlogse generatie van baby-boomers, nu in de hoogtijdagen van hun inkomen, zet geld opzij voor de oude dag. Geconfronteerd met een Amerikaanse geldmarktrente van 5,25 procent en een lange-termijnrente van 6 procent steken beleggers massaal hun geld in aandelen of aandelenbeleggingsfondsen. Wall Street valt omhoog door gebrek aan concurrentie.

Europese beleggers zitten al een jaar met een netelig probleem: toen de Amerikaanse beurs maart vorig jaar door de 4000 punten schoot, beschouwden zij de waardering van Amerikaanse aandelen al zo hoog in, dat zij er van af zagen al te veel kapitaal op Wall Street te investeren. Het risico op detop van de markt te hebben gekocht was te groot om te nemen. Dat dilemma bleef, en werd alsmaar pijnlijker naarmate de Amerikaanse aandelenmarkt verder opstoomde.

Volgens hoofd research J. Straatman van Algemeen Vermogensbeheer hebben beleggers zich vooral verkeken op de winstgroei van Amerikaanse bedrijven. “In het eerste kwartaal van vorig jaar werd voor geheel 1995 een winstgroei van tussen 0 en vier procent verwacht. Maar dat werd achttien procent.” Dat, samen met de gedaalde rente, heeft tot gevolg gehad dat de waardering van de aandelenkoersen op Wall Street helemaal niet zo hoog is dan eerst leek.

Het resultaat is dat het gros van de Europese beleggingsfondsen een relatief lage weging heeft in de Verenigde Staten, en over 1995 in beleggingsresultaten achterbleef bij de wereldwijde beleggingsindex. Neutraal gemeten, aan de toonaangevende Morgan Stanley Capital International-index, maken Amerikaanse aandelen nu zo'n veertig procent uit van de totale mondiale waarde van aandelen. AVB zit daar met een Amerikaanse weging van 33 procent ruim onder.

Straatman verwacht dat de winstgroei in de Verenigde Staten afvlakt tot tussen de 5 en 8 procent dit jaar en dat de aandelenkoersen een vlak verloop zullen tonen. De kans op een stijgende rente zorgt er voor dat er een risico is op een neerwaartse koerscorrectie van tot tien procent, hetgeen het Dow Jones-gemiddelde tot rond 5000 punten kan drukken.

Zo'n correctie zou een einde maken aan de opwaartse (bull-) markt die de Amerikaanse aandelenbeurzen nu al acht jaar achtereen beheerst. De vorige opwaartse markt duurde van 1980 tot 1987, om daarna ruw door de oktoberkrach te worden doorbroken. Maar, zo vindt aandelenanalist P. Los van het beleggingsonderzoeksbureau Iris, “als je nu terugkijkt op die oktoberkrach is het slechts een kortdurende correctie geweest.” Hij wijst op de correctie voor technologie-aandelen, die vorig jaar huizenhoog werden opgestuwd. In het vierde kwartaal van 1995 viel het aandeel IBM van 115 dollar naar 85 dollar, en verloor chipfabrikant Micron Technologies tweederde van de beurswaarde. Nu zijn alle tech-aandelen weer terug, en haalde IBM, vannacht een koers van 124,5 dollar.

De voorzichtige Europese kijk op Amerikaanse aandelen verschilt nog steeds van de visie van beleggers ter plekke. Nog vorige week circuleerde een schatting voor een Dow Jones-gemiddelde van 10.000 punten in het jaar 2000. “Iedereen die tot nu toe speculeerde op een correctie, heeft zijn handen gebrand”, zegt Los. De lage dollar, flexibilisering van de loonkosten en rationalisering van de bedrijfsvoering heeft volgens hem tot gevolg dat het Amerikaanse bedrijfsleven concurrerender is dan het Europese, en daar horen hogere beurskoersen bij.

“Je ziet nu dat particuliere beleggers via hun fondsen de overheersende partij zijn aan de vraagzijde van de aandelenmarkt,” zegt Straatman, “Dat is in het verleden vaak het signaal gebleken dat de top in zicht komt.” Wie toch in Wall Street wil investeren, kan zich daarom beter richten op individuele aandelen dan massaal de markt op te gaan. Los tipt servicebedrijven in de energiebranche, en de farmaciesector. Straatman heeft onder meer een voorkeur voor conjunctuurgevoelige producenten van consumentengoederen. Zo'n selectieve terughoudendheid lijkt Los de beste optie. “In New York zeggen ze altijd: pas als de Europeanen en Aziaten massaal in de markt stappen, wordt het tijd om te verkopen.”