Prostaatkanker

Prostaatkanker is een actueel onderwerp. Niet zozeer omdat Mitterrand eraan leed maar omdat het bij zeer veel oude mannen voorkomt en een frequente doodsoorzaak is. Met een verslag van mijn wederwaardigheden als patiënt, niet als arts, wil ik het belang illustreren van het artikel dat Bart Meijer van Putten schreef over prostaatkanker (W&O, 18 jan) alsmede van eerdere bijdragen van zijn hand.

Mijn verhaal is als volgt. Twee-en-half jaar geleden, tijdens een goede maaltijd met een glas pils vooraf, twee glazen wijn en wat mineraalwater, vergat ik door het boeiende gezelschap om op tijd mijn blaas te ledigen. 's Nachts werd ik wakker, gekweld door een zeer pijnlijke blaas die zò vol was dat de lediging ervan ernstig wordt belemmerd. Hetzelfde was mij enkele jaren eerder overkomen. Toen stelde de te hulp geroepen uroloog de diagnose op een luie blaas.

Inmiddels was ik verhuisd. De tweede uroloog toonde weinig belangstelling voor mijn voorgeschiedenis en, voordat ik mij in mijn toestand van pijn en grote narigheid realiseerde wat er gebeurde, had hij al een cystoscoop ingebracht en inspecteerde hij mijn blaas. Na een iets te grote prostaat te hebben getoucheerd nodigde hij mij uit voor een uitgebreid onderzoek: een bloedonderzoek, met name naar de prostaat-specifieke antigenen (PSA), een biopsie, een longfoto, een buikoverzicht en een bot-scan. Want, zo sprak hij op sombere toon, u moet zich vertrouwd maken met de mogelijkheid van prostaatkanker en dat betekent meestal een operatieve verwijdering van de prostaat.

Thuisgekomen kon ik, niet meer geblokkeerd door een pijnlijke blaas, weer normaal denken. Met de stukken in mijn krant en met voor mij als arts toegankelijke medische vakliteratuur leverde dat kortweg de volgende feiten op.

Bij secties van oude mannen, overleden aan andere ziekten dan prostaatkanker, bleek dat het merendeel van hen een prostaatkanker had, evenwel zonder klachten of klinische verschijnselen. Blijkbaar sterven er meer mannen met dan door prostaatkanker. De levensverwachting van mannen die niet worden geopereerd blijkt evenlang te zijn als die van mannen die wèl worden geopereerd. Dit geldt te meer als het gevonden carcinoom weinig actief is en niet verder uitgezaaid in het lichaam. Steeds meer publikaties pleiten dan ook voor terughoudendheid en bevelen aan om bij gelokaliseerde en weinig agressieve prostaatkankers niet te opereren maar onder zorgvuldige observatie af te wachten.

Een onlangs in deze bijlage besproken onderzoek (Bart Meijer van Putten, 18 jan) voegt een argument toe. Onderzoekers opperden dat opereren aanleiding geeft tot het uitzaaien van kankercellen. Er waren al gegevens die maanden tot voorzichtigheid. Een prostaatoperatie is een grote ingreep met talrijke complicaties en één procent sterfte. Er is een grote kans op incontinentie en een zeer grote kans op impotentie na de operatie. De benodigde langdurige narcose kan bij oudere mensen, volgens een lopend onderzoek in het Academisch Psychiatrisch Centrum van de Rijksuniversiteit Limburg, bijdragen tot het ontstaan van hersenbeschadiging.

Ik ben nu 71 jaar en geniet een goede algemene gezondheid. Al sedert jaren heb ik plasproblemen die ik met enige discipline goed onder controle heb. Mijn iets vergrote prostaat bleek gelokaliseerd kankercellen te bevatten van matig agressief karakter. Er zijn ondanks uitgebreid onderzoek geen uitzaaiingen gevonden. De PSA was licht verhoogd maar is stabiel gebleven.

Tweeëneenhalf jaar geleden trok ik de conclusie dat ik mij niet moest laten opereren. Immers, mijn levensverwachting zou door een operatie niet toenemen. Als ik de operatie zou overleven was de kans zeer groot dat de kwaliteit van leven ernstig zou zijn aangetast door complicaties als incontinentie, impotentie en hersenbeschadiging. Nadat mijn vrouw haar instemming had betuigd met mijn standpunt, vroeg ik een second opinion. Mijn huisarts en aan een tweede uroloog steunden mij en sindsdien sta ik bij hen onder controle. Het gaat mij nog steeds goed. Ik ben niet incontinent, niet impotent en niet dementerend. Wel let ik goed op als ik weer eens ga dineren.

Mijn verhaal is bedoeld voor de talloze mensen aan wie door enthousiaste specialisten ingrijpende behandelingen worden voorgesteld, en die niet in staat zijn om een gefundeerd kritisch standpunt in te nemen. Zij zijn als verdachten voor een rechtbank die op het punt staat een uitspraak te doen die op hun leven een zeer grote invloed zal hebben. Er is evenwel een groot en fundamenteel verschil: het is wettelijk voorgeschreven dat de belangen van een verdachte worden verdedigd door een advocaat, een vertrouwensman. Het ligt voor de hand dat in medische zaken de huisarts die rol vervult. Die heeft hem verwezen en kent hem in medische zaken het best. Maar hoe vaak kan of wil de huisarts dit doen? Als regel verdwijnt de patiënt na verwijzing in de onoverzichtelijke medische mallemolen en krijgt de huisarts pas weer bericht als de specialist zijn werk heeft gedaan en geen verantwoordelijkheid meer kan of wil dragen voor de verdere lotgevallen van de betrokkene.

Het bovenstaande voert tot de aanbeveling dat het besluit tot uitvoering van ingrijpende medische behandelingen, waartoe een prostaatoperatie zeker behoort, berust op een consensus tussen specialist, huisarts en patiënt.

    • Adres van de Schrijver Zijn bij de Bekend