Voorkeursrecht gemeenten bij koop grond

DEN HAAG, 22 FEBR. De Tweede Kamer heeft gisteren ingestemd met een wetswijziging die gemeenten recht op eerste aankoop van grond voor woningbouw geeft. Alleen VVD en CD stemden tegen.

De wetswijziging houdt in dat gemeenten die in het kader van nationaal of provinciaal beleid moeten uitbreiden, bij de aankoop van bouwgrond een voorkeursrecht kunnen laten gelden. Ook gemeenten die willen uitbreiden maar waarvan de uitbreiding (nog) niet in het streekplan staat, kunnen van het voorkeursrecht gebruik maken. Zij moeten dan wel aan Gedeputeerde Staten toestemming vragen.

Het voorkeursrecht voor gemeenten geldt al voor oudere wijken binnen steden die vernieuwd worden. Toenmalig minister Alders (VROM) kondigde twee jaar geleden aan het uit te willen breiden tot nieuwbouw in de stadsgewesten, om op die manier het prijsopdrijvend effect van aankoop door speculanten tegen te gaan. Zijn opvolgster, minister De Boer, liet vorig jaar in het wetsvoorstel opnemen dat niet alleen de stadsgewesten maar álle gemeenten het voorkeursrecht moesten kunnen laten gelden. “Dit wetsvoorstel is bedoeld voor de toekomst”, aldus de minister in haar toelichting, waarbij zij erop wees dat het voorkeursrecht voor de stadsgewesten al vrij laat komt: het kan nog voor bijna twintig procent van de bouwgrond gebruikt worden, de rest is al verkocht.

De debatten voorafgaande aan de stemming van gisteren concentreerden zich de afgelopen weken op deze verruiming van de wetswijziging. VVD en CDA stonden daarbij tegenover PvdA en D66. Dit gebeurde voor een deel uit ideologische motieven; veel fracties refereerden eraan dat bijna twintig jaar geleden het kabinet-Den Uyl op de grondpolitiek sneuvelde. Dezelfde tegenstelling tussen partijen die het maatschappelijk belang zeiden te dienen en anderen die opkwamen voor het recht van de eigenaar om zijn grond te verkopen aan wie hij wenst, speelde ook nu.

“Welk sausje er ook overheen wordt gegoten”, zei het VVD-Kamerlid Verbugt, “uitoefening van het voorkeursrecht door een gemeente is een aantasting van het eigendomsrecht; voor een liberale fractie als de VVD is dat een moeilijk verteerbaar punt.” Zij keurde de verruiming van het voorkeursrecht tot alle gemeenten ook af omdat volgens haar de precieze omvang van speculatie met bouwgrond en het prijsopdrijvende effect daarvan zo goed als onbekend waren. Esselink (CDA) meende: “Ingrijpen in de grondmarkt moet niet verder gaan dan het algemeen belang vergt.”

Minister De Boer zei dat het wetsvoorstel waarschijnlijk “enige relativering” behoefde. “Ik merk in de discussies dat er bij sommigen wat vooroordelen tegen het instrument lijken te leven.” Zij stelde dat het hoe dan ook gaat om vrijwillige verkoop. “Iemand die niet wil verkopen, wordt ook niet met het voorkeursrecht geconfronteerd.” Verder zijn gemeenten gebonden aan de marktprijs, die op verzoek van de verkoper en op kosten van de gemeente onder toezicht van de rechtbank kan worden getaxeerd. “In die zin komt het me voor dat het met de aantasting van het eigendomsrecht wel wat meevalt.”

Zowel VVD als CDA kwam met een amendement. De VVD wilde terug naar het uitgangspunt van Alders, die het voorkeursrecht alleen voor de stadsgewesten wilde doen gelden. CDA'er Esselink stelde voor 'alle gemeenten' te beperken tot gemeenten die in het kader van nationaal of provinciaal beleid moeten uitbreiden en alle andere gemeenten de mogelijkheid te geven eventueel een provinciale verklaring van geen bezwaar aan te vragen.

Zou het CDA voor dit amendement geen steun krijgen, dan bestond de mogelijkheid dat de fractie aansluiting bij het VVD-amendement zou zoeken. Door afwezigheid bij de debatten van een aantal fracties, waaronder GroenLinks en de ouderenpartijen, zou tot het laatst onduidelijk zijn of het VVD-amendement in dat geval een meerderheid zou krijgen. Voor minister De Boer was dit laatste een belangrijke reden te verklaren met het “planologische kader” van het CDA te kunnen leven, waarna gisteren alle fracties op VVD en CD na het CDA-amendement steunden.

Na afloop van de stemming zei Esselink er “tevreden” over te zijn dat zijn fractie had vastgehouden aan de inhoudelijke opvattingen over het voorkeursrecht, maar intussen toch “een wig” in de PvdA/VVD/D66-coalitie gedreven had. Voor het VVD-amendement stemden alleen SGP, AOV, CD en eenmansfractie Hendriks. Dit betekende dat, indien het CDA het VVD-amendement wél had gesteund, er geen meerderheid voor was geweest.