Uitschakelen van dopaminetransportgen levert verslaafde muizen

Amerikaanse onderzoekers hebben een muizeras gemaakt waarvan de individuen zich gedragen alsof ze voortdurend onder invloed van cocaïne en amfetaninen verkeren. Die dieren zijn hyperactief en bewegen alsof ze hoge doses cocaïne hebben gekregen. Als de dieren amfetaminen of cocaïne krijgen toegediend, heeft dat geen invloed meer op hun gedrag.

In de genetisch veranderde muizen is selectief één gen uitgeschakeld. Als gevolg daarvan hoopt de signaalstof dopamine zich in honderdmaal hogere concentraties op in de contactplaatsen (synaptische spleten) van zenuwcellen die met dopamine signalen aan elkaar doorgeven. Het uitgeschakelde gen codeert voor het eiwit DAT (dopaminetransporter). DAT neemt dopamine op uit de intercellulaire ruimte tussen zenuwcellen nadat de stof daar zijn signaalwerking heeft uitgeoefend.

Maar de DAT-loze muizen zijn niet alleen van belang om te kijken hoe een muis aan de cocaïne zich gedraagt. De dopaminestofwisseling in de hersenen heeft invloed op motoriek, kennisfuncties en emoties. Verstoorde dopaminestofwisseling ligt waarschijnlijk ten grondslag aan aandoeningen als de ziekte van Parkinson, schizofrenie, dyskinesieën (tics en andere onvrijwillige bewegingen) en drugsverslaving.

De dopaminestofwisseling is een ingewikkeld regelsysteem. Patiënten met de ziekte van Parkinson hebben bijvoorbeeld te weinig dopamine in het deel van de hersenen dat de motoriek controleert. Parkinsonpatiënten krijgen een star postuur en verliezen de controle over hun motoriek. Ze krijgen meestal een geneesmiddel dat in hun lichaam wordt omgezet in dopamine. Maar de onderzoekers van Duke University Medical Center in Durham, North Carolina, suggereren dat ook het blokkeren van de DAT-moleculen wellicht een heilzaam effect heeft. Als het weinige dopamine dat er is niet wordt afgevoerd, blijft het langer actief.

De DAT-loze muizen passen hun dopaminestofwisseling aan de veranderde omstandigheden aan. De concentratie dopamine in de synaptische spleten is weliswaar honderdmaal hoger dan normaal, maar de dieren hebben de aanmaak van dopamine al met een factor twintig verlaagd. Ook produceren de muizen minder receptoren waar de dopamine aan hecht, zodat er, ondanks de massale aanwezigheid van de signaalstof, niet zoveel signalen aankomen.

De muizen zijn toch behoorlijk van slag. Ze zijn niet alleen hyperactief, maar ze eten, net als drugverslaafden, erg slecht (amfetamine is een in de VS nog wel gebruikte eetlustremmer). Veel jonge dieren sterven. De moedermuizen verzorgen hun jongen zo slecht dat jonge dieren altijd bij DAT-houdende stiefouders worden ondergebracht (Nature, 15 febr).