Het uitdragen van de huisstijl; 'Het staat me niet' bestaat niet

Steeds meer dienstverlenende bedrijven en winkels gaan er toe over hun personeel te hullen in uniforme kleding. Om te laten zien wie ze zijn en waar ze voor staan. En de ontwerpers van bedrijfskleding varen er wel bij. Waarom nondescript bruin, blauw is geworden. Of postrood.

Ze geven namen aan kleuren. 'Giroblauw' is aardig ingeburgerd, maar 'telecom-groen' voor appelgroen en 'post-rood' voor cadmiumrood worden voornamelijk binnenshuis gebruikt, net als 'holding-blauw' voor het marineblauw waarin het KPN-catering-personeel en de baliemedewerkers van de postkantoren gekleed gaan. “Kleur en in mindere mate vorm communiceren direct de huisstijlen van dit bedrijf”, verklaart G. de Knikker, manager kledingbedrijf van PTT Post Bedrijfsservice in Den Haag. “En dat brengen we tot uitdrukking in briefