Soedans regime verzwakt, maar zijn sterven duurt lang

KHARTOUM, 22 FEBR. De lezer wordt gewaarschuwd. “Uw krant zal u niet toestaan de waarheid over Soedan te schrijven”, weet Hassan al-Turabi met zekerheid. Hij is de ideoloog achter het moslim-fundamentalistische regime van Soedan. “De Westerse media zijn tegen ons. Uw hoofdredacteur zal de waarheid uit uw artikelen halen en het hele verhaal verdraaien. Wij weten dat.”

Dit is de waarheid van Turabi: “Soedan ontwikkelt zich razendsnel en behoort nu tot de rijkste landen ter wereld.” Op lijsten van de Verenigde Naties over de mate van ontwikkeling in alle landen ter wereld staat Soedan echter vrijwel onderaan. Het Soedanese pond is sinds enkele weken in een vrije val geraakt. Het officiële minimumloon bedraagt 10 gulden per maand, een hoogleraar moet het met 55 gulden stellen.

Niet door dwang, maar via overreding verspreiden in Soedan de moslim-fundamentalisten hun geloof onder de minderheid van christenen en aanhangers van traditionele godsdiensten, aldus Turabi. “Een christen in Soedan beschikt over meer rechten dan een moslim in Nederland. Jullie Westerlingen dragen onbewust een psychologische erfenis van de kruistochten met jullie mee, daarom geloven jullie ons islamieten nooit.”

Aangespoord door de VS beschuldigde de Veiligheidsraad van de VN begin deze maand het regime in Khartoum van steun aan terroristische activiteit. De regering dreigt internationaal te worden geïsoleerd. Vreest Turabi het isolement? Hij reageert onmiddellijk met een uitval naar de dominantie van de grootmachten in de wereld. Dan, na zijn typische hissende lachje, draait hij de zaak om: “We hebben nog vrienden, zoals China en de Franse ex-koloniën in Afrika. Bovendien, Soedan kan tegenwoordig op zichzelf staan. Een diverse samenleving als de Soedanese zal van de uitdaging gebruik maken om zich te verenigen.”

Vele Afrikaanse staten kritiseren pogingen van Soedan om de islam over het continent uit te zaaien. Dit keer volgt geen ontkenning van Turabi. “Ja, we proberen ons model te verspreiden, maar niet door middel van geweld. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. CNN valt mijn slaapkamer binnen. Is dat een invasie?”

“Er valt niets te lachen”, zegt een Soedanese komiek. “Turabi brengt ons met zijn reactionaire visie op de islam terug naar de Middeleeuwen. Hij gebruikt de religie voor politieke motieven. De cultuur in Soedan wordt gemuilkorfd. Mijn shows lijden onder censuur. Het Nationale Theater in Omdurman is gesloten. Ik mag geen dronkaard meer spelen en scènes waarin rijke mannen met baarden voorkomen mogen al helemaal niet, evenmin als grappen over de sociale onrechtvaardigheid.”

Abdel Karim el-Kabli is een zeer geliefde Soedanese folkzanger. “Het is verschrikkelijk om onder dit regime te werken”, zegt hij treurig. “De fundamentalisten zeggen dat muziek de mensen van godsdienstuitoefening afhoudt. Immers, God zou de mens geschapen hebben om Hem te aanbidden. Ze stoppen concerten. Maar waarom stimuleren ze wel religieuze muziek? Je kan mij niet dwingen over God te zingen door me een pistool om mijn slapen te zetten. Ik blijf op mijn manier zingen, over kinderen die lijden onder de stommiteiten van ouderen. Kunst is waarheid.”

De fundamentalisten hebben zich sinds hun machtsovername in 1989 stevig verschanst in de Soedanese samenleving. Ze zijn erin geslaagd een aanzienlijk deel van de Noordsoedanezen te mobiliseren voor hun islamitische reveil. De nieuwe, honderdduizenden manschappen sterke Volksdefensiemacht (PDF) moet het regime tegen iedere binnen- en buitenlandse agressie verdedigen. Vijf geheime diensten waken tegen on-islamitisch en ander dissident gedrag. Fundamentalisten bemannen strategische posten overal in het overheidsapparaat.

“Volgens de Soedanese traditie werpen regimes direct de handdoek in de ring als ze worden geconfronteerd met een volksopstand”, vertelt een intellectueel. “Zo ging het altijd sinds de onafhankelijkheid. Maar dit keer zal het anders zijn. Dit regime zal zich met hand en tand verdedigen. Soedan is nu een politiestaat.” Toen afgelopen september voor het eerst sinds 1989 Soedanezen de straat opgingen uit protest tegen de hoge voedselprijzen en de repressie, stonden zwaarbewapende leden van de veiligheidsdiensten en de PDF hen op te wachten.

Het regime is redelijk stabiel, hoewel er meningsverschillen bestaan over de koers onder de groeiende binnen- en buitenlandse druk. De financiële en politieke belangen van de leiders zijn onderling zo verweven geraakt dat ze elkaar nauwelijks meer kunnen afvallen. Turabi kan rekenen op steun van invloedrijke internationale fundamentalisten, zoals de Saoedi Osama bin Laden, die miljoenen dollars van zijn fortuin in Soedan investeerde.

De (verboden) politieke oppositiepartijen en verzetsbewegingen hebben zich verenigd in de Nationale Democratische Alliantie (NDA). Dit bonte gezelschap van zwarte en bruine Soedanezen, christenen en moslims, ex-regeringssoldaten en zuidelijke rebellen, kortom van degenen die elkaar vóór 1989 op leven en dood bestreden, zetelt in de Eritrese hoofdstad Asmara. De NDA heeft een externe, gewapende vleugel. In de binnenlandse afdeling van dit oppositiefront bestaat echter verdeeldheid over de wenselijkheid om vanuit buurlanden militaire aanvallen uit te voeren. “Mijn partij wenst zeker geen militaire oplossing”, verklaart Sadeq el-Mahdi, ex-premier en leider van de Umma-partij, “Alle oppositiekrachten zijn wel eensgezind in de volgende eisen: de onmiddellijke invoering van de democratie en een einde aan de oorlog in het zuiden. Mijn partij stemt nu ook in met een referendum in het zuiden, of het onderdeel wil blijven uitmaken van Soedan.”

Het regime staat zwakker dan ooit sinds 1989, door de opgelaaide oorlog in het zuiden en het internationale isolement. Maar zolang zich vanuit de oppositie geen duidelijk alternatief aanbiedt, kunnen de fundamentalisten hun religieuze, economische en politieke greep op Soedan behouden. De binnenlandse oppositie zegt te werken aan een intifadah, een volksopstand. Opmerkelijk openlijk spreken Soedanezen hun vreugde uit over de recente veroordeling van het regime door de Veiligheidsraad van de VN. Met grote verwachting zien zij uit naar volgende internationale stappen. De lijdzaamheid die de fundamentalisten wisten af te dwingen van de Noordsoedanezen heeft daarmee echter nog geen plaats gemaakt voor opstandigheid. “Wij, Soedanezen gedragen ons vreedzaam. Het is voor ons beter te zwijgen”, vertolkt een koopman in de bazaar van Omdurman dit wijdverbreide gevoel. “Wij zijn moe, doodmoe. Alle politieke partijen, en ook het leger, hebben sinds de onafhankelijkheid beloofd Soedan te ontwikkelen. Allen faalden.” Sadeq el-Mahdi voorspelt: “Dit regime kan nog een lang stervensproces beschoren zijn.”

    • Koert Lindijer