De binnenwaaiende muziek van Cast

Zanger en gitarist John Power van de Liverpoolse groep Cast beschouwt zich als de muzikale erfgenaam van Lennon & McCartney. Hij vindt dat hij arrogant mag zijn. “Bij mij eindigen slechte nummers in de prullenbak.”

Concerten Cast: 24/2 Melkweg, Amsterdam, 25/2 Tivoli, Utrecht.

23 FEBR.De huidige opleving in kwaliteit en succes van de Britse popmuziek werd in 1990 voorafgegaan door het titelloze debuutalbum van The La's, een groep uit Liverpool die het vermogen van The Beatles leek te hebben geërfd om pakkende, melodieuze en tijdloze popsongs uit de mouw te schudden. Timeless Melody was precies wat de songtitel beloofde, en Oasis zowel als Blur mochten willen dat ze binnen drie minuten zo iets moois als There She Goes konden spelen. The La's was geen lang leven beschoren en de groep viel al snel uit elkaar.

Bassist John Power was binnen The La's geen opvallende muzikant. Als zanger/gitarist van zijn nieuwe viermansgroep Cast ontpopte hij zich echter als een belangrijke steunpilaar van de Britpop-beweging, met liedjes waarin het verzamelde werk van The Who, Small Faces en The Smiths lijkt te zijn samengebald. Zoals het een veelbelovend popmuzikant uit Liverpool betaamt, beschouwt Power zich in muzikaal opzicht als een nazaat van Lennon & McCartney.

Power is een fantast, die onlangs de Britse muziekpers haalde met het waanidee dat hij door buitenaardse wezens zou worden geobserveerd. Zijn idealistische inborst geeft hem een vrijbrief om tijdens interviews uit te wijden over de revolutionaire krachten die volgens hem nog altijd aan popmuziek kunnen worden toegeschreven; een overtuiging die hem ertoe bracht om het fraaie debuutalbum van Cast All Change te dopen.

Verloochent Cast de Liverpoolse achtergrond, met een hoesfoto die overduidelijk in het zakencentrum van Londen werd gemaakt? John Power vindt van niet. “We willen ons niet beperken tot een radius van dertig mijl. Muziek is een fenomeen dat zich kan uitspreiden als een inktvlek. In spirituele zin zijn we familie van John Lennon. We zijn erop uit om de wereld te veranderen, om maar eens een modieze kreet uit het verleden op te rakelen.”

John Power heeft de jeugdige uitstraling van een bijdehand straatjochie, dat donders goed weet hoe je een aantrekkelijke popsong in elkaar zet. “Als ik 's nachts het raam open laat staan, komen de ideeën voor nieuwe nummers vanzelf aanwaaien. Mijn vader was een groot zanger, 's avonds in de kroeg. Van hem heb ik geleerd om open te staan voor positieve impulsen, of je die nu opvangt door naar de radio te luisteren of door goed op te letten bij een voetbalwedstrijd of in het theater.”

Met de recente opleving van de Britpop wordt Power niet graag geassocieerd. Hij realiseert zich dat zijn band wordt meegesleurd op de vloedgolf van aandacht voor nieuw Brits poptalent. “Je kunt erop wachten tot het straks weer eb wordt”, zegt hij. “Er heerst een enorm optimisme over de onbeperkte mogelijkheden die voor Engelse bands voor het opscheppen liggen. Op de lange duur zullen toch alleen de besten overblijven.”

Change is zijn favoriete woord, antwoordt John Power op de vraag of hij zich bewust is van het retrospectieve karakter van zijn muziek. “Verandering moet er zijn, anders roesten we vast in een bestaand patroon. Ik beschouw alle goede muziek uit het verleden als een opstapje; een keukentrap om mijn eigen idealen te bereiken. Soms levert dat een opgeruimd liedje als Alright op; dan weer geef ik mijn visie op het wereldgebeuren in een hoogdravende song als Mankind. Ik ben tamelijk arrogant als ik de kwaliteit van onze muziek moet verdedigen. We hebben geen slechte songs op het repertoire, want die zijn al in een vroeg stadium in de prullenbak geëindigd.”

    • Jan Vollaard