De noren van Evert van Benthem zijn verweerd

UITGEEST, 23 FEBR. Voor de televisiecamera's mijmerend over zijn laatste marathon op natuurijs sjort Evert van Benthem aan de veters van zijn verweerde noren. De kleine man wiens naam synoniem is met onverzettelijkheid en een ongelimiteerd uithoudingsvermogen, stopt. De legende trekt zich terug op zijn renderende kaasboerderij. Als hij nog eens een Elfstedentocht rijdt, zal dat louter als recreant zijn. Die derde Tocht der Tochten zal hij nooit meer op zijn naam schrijven. Vanaf nu schaatst hij puur voor zijn plezier.

Van Benthem zit op zijn gemakje op een pallet, op een stuk ijs waarvan de bovenlaag gesmolten is, aan de rand van het Uitgeestermeer waar tientallen marathonschaatsers deze donderdagmiddag zullen strijden om de Gouden Schaats. De 37-jarige boer uit Sint Jansklooster gaat niet voor de hoofdprijs. Daar heeft hij de kracht niet meer voor. Hij maakt veertig ererondjes van tweeëneenhalve kilometer in een wedstrijd die het beste als een Ode aan Van Benthem kan worden omschreven.

Er staan zoveel mensen om hem heen, plus een lompe motorfiets met zijspan van de massaal uitgerukte tv-troepen, dat het ijs vervaarlijk begint te kraken. Paniek bij een lid van de ordedienst, die de kring om de gevierde schaatser uit Overijssel met behulp van handgebaren groter maakt. Van Benthem vertelt dat hij zoveel belangstelling “fantastisch” vindt. Met die innemende glimlach op zijn gezicht. Het Afscheid, hij is er naar eigen zeggen al jaren naartoe gegroeid.

Even na twaalven worden de mannen weggeschoten. Al snel wordt duidelijk dat Van Benthem er niet in slaagt het hoge tempo van een tiental koplopers, waaronder zijn jongere broer Henk, bij te houden. Terwijl Evert van Benthem in het tweede groepje van vier schaatsers aan opgeven denkt, zegt een stem in de tweevoudige winnaar van de Elfstedentocht dat hij moet doorgaan. “Het is mijn laatste wedstrijd op natuurijs, ik kan niet stoppen”, zegt hij tegen zichzelf terwijl hij moeizaam zijn slagen maakt. Op het ijs langs de route moedigt zijn vrouw Janette hem aan. Evert is een jongen met karakter. Hij geeft niet op. Net als dat ventje uit de tv-commercial dat onderuit gaat, opkrabbelt en zijn weg over het ijs dapper vervolgt.

Bovendien weet Van Benthem dat veel toeschouwers juist voor hem naar het Uitgeestermeer zijn gekomen, al was dat bij stralend en helder weer, met weinig wind en een temperatuur rond het vriespunt allerminst een straf. Het mag een klein wonder heten dat er deze week nog een marathon op natuurijs kan worden gehouden. De ijsvloer is in deze hoek van het Uitgeestermeer de afgelopen dagen tien tot vijftien centimeter dunner geworden, maar nog altijd zo'n twintig centimeter dik. Genoeg voor niet alleen de laatste marathon van Evert van Benthem, zeer waarschijnlijk ook voor de laatste marathon van het seizoen 1995-'96.

Op kunstijs rijden de A-rijders zaterdag in Assen hun laatste marathon van het seizoen. Ook Evert van Benthem, die voor het klassement om de KNSB-cup geen rol van betekenis speelt. Niemand neemt hem zijn magere prestaties op kunstijs kwalijk. Gisteren werd hij ten overvloede de keizer van het natuurijs genoemd. Van Benthem op kunstijs is net zo onnatuurlijk als Johan Cruijff bij een spelletje tafelvoetbal.

Na tweeëneenhalf uur komt Van Benthem als dertiende over de streep. Uitgerekend als dertiende met zijn eeuwige startnummer dertien, waarmee hij eens tweemaal de Elfstedentocht won. Witte muts, rood schaatspak, rode wangen. Hij glijdt een paar honderd meter door, rechterhand omhoog, zwaaiend naar het publiek. Naar zijn vrouw. Een kus. Geen bloemen. Een royale bos met vooral gele en oranje bloemen kreeg Van Benthem al toen hij het ijs opkwam, nog voordat hij een meter had geschaatst. Op verzoek van de speaker reed hij een paar lullige rondjes over het ribbelige ijs. Leuk voor het publiek, dat uit veiligheidsoverwegingen niet op de wal staat. Eigenlijk had deze afscheidsshow niet gehoeven voor de nuchtere Van Benthem. Maar zijn sponsor vond het niet zo'n gek idee om van deze laatste marathon op natuurijs een festijn te maken.

Na de wedstrijd geeft Van Benthem toe dat hij aan opgeven dacht. Hij zat even kapot, maar zijn collega's sleurden hem mee om de honderd kilometer vol te maken. “Ik had het zo zwaar.” Het is hem niet aan te zien. Hij staat er ontspannen bij, signeert het Elfstedenboek 1986. Marathonschaatsers recupereren snel. Beleefd beantwoordt hij vragen. Tot zijn vrouw hem vriendelijk in de richting van de douche maant. Als Van Benthem diep geroerd is door zijn laatste race op natuurijs, is hem dat niet aan te zien.

Van Benthem verruilt op het vasteland zijn schaatsen voor sportschoenen. Winnaar Henk Angenent wordt naar het erepodium geroepen. De 28-jarige spruitenkweker had zich zo graag in de voorste gelederen bij de vijftiende Elfstedentocht laten zien. Hij schaatste een sterk seizoen, won de eerste wedstrijd op natuurijs begin december in Veenoord en sluit het marathonseizoen vele honderden schaatskilometers later in Uitgeest af met de Gouden Schaats. Terwijl Angenent op het erepodium klimt, legt Evert van Benthem zijn verweerde noren achter in de auto.

    • Ward op den Brouw