Dienstplicht en troepenreducties in Europa

De Franse president Jacques Chirac heeft gisteren maatregelen ter modernisering van de strijdkrachten aangekondigd die in sommige Europese landen al zijn genomen of waar nog felle politieke strijd over wordt gevoerd. Een kort overzicht.

DUITSLAND

Dienstplicht. De Duitse regering is niet van plan om de Bundeswehr geheel of voor een belangrijk deel om te zetten in een beroeps- en vrijwilligerskrijgsmacht. Mede gezien de afstand die vanouds bestond tussen het leger en de s, is afschaffing of handhaving van de dienstplicht veel meer dan een technisch-militair vraagstuk alléén. De Duitse krijgsmacht heeft een proces zoals nu in Frankrijk wordt gepland zelf al achter de rug. Na de Duitse eenwording (1990) vormden de Bundeswehr en de Nationale Volksarmee (NVA, het vroegere Oostduitse leger, (omstreeks 150.000 man) samen een macht van ruim 550.000 soldaten. De twee vroegere Duitse legers zijn inmiddels geïntegreerd en beperkt, eerst tot 370.000 militairen (1993), nu tot een totale sterkte van 320.000.

ITALIË

Dienstplicht. Afschaffing van de dienstplicht, die twaalf maanden duurt, is niet aan de orde. De Italiaanse dienstplichtingen kunnen er ook voor kiezen hun dienstplicht door te brengen bij de paramilitaire korpsen van de carabinieri, de brandweer en de Guardi di Finanza, een soort fiscale politie. Volgens officiële defensiekringen waren er vorig jaar 250.000 'eenheden' van dienstplichtigen en 45.000 'eenheden' dienstweigeraars. Er is een duidelijke stijging zichtbaar in het aantal dienstweigeraars. In 1990 werden 14.000 aanvragen daartoe geaccepteerd.

BELGIË

Beroepsleger. Begin vorig jaar zwaaiden de laatste dienstplichtigen af. In 1985 telde het Belgische leger 91.600 troepen, in 1994 was dat gedaald tot 63.000. België neemt deel aan het aan het oorspronkelijk Frans-Duitse Eurokorps.

NEDERLAND

Formele dienstplicht. Op 29 jaunari van dit jaar werd tot veler verrassing de opkomstplicht per direct was afgeschaft. Door het besluit van de staatssecretaris doet de laatste groep van 1.500 dienstplichtigen op 31 augustus van dit jaar - voorlopig - het licht uit. De dienstplicht is niet afgeschaft, maar opgeschort. Dit om in geval van nood weer dienstplichtigen op te roepen èn omdat voor afschaffing een grondswetwijziging nodig is. De krijgsmacht beschikt nog over zo'n 8.000 dienstplichtigen. Daar staan 57.000 beroepsmilitairen tegenover, hetzelfde aantal als in 1990. In dat jaar bestond de krijgsmacht echter nog voor 45 procent uit dienstplichtigen, namelijk 48.000.

SPANJE

Jongeren ontduiken zo massaal de dienstplicht dat een tekort aan militairen dreigt te ontstaan. Om de legermacht op de huidige sterkte van 200.000 man (van wie 133.000 dienstplichtigen) te houden houden heeft de regering van Felipe González een aantal maatregelen aangekondigd. Een kortere werkdag, toestemming om thuis te overnachten en financiële toeslagen voor zwaardere opleidingen moeten de dienst aantrekkelijker maken. Bovendien is er een voorstel om een beroep op vervangende dienstplicht alleen nog toe te staan bij minderjarigen. Veel Spanjaarden geloven dat een kleiner, modern beroepsleger meer perspectieven biedt dan vasthouden aan de huidige organisatie, die nog steeds het stempel draagt van het voorbije Franco-tijdperk. In 1985 telde het Spaanse leger nog 320.000 man.

GROOT-BRITTANNIË

Beroepsleger sinds 1961. Het totale aantal actieve Britse soldaten is 254.300, de laatste tien jaar is het Britse leger ingekrompen met 70.000 troepen.

FRANKRIJK

President Jacques Chirac wil, zo kondigde hij gisteren aan, de militaire dienstplicht afschaffen en vervangen door een civiele dienstplicht. Het Franse leger met een huidige troepensterkte van 500.000 moet worden teruggebracht tot 350.000. Het aantal regimenten moet van 124 verminderen tot 83 of 85. De Franse troepensterkte was tussen 1985 en 1994 al enigszins gereduceerd. In 1985 telde het Franse leger 464.300 man, in 1994 409.600. In dat laatste getal zijn de 91.800 paramilitairen niet meegeteld.