De knoflookliederen

Michel Hockx betoogt in het CS van 19 januari dat Chinese literatuur direct uit het Chinees vertaald zou moeten worden en niet via het Engels - zoals het geval is bij de onlangs verschenen (en door mij vertaalde) roman De knoflookliederen van Mo Yan. Het lijkt een voor de hand liggende gedachte en sinologen zullen haar zelfs toejuichen. Geef ze ongelijk; beroepstrots is een normale en zelfs gezonde eigenschap. Daarna stoorde het mij nogal dat Hockx met de onderbouwing van zijn stelling liet blijken weinig verstand van (en nog minder respect vóór) het vak van vertaler te hebben.

Laat ik daarom ook een simpel klinkende stelling debiteren: als vertaler van literatuur heb je de taak een verhaal in de taal X met behoud van de literaire waarde om te zetten in taal Y. Omdat het behoud van de literaire waarde voorop staat, is het in principe mogelijk een roman goed te vertalen van taal X via taal Z naar taal Y - als de literaire waarde van de roman in taal Z onaangetast is gebleven zodat de vertaling van Z naar Y eveneens naar behoren kan verlopen. Een voorbeeld.

Als de auteur een personage wil kenschetsen door het op een bepaalde manier te laten spreken, dan gaat die spreektrant voor op wat het personage letterlijk zegt. De vertaler moet dus goed zijn in 'begrijpend lezen' - is dat personage volks of deftig; indien het laatste, is het dan welopgevoed of arrogant; indien het laatste, is het dan intelligent of geborneerd; indien het laatste is het dan vertederend dom of boosaardig dom. Hoe beter het boek, des te verfijnder de personages en hoe vrijer de vertaler zich moet opstellen tegenover dat wat letterlijk in de brontekst staat bij monologen en dialogen. Omdat, bijvoorbeeld, een boosaardig domme kwal in het Nederlands anders praat als in het Engels, Fins of Chinees.

Nu terug naar Hockx die in De knoflookliederen een 'grappige maar irritante vergissing' zegt te hebben aangetroffen. Het personage Gao Yang wordt onverhoeds door twee politiemannen afgetuigd en roept daarbij in de Nederlandse vertaling: 'Au... Moeder!' In de Engelse vertaling stond 'Mother!' Hockx weet ons echter te vertellen dat het woord 'moeder', alleen of in samenstellingen, in het Chinees de betekenis van een vloek kan hebben. Daarom zou Gao Yang volgens Hockx 'Godver!' moeten roepen.

Fout. Gao Yang is een vertederend dom en zeer timide mannetje, dat geheel onschuldig in de meest vreselijke ellende verzeild raakt maar niettemin vriendelijk en beleefd blijft. Zo'n personage roept geen 'Godver!' of 'Goddamn!' of 'Merde!' - zo iemand roept om zijn moeder, ook als hij Chinees spreekt, en bedoelt dan ook echt zijn lieve moedertje aan te roepen en niet een grove vloek te slaken.

Kortom, als ik Chinees had gekend, zou ik Gao Yang nog altijd 'Au... Moeder!' hebben laten roepen.

Dit ook omdat 'Godver!' naar mijn idee veel te Hollands klinkt - zoals ik het in de Engelse versie raar vond staan dat ruziënde Chinezen elkaar voor son of a bitch en asshole uitmaken, of dat een boertje op zijn ossekar klimt, met de zweep knalt en heeya, giddap! roept. Kennelijk stelde de Amerikaanse vertaler zich nog vrijer op dan ik meende te moeten doen, maar ook diens vertaling van Mo Yan heeft een fantastisch boek opgeleverd. De kracht van het verhaal schuilt namelijk niet in de welgekozenheid van de woorden maar in de indrukwekkendheid van de beelden.

Als Hockx meent dat een Chinees woord dat 'gebouwencomplex rond een binnenplaats' betekent niet als 'barakkenkamp' in De knoflookliederen terecht had mogen komen, omdat het de zetel van het dorpsbestuur betreft, een plaats waar zich nogal wat afspeelt, dan zou ik hem willen vragen hoe leesbaar hij een boek acht waarin ettelijke malen naar 'het gebouwencomplex rondom een binnenplaats' wordt gegaan. Hockx vreest dat lezers van de Nederlandse vertaling zich verward afvragen waarom Chinese plattelandsambtenaren in barakken gehuisvest zijn. Ik meen hem gerust te kunnen stellen. Het woord 'barakkenkamp' roept een beeld op dat bij iedereen die niet door sinologische deskundigheid gehinderd wordt zeer wel op het Chinese platteland denkbaar is. En mocht dit beeld feitelijk onjuist zijn, omdat Chinese plattelandsambtenaren eigenlijk in moderne hoogbouw met veel spiegelglas en centrale verwarming zijn ondergebracht, dan moet Hockx zich maar troosten met de gedachte dat het als literair beeld zo gek nog niet is. 'Barakkenkamp' heeft voor de Nederlander een ietwat grimmige, onheilspellende klank. En als Hockx De knoflookliederen echt gelezen had, in plaats van naar sinologische ongerijmdheden te zoeken, dan was hem misschien wel opgevallen dat Mo Yan een grimmige, onheilspellende wereld beschrijft. Mo is geen chroniqueur van het hedendaagse China, hij is een tragicus, en wel een van de grootste van onze tijd - een lyrisch, soms haast magische auteur die weliswaar uiterst kritisch over het Chinese regime schrijft (en daar een zware prijs voor heeft moeten betalen) maar zijn trieste land toch vooral als setting gebruikt voor de verhalen met een universeler, welhaast metafysische betekenis. Net als in Het rode korenveld geeft hij in zijn laatste romen de grauwe, beestachtige levens weer, die de meeste Chinezen moeten leven - en wel op zo'n manier dat de lezer grauwe leefomstandigheden en beestachtig gedrag niet (langer) ziet als akeligheden die met vrije verkiezingen en ontwikkelingshulp te verhelpen zouden zijn, maar als de alfa en omega van alle bestaan. Om dit effect te bereiken hanteert Mo alle middelen die hem ter beschikking staan: klinisch realisme en hallucinante beelden, grove humor waar het kan en groteske sentimentaliteit waar het moet. Je hebt er als vertaler een hele kluif aan, maar Chinees hoef je er goddank niet voor te kennen.

    • Peter Abelsen