Voorschrijven van basispakket op televisie is een onzalige gedachte

De regering zou zich meer moeten afvragen wat de interessante mogelijkheden zijn van de nieuwe ontwikkelingen van de kabel, vindt E.J. Dommering. Want als een voetbalzender kan, kan een cultuurzender ook.

Nu alle commotie rond de voetbalzender voorbij lijkt te zijn, blijven er twee punten in de discussie over: de kijker zou voor het programma van de voetbalzender niet extra mogen betalen, en het voetbal zou (deels) in een door de wetgever voor te schrijven 'kosteloos' basispakket moeten worden opgenomen. Het is zaak om ook deze laatste twee misverstanden uit de wereld te helpen.

Van oudsher wordt omroep gefinancierd uit een omroepbijdrage, die van de kijkers en luisteraars wordt geheven. In een land als Engeland, waar men er duidelijker ideeën op na houdt wat publieke omroep moet zijn dan in Nederland, is dat de enige financieringsbron. In Nederland komt tegenwoordig ook een fors deel van de inkomsten uit de reclame. Het publiek heeft via die omroepbijdrage dus altijd voor 'zijn' voetbal betaald. Wanneer de rechten van het voetbal naar de publieke omroep zouden zijn gegaan, zou dat zelfs een fors deel meer zijn geweest: voorzover het bedrag niet uit de jaarlijkse omroepbijdragen en de opbrengst van de reclame zou zijn gedekt, zou het uit de omroepreserve hebben moeten komen. Dat is een aanzienlijke reserve die de omroep door de jaren heen, mede uit bijdragen van het publiek, heeft kunnen opbouwen. De gedachte dat het voetbal door de publieke omroep voor niets wordt aangeboden is dus een fabeltje; er is alleen een verwijderd verband tussen de dienst en de betaling.

De financieringsstructuur van de kabel is tot dusver weinig helder. Het publiek betaalt per gemeente zeer uiteenlopende abonnementsvergoedingen, die het nauwelijks ziet, omdat deze in een jaarlijkse afrekening van het energiebedrijf zijn verwerkt. Voor de afname van sommige programma's betaalt de kijker, bijvoorbeeld voor die van de binnenlandse en buitenlandse publieke omroep. De reden daarvan is een auteursrechtelijke: de distributie via de kabel wordt gezien als een nieuwe openbaarmaking waarvoor afzonderlijk moet worden betaald. Toen de individuele antennes op aandrang van de overheid werden afgeschaft, ging het publiek, naast de dienst uit Hilversum, dus betalen voor de distributiedienst van de kabel. Voor wat het voetbal betreft zou de publieke omroep ook voor die distributie betaling van de kabel kunnen verlangen, omdat de omroep op het uitzenden van de voetbalmatches een eigen 'naburig' recht heeft. Zoals sommigen zich misschien nog herinneren, beriep de omroep zich op dat recht tegenover café's die bij finales voetbalavondjes rond de buis organiseerden.

De commerciële omroepen die via de satelliet toegang tot de kabel vragen, moeten betalen. Hier stellen de kabelexploitanten zich op als de aanbiedende partij, hoewel het voor een groot deel om dezelfde soort informatie gaat als die door de publieke omroep wordt aangeboden. Die informatie wordt geheel betaald door de adverteerder. Die betaling ziet de kijker niet, omdat die verwerkt zit in de kostprijs van de producten en diensten die hij koopt.

Als de voetbalzender-affaire iets leert dan is het dat wij bij de kabel naar transparante economische transacties toe moeten. De kabelexploitant is een packager van door omroepleveranciers aangeboden informatie die hij al of niet in pakketten aan zijn abonnees aanbiedt. De ontwikkeling van de techniek maakt het mogelijk dat elektronische informatie steeds meer op individuele basis kan worden afgenomen. Dat betekent dat de afnemers van de informatie daarvoor aan de leveranciers een bijdrage betalen voor informatie die zij willen hebben. Het is dus niet zo dat er voor het voetbal via Hilversum niet en via de kabel wel moet worden betaald. De betalingsmomenten voor de diensten zijn in beide gevallen niet voldoende zichtbaar. Dit dwingt wel tot veranderingen. In het geval van de kabel betekent het dat de kabelexploitanten orde op zaken in hun financiële huishouding moeten stellen. Bij de Hilversumse omroepen gaat het om de vraag of de individualisering van de afname van elektronische informatieproducten een collectieve financiering van een collectief product nog steeds nodig maakt. Dat is op zich zelf genomen een lastige (politieke) vraag, maar met de prijs van het voetbal heeft het niets te maken.

De geschiedenis van de elektronische media vertoont een hardnekkig patroon. Telkens wanneer de overheid de greep op een van de schakels in de distributie dreigt te verliezen, zoekt zij naar middelen om in een volgende schakel invloed uit te blijven oefenen. Nu de overheid de ontwikkeling met het voetbal via Hilversum “niet meer de baas kan” (premier Kok gebruikte deze woorden in een eerste reactie) is de kabel het laatste bruggehoofd om invloed uit te oefenen. In de politiek is de onzalige gedachte gerezen dat de overheid een basispakket informatie voor de burger moet voorschrijven dat de kabelexploitant zonder extra betaling zou moeten doorgeven. Een dergelijke ingreep in de vrijheid van doorgifte van informatie en onderhandelingsvrijheid zou bij de printmedia met hoongelach worden begroet, maar omdat het om elektronische media gaat is men zelfs serieus over een wetsontwerp aan het nadenken. Het is jammer dat artikel 7 van onze Grondwet de elektronische media geen behoorlijke bescherming biedt, zodat het wel op het Europese recht zal aankomen om deze ingreep te keren.

In plaats van te kibbelen over de samenstelling van het basispakket, zou de regerende coalitie zich moeten afvragen wat de interessante mogelijkheden zijn van de nieuwe technische en economische ontwikkelingen rond de kabel. Wat met een voetbalzender kan, kan ook met een cultuurzender. Wanneer zo'n zender deels rechtstreeks uit abonnementsgelden kan worden bekostigd, zou dat wel eens een interessant alternatief voor het versnipperde Hilversumse aanbod kunnen opleveren. De uitzendrechten van het Concertgebouw en de Nederlandse Opera zouden bovendien aanzienlijk in waarde kunnen stijgen. Degeen die zo'n zender start hoeft overigens niet bevreesd te zijn dat de publieke omroep een voorkeursrecht op het onderwerp zal claimen. Ook de kansen voor een ereplaats in het basispakket op last van politiek-Den Haag, moeten laag worden ingeschat.

    • Prof.Dr. E.J. Dommering
    • Adviseur van de Knvb over de Sportzender