IBA scheidt zwakke gevangenen van 'zware jongens'

ARNHEM, 22 FEBR. Opwinding in het ochtendoverleg: vanmiddag arriveert de man met de twee magen. “Zijn probleem”, zo vermeldt het rapport van het huis van bewaring waar hij vandaan komt, “was dat hij niet kon eten omdat hij ooit geopereerd zou zijn aan zijn maag en daaraan twee magen had overgehouden. Het eten kwam in de verkeerde maag terecht en zou daar verrotten.”

De man denkt zijn kwaal te kunnen bestrijden door regelmatig zijn behoefte te doen op de vloer van zijn cel. “Wat moeten we daar nou mee”, verzucht een van de vier bewaarders van de afdeling. “Kunnen we hem geen po geven?” Psycholoog Jan Mertens vindt dat een uitstekend idee.

Het huis van bewaring in Arnhem, wegens zijn gelijkenis met het pakje boter ook bekend als de Bluebandgevangenis, herbergt een van de vier afdelingen in Nederland waar aan 'zwakke' gevangenen extra aandacht wordt besteed. Deze Individuele Begeleidingsafdelingen (IBA's) kwamen begin jaren negentig tot stand op initiatief van enkele strafinrichtingen. Aanvankelijk waren ze bedoeld voor gevangenen die zich niet konden handhaven tussen de 'zware jongens', vooral zedendelinquenten onder wie veel incestdaders. “Die jongens moet je gescheiden houden”, zegt een Arnhemse bewaarder. “Ze zijn de pispaal van de inrichting.” “Als zo'n jongen breed getekend wordt in de Telegraaf dan gaat dat rond”, zegt een collega. “Dan kun je wel zeggen dat je drugsbaron bent, maar daar trapt niemand in. Zo'n jongen wordt gepakt in de douche of zit 24 uur per dag achter de deur.”

Inmiddels heeft de IBA ook een andere categorie bewoners: mannen met een psychiatrische stoornis. Het aantal psychiatrisch gestoorde gevangenen in Nederland is de laatste jaren sterk toegenomen. De officiële schatting van hun aantal is tien procent van het totaal, maar volgens een woordvoerder van Justitie ligt het werkelijke aantal hoger. Psycholoog Mertens vindt de IBA nu het meest te vergelijken met de opname-afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. Ook daar zitten alle categorieën patiënten bij elkaar en ook daar worden ze niet zozeer behandeld - hoewel ze in de IBA extra medische zorg krijgen en vaak op medicatie staan - als wel begeleid en geobserveerd.

De Arnhemse IBA beslaat 24 cellen op de begane grond van een van de vleugels. Door het hoge dak valt daglicht op de donkergrijze vloer, waarop de contouren van een badmintonveld geverfd zijn. Getsjilp galmt door de ruimte: sommige gevangenen houden een vogel in hun cel. Ten tijde van het ochtendoverleg zijn de meeste cellen leeg. De bewoners zijn naar een andere afdeling voor 'arbeid' of voor 'het speelgoedproject' (reparatie van poppen, fietsjes en dergelijke).

Tegen de middag keren ze terug voor de lunch. Jan (20) wandelt de keuken van de bewaarders in voor een praatje. Hij is veroordeeld wegens mishandeling van zijn moeder, vertelt hij. “Ze sloeg me met een stok. Daar had ik genoeg van en toen draaide ik door.” Jan komt oorspronkelijk uit Nicaragua, hij is op jonge leeftijd geadopteerd. Sinds anderhalf jaar wacht hij op plaatsing in een tbs-kliniek. Zijn moeder zoekt hem regelmatig op. Volgens Jan neemt hij braaf zijn medicijnen, maar is dat niet nodig. “In het Pieter Baancentrum zeiden ze dat ik gewelddadig ben. Pff, ik gewelddadig!” Hij lacht erom. Volgens hem hebben de medicijnen geen enkel effect. “Als ik drank of drugs krijg... oei.” Hij doet voor dat hij dan ver heen is. “Maar die pillen doen me niets.” Jan zegt in de gevangenis geen drugs te gebruiken, hoewel die volgens hem wel beschikbaar zijn. “Ik heb hier een keer een stuk hasj gekregen, maar dat heb ik weggegeven.” Zomaar, in ruil voor niets? “Nee, dan blijven ze erom vragen en dan ga ik me schuldig voelen en dat zien ze. Dat maakt mij zwak.”

Bertus (17) zit in zijn cel naar MTV te kijken. Hij heeft een Sox-petje op en een zilveren knopje in zijn oor. Ook hij is geadopteerd, hij is geboren in Colombia. Bertus moet even tellen en komt tot de conclusie dat dit de negende inrichting is waarin hij is opgenomen. Wegens agressie tegen bewaarders, vernielingen in zijn cel en zelfverminking is hij eerst op de FOBA, het landelijk crisiscentrum, en nu op de IBA terechtgekomen.

