Air Products groeit met industriële klanten mee

Bij het grote publiek is het bedrijf vrij onbekend, maar afnemers van industriële gassen, chemische en milieutechnologie kennen de multinational Air Products wel degelijk. Topman 'Hap' Wagner voorziet voor zijn bedrijf flinke groei.

ZEIST, 23 FEBR. Dat zijn bedrijf onbekend is bij het brede publiek deert hem nauwelijks, ook al zit Ruud F.M. Lubbers sinds afgelopen zomer in de raad van commissarissen. “Als de klant ons maar kent”, zegt Harold ('Hap') A. Wagner, de hoogste baas van het Amerikaanse concern Air Products and Chemicals Inc.

Dat de multinational, actief in dertig landen en met 15.000 werknemers op de loonlijst, geen vertrouwde klank heeft bij dat brede publiek is niet verwonderlijk. Air Products heeft grote bedrijven als klant en bereikte daarmee vorig jaar een omzet van bijna vier miljard dollar. De verwachte groei dit jaar is minimaal twaalf procent. De netto winst bedroeg vorig jaar 368 miljoen dollar.

De belangrijkste vestiging van Air Products staat in het Botlekgebied, in Rozenburg, waar nu wordt gewerkt aan de bouw van de grootste luchtscheidingsinstallatie ter wereld. Deze faciliteit beschikt nu al over de grootste installatie van het bedrijf voor de produktie van industriële gassen. Binnen de Benelux heeft Air Products twaalf vestigingen, waarvan zes in Nederland.

Belangrijkste activiteit van de onderneming is die produktie van industriële gassen. Daarnaast is het bedrijf actief in het maken van chemicaliën. Van beduidend geringer belang is het maken van milieu-vriendelijke produktiesystemen en installaties voor het opwekken van energie.

Hap Wagner, die ruim 32 jaar bij het bedrijf werkt, waarvan bijna vier jaar als chairman, president and chief executive officer, kent Europa uitstekend. Hij werkte bij elkaar elf jaar in Engeland en België. Hij doet Nederland even aan als onderdeel van een expeditie langs elf vestigingen overal ter wereld. Bedoeling is de neuzen van de 15.000 werknemers één kant op te krijgen.

“Het is een traditie van ons bedrijf om de besten onder de pas afgestudeerden van de universiteit te plukken en ze de kans te geven een glanzende carrière te maken. Dat leidt ertoe dat iedereen er plezier in schept het bedrijf mee op te bouwen. Bij een bedrijf dat zo groeit is het van belang dat er een besef bestaat van de cultuur zoals wij die willen. Deze reis maak ik dus als onderdeel van een programma dat 1100 chefs moet bijbrengen wat de geschiedenis is van het bedrijf, wat de erfenis van de grondlegger inhoudt, waar we in geloven, waar we bij uitstek goed in zijn en hoe we denken onze toekomst zeker te kunnen stellen”, zegt Wagner in de suite van zijn hotel in Zeist.

Air Products bestaat nu 55 jaar. Het begon in 1940 met grondlegger Leonard Pool. Een man met visie die alleen middelbare school had, maar volgens Wagner 'een van de grootste technische en financiële geesten was met wie ik ooit het plezier had om samen te werken'. Hij overleed in 1976.

Pool begon zijn onderneming in een garage in Detroit. Vrijwel meteen na het begin dreigde hij failliet te gaan, maar de oorlog brak uit en hij kreeg een order van hogerhand om een hele reeks fabrieken te bouwen waar zuurstof moest worden geproduceerd voor de piloten van de luchtmacht. Een aantal van die fabriekjes draait nu nog. Na de oorlog zakten de activiteiten volledig in.

Pool besloot zich met zijn zuurstofproduktie te richten op de staalindustrie en verplaatste zijn bedrijf naar het noordoosten van de VS, waar hij temidden van de grote staalbedrijven zat. In Pennsylvania vestigde hij het bedrijf in Allentown. Een andere reden waarom hij daarheen ging vormden de Pennsylvanian Dutch, een van oorsprong Duitse bevolkingsgroep die te boek staat als harde werkers. Bovendien was de grond er relatief goedkoop.

Al had Pool dan zelf geen geweldige opleiding, voor hem stond vast dat hij het beste personeel moest hebben dat beschikbaar was. Hij toog dus naar de Universiteit van Michigan en sloeg de best afgestudeerde ingenieur aan de haak. “Vanaf die dag melden wij ons elk jaar bij circa veertig universiteiten in de VS en ook bij een aantal in Europa om de beste afzwaaiende studenten te strikken voor ons bedrijf. We recruteren er op die manier zo'n honderd per jaar. Dat is de kurk waarop we drijven”, zegt Wagner.

De activiteiten van Air Products verplaatsen zich richting milie', vertelt de topman. Voor de chemische industrie is veiligheid een steeds belangrijker punt geworden. “Dat betreft niet alleen de individuele veiligheid van de werknemers of de omgeving van het bedrijf. Het geldt ook de veiligheid voor het milieu”, zegt Wagner, die binnen zijn onderneming zelf 'chef veiligheid' is om te laten zien dat de top zich daar alles aan gelegen laat liggen.

De afgelopen tien jaar heeft het bedrijf ruim een miljard geïnvesteerd in de ontwikkeling van vestigingen waar energie wordt gewonnen uit afval en in andere milieuvriendelijke bedrijvigheid. “We hebben ervaring in het bouwen van dergelijke bedrijven, gebaseerd op de kennis die we hebben van het bouwen van installaties waar industriële gassen worden gemaakt. Een groot deel van de installaties die wij bouwen is ook gericht op de verbetering van het milieu, of liever: vermindering van milieuvervuiling. Voor de glasindustrie hebben we een vorm van produktie ontwikkeld waar nauwelijks nog stikstof aan te pas hoeft te komen. Daardoor is dus de uitstoot van stikstofoxyden dramatisch teruggebracht. Iets dergelijks hebben we ontwikkeld voor raffinaderijen, waardoor minder zwavel in het milieu komt. In onderzoek en ontwikkeling daarvoor hebben we een half miljard dollar gestoken”, zegt Wagner.

Ook voor de chemische produktie staat het milieu voorop, meent hij. “We leveren veel aan de lijmindustrie. Traditioneel is zwavel een van de belangrijkste ingrediënten bij deze produkten. Wij hebben nu de technologie om op basis van water te werken.”

De belangrijkste activiteit blijft de produktie van gassen, ongeveer zestig procent van de omzet. Lucht wordt gescheiden in de zuivere elementen waaruit zij van nature bestaat. Die gassen worden gebruikt in talloze vormen van industrie, variërend van metaalproduktie tot het invriezen van voedsel. Ook producenten van computer- en telecommunicatie-apparatuur hebben voor het maken van chips gas - vooral pure stikstof - van Air Products nodig. “Die sector is goed voor tien procent van onze omzet en groeit jaarlijks met zo'n vijftien procent. Intel is een van onze grootste klanten. Motorola, Siemens en Philips zijn voor ons evenzeer van groot belang. Maar ook in Japan hebben we onder de chipfabrikanten flinke afnemers.

“Op het gebied van chemie zijn Akzo Nobel, DSM, Hoechst, BASF, Bayer, Dow, ICI, Arco, Eastman, kortom al de grote bedrijven, belangrijke klanten. We bouwen voor hen installaties en pijpleidingen. We produceren ook 'halfprodukten', die zij nodig hebben voor bij voorbeeld het maken van piepschuim.

“Wij zijn een echte in between company. Van ons is niets in de winkel te koop”, zegt Wagner. “Wij maken dingen voor bedrijven die dingen voor de consument maken. We adverteren dan ook alleen in bladen die door de sectoren worden gelezen waarvan wij het moeten hebben. Maar we willen toch wel graag dat mensen weten wat wij doen. Daar moeten we nog wat werk voor verzetten.”

Air Products levert niet alleen de bouwstenen waarmee zijn klanten eindprodukten maken. “In landen als Thailand of Taiwan staat de overheid de grote chemische bedrijven niet toe uit te breiden omdat de plaatselijke energiebedrijven zulke giganten niet meer kunnen bedienen. In dat geval bouwt Air Products een co-generation plant. Dan leveren we zuurstof, energie, maar zonodig ook stoom. Voor de opwekking van elektriciteit gebruiken we dan aardgas. Ook in Rotterdam hebben we al een paar van die energievoorzieners gebouwd en er zullen er meer volgen. Dat doen we in samenwerking met de energiebedrijven. Sterker: die moedigen dat aan en nemen eventuele overcapaciteit graag af.”

Wagner is er trots op dat zijn bedrijf niet 'cyclisch' is, zoals de meeste chemische bedrijven die doorlopend te maken hebben met vette en magere jaren. “Wij hebben daar geen last van omdat we in principe aan elke vorm van industrie kunnen leveren. We zien ze allemaal groeien. Wij gaan met hun expansie mee in Centraal Europa. De afgelopen jaren wordt er flink geïnvesteerd. Ze hebben overal industriële gassen nodig. Daarbij is de groei in het Verre Oosten de afgelopen tien jaar dramatisch groot geweest. Dat biedt ook ons geweldige mogelijkheden. Dat geldt in iets mindere mate voor Latijns Amerika. En kijk eens naar de Verenigde Staten - de industrie is zich er sterk aan het moderniseren. Dat geldt ook voor Europa, al blijft dat iets achter. Voor al die bedrijven kunnen we nieuwe technologie aanleveren en - natuurlijk - gassen. Ik ben ervan overtuigd dat we tot de eeuwwisseling flink zullen blijven groeien. Vorig jaar hebben we wereldwijd een miljard geïnvesteerd in nieuwe bedrijven. Dat is nogal een bedrag voor een bedrijf met een omzet die nog niet het viervoudige bedraagt. Maar daar gaan we mee door. Want, zoals ik al aangaf, het bedrijf is aardig recession proof.”

    • Bram Pols