Transgene varkens

In 1992 werd Astrid geboren, het eerste DAF-varken. Onderzoekers van het Britse bedrijf Imutran hebben bij Astrid een menselijk gen ingebracht, coderend voor het eiwit DAF (decay accelerating factor). Dit eiwit maakt deel uit van het complementsysteem, een onderdeel van het afweerapparaat. Het complementsysteem spoort indringers op in de bloedbaan en vernietigt hen door hun celmembraan te doorboren.

Bij een getransplanteerd orgaan binden ze aan de endotheelcellen van de aanwezige bloedvaten. Die cellen worden vernietigd. Onderliggende cellagen stimuleren vervolgens de bloedstolling bij de ontvanger waardoor de bloedvaten binnen enkele minuten verstopt raken. Het getransplanteerde orgaan sterft door zuurstofgebrek. Het complementsysteem kent een aantal beveiligingspunten waar de in gang gezette reactie kan worden stopgezet (handig als een complementfactor aan een lichaamseigen structuur bindt). DAF markeert een van die punten.

Hetzelfde geldt voor de eiwitten CD59 en MCP. De Britten hebben het DAF-gen op zo'n manier in het erfelijk materiaal van het varken gezet, dat het in de endotheelcellen van bloedvaten wordt afgelezen. Als een orgaan van zo'n transgeen varken in de mens wordt gezet, blokkeert het menselijke DAF-eiwit de complementreactie (het varken zelf heeft ook DAF, maar dat ziet er ruimtelijk iets anders uit en heeft geen grip op het menselijk complementsysteem). De eerste experimenten met deze DAF-varkens zijn inmiddels uitgevoerd. Tien apen kregen een transgeen varkenshart. Deze apen leefden gemiddeld 40 dagen, een bewijs dat hyperacute afstoting niet plaats vond. Toch zetten deskundigen grote vraagtekens bij de betekenis van deze experimenten. De varkensharten werden in de buikholte geïmplanteerd. Ze pompten dus niet (daarvoor hadden de apen hun eigen hart behouden), er stroomde alleen bloed door. Verder kregen de apen enorm hoge doses afweeronderdrukkende middelen toegediend om een eventuele afstoting rigoreus de kop in te drukken.

Een groot probleem vormde de controlegroep: apen die normale varkensharten kregen geïmplanteerd. Deze dieren overleefden langer dan verwacht. Eén aap bleef zelfs drie dagen in leven, wat suggereert dat ook hier hyperacute afstoting niet had plaatsgevonden. Critici vragen zich af of de gebruikte varkensorganen wellicht abnormaal waren. Inmiddels probeert Imutran varkens te fokken die behalve het DAF-gen ook de genen voor CD59 en MCP in hun erfelijk materiaal hebben opgenomen. Ook Nextran probeert dit soort transgene varkens te creëren. De eerste experimenten van dit Amerikaanse bedrijf, gepubliceerd in Nature Medicine van mei 1995, zijn minder hoopgevend dan die van Imutran. Bavianen met transgene varkensharten (met de humane genen voor zowel DAF als CD59) overleefden gemiddeld 30 uur, terwijl de controledieren al na een uur het loodje legden.

    • Marcel aan de Brugh