Zijn misdaadcarrière begon toen hij twaalf was met een lotenzwendel. Op zijn dertiende werd hij seksueel misbruikt, vertelt hij. “En dat heeft ertoe geleid dat ik iemand van het leven heb beroofd.” Daarna is hij de gevangenis nauwelijks nog uit geweest. Eén onderbreking was voor een reis naar Colombia, waar hij met toestemming van Justitie zijn biologische moeder mocht opsporen. Dat mislukte. Wel ontmoette hij tijdens die reis zijn vriendin Maria (18). Hij toont twee dikke multomappen vol brieven die ze hem heeft gestuurd.

De IBA van Arnhem krijgt 'klanten' uit het hele land. Vorig jaar is de afdeling officieel erkend door het ministerie van Justitie. Dat betekende dat er per team twee bewaarders bijkwamen om de gedetineerden te begeleiden. In overleg met het 'psycho-medisch team' maken de bewaarders voor elke gedetineerde een begeleidingsplan. Verder rapporteren ze dagelijks over hun gedrag en bespreken ze maandelijks een van hen in het ochtendoverleg.

Voor veel bewaarders betekent de voortschrijding van de 'penitentiaire zorg' een cultuuromslag. Ze waren gewend alleen de deur open en dicht te doen, maar in de IBA moeten ze actief in contact treden met de gevangenen. Daar zijn ze vaak niet op voorbereid. Zo bevinden zich op de IBA ook veel gedetineerden met een persoonlijkheidsstoornis, die zeer manipulatief en lastig kunnen zijn. Volgens het afdelingshoofd van de IBA, eerder werkzaam in een tbs-kliniek, zijn de bewaarders op de goede weg maar moet er nog veel gebeuren. “Wat je nu nog vaak ziet is dat de grootste schreeuwers de meeste aandacht krijgen. Wat doe je met een stille man die stemmetjes hoort? De staf moet nog meer initiatief tonen.”

Na de IBA belanden de gevangenen vaak weer gewoon op straat, hoewel ze nog wel psychiatrische behandeling nodig hebben. Vorig jaar betrof dat meer dan een kwart van de gedetineerden. “Soms zie je ze met tranen in je ogen vertrekken”, zegt een bewaarder. “Dat zijn jongens die buiten niets hebben. Daarvan weet je: Die gaan weer een vergrijp plegen, en dan nog ernstiger dan vorige keer.” De man met de twee magen is aangekomen. Mustapha (28) neemt plaats aan de keukentafel tegenover de bewaarder die de intake zal doen. Hij heeft net gebeden; de afdruk van het keppeltje staat nog in zijn haar. Nu heeft hij uitzicht op een pin-up op een van de kastjes waar het personeel zijn spullen in kan doen. De bewaarder legt de huisregels uit: Om half acht wordt u gewekt, om acht uur kunt u een uur luchten, om kwart over negen wordt u opgehaald voor onderwijs of bibliotheek. Steeds controleert hij of Mustapha zijn Nederlands wel kan volgen. Dat gaat uitstekend.

“Op vrijdag komt de imam. Wilt u naar de imam?”

Dat wil hij.

“Daarnaast kunt u nog naar de dominee of de pater. Maar denk erom, er wordt niet meer gewisseld. Als je eenmaal gekozen hebt voor de dominee ga je nooit meer naar de pater.”

Mustapha wil eigenlijk alleen maar naar de imam.

“Bent u al eerder met justitie in aanraking geweest?”

“Niet regelmatig.”

“Dus u bent geen...”

“...vaste klant”, vult Mustapha aan.

De definitie van zijn woonplaats geeft wat problemen.

“Kan ik invullen: zonder vaste woon- of verblijfplaats?”, vraagt de bewaarder.

“Bij ons is het anders”, zegt Mustapha. “In onze cultuur kun je overal terecht. Maar in Nederland is het zonder vaste woon- of verblijfplaats.”

Mustapha vertelt dat hij graag mee wil doen met arbeid, sport, creatieve therapie en onderwijs, maar dat dat helaas moeilijk is vanwege zijn ziekte. Het probleem is: Hij moet heel vaak naar de wc.

“Zet maar 'ja': als ik beter ben.”

Mustapha krijgt een dagrooster mee en een 'inkomstenpakketje' met koffie, thee, melk, boter, zoetwaren en suiker. Hartelijk schudt hij de bewaarder de hand en neemt zijn intrek in de nieuwe cel.

Om redenen van privacy zijn de namen van de gedetineerden gefingeerd.