Klimaatmodellen doen het maar matig in het geologisch verleden

Is er werkelijk sprake van een broeikaseffect? Het recente rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) geeft, zij het in bedekte termen, een positief antwoord. Deskundigen hebben nog tal van twijfels: hoe groot zal de temperatuurstijging zijn, welke klimaateffecten zullen daardoor optreden, en waar? Om deze vragen te beantwoorden zijn diverse klimaatmodellen ontwikkeld. Daarbij rijst de vraag in hoeverre de modellen de ontwikkelingen werkelijk voorspellen.

In het jubileumnummer (volume 100) van Sedimentary Geology (dec. '95) wordt deze vraag op een geologische manier aangepakt. Onderzoekers van de universiteit van Reading (Groot-Britannië) hebben de modellen voor atmosferische circulatie getoetst aan het geologische verleden. Als die modellen goed zijn, moeten die ook het verleden beschrijven. En in het verleden ligt een prachtige 'proeftuin': de gesteenten die zijn gevormd tijdens het Mesozoïcum, de era van zo'n 250 tot 65 miljoen jaar geleden, toen het klimaat wereldwijd veel warmer was dan thans.

Het blijkt dat de modellen gedeeltelijk de klimaatomstandigheden voor het Mesozoïcum 'voorspellen'. De onderzoekers wijten dat aan foute premissen in ten aanzien van de parameterwaarden. Overigens zijn andere geologische verschijnselen (bijv. het voorkomen van veenafzettingen) wel goed in overeenstemming met sommige klimaatmodellen.

De onderzoekers komen tot de conclusie dat de modellen wel een voorspellende waarde hebben waar het gaat om de grote lijnen, maar dat het belang van de diverse parameters (zoals de temperatuur van de bovenste waterlagen in de oceanen, de invloed van gebergten, en het gedrag van wolken) onvoldoende duidelijk is.

Volgens een oud geologisch adagium vormt het heden de sleutel tot het verleden. Het ziet er nu naar uit dat juist onderzoek van het verleden bijdraagt aan betere klimaatmodellen van het heden.

    • A.J. van Loon