Koning Fahd regeert weer in Saoedi-Arabië

RIAD, 22 FEBR. De Saoedische koning Fahd heeft gisteren aangekondigd zijn vorstelijke verplichtingen weer op zich te nemen. Fahd, die in november een beroerte kreeg, droeg op 1 januari zijn dagelijke regeringstaken aan zijn halfbroer kroonprins Abdullah over.

De koning (74), die tevens aan suikerziekte lijdt, kwam met zijn aankondiging in een boodschap aan Abdullah (72). Een dergelijke bekendmaking werd verwacht sinds Fahd de afgelopen weken geleidelijk weer meer publieke taken op zich nam. Vorige week zat hij weer een kabinetszitting voor. Afgelopen maandag sprak hij voor het eerst de natie toe sinds hij in november naar een ziekenhuis in Riad werd overgebracht. Buitenlandse en binnenlandse bezoekers stroomden intussen weer toe.

In zijn boodschap sprak Fahd van “een periode van rust” die hij had genoten tijdens welke “God ons gezondheid en herstel heeft toegestaan”. “Ik zend u mijn broerderlijke waardering”, schreef hij, “voor uw toewijding aan uw taak”. De boodschap werd uitgezonden door de televisie, die tevens meer dan 20 minuten beelden uitzond van Fahd die prinsen en andere hoogwaardigheidsbeklerders vbegroette.

Abdullah antwoordde meteen met de mededeling dat hij nooit de dag zou vergeten toen de koning hem vroeg de staatszaken waar te nemen. “De waarheid gebiedt me te zeggen dat in de korte periode waarn ik leefde met wat u me opdroeg, de omstandigheden mij niet toestonden iets noemenswaardigs te doen.” Hij herbevestigde zijn “vastbeslotenheid de staat te blijven dienen” en uitte zijn “vreugde” over het herstel van zijn halfbroer.

Het besluit Abdullah de staatsaangelegenheden te laten waarnemen, werd indertijd door veel waarnemers gezien als versterking van de positie van de krooprins binnen de koninklijke familie. Volgens hen kwam daarmee een eind aan speculaties dat Abdullahs opvolging nog geen uitgemaakte zaak was. Abdullah werd als aanmerkelijk strikter in de leer dan de kern van prominente prinsen, in zekere zin als buitenbeentje gezien. Dat Fahd nu toch zo snel het roer weer overneemt, zou een aanwijzing kunnen zijn dat de opvolging toch nog niet vaststaat. (Reuter, AP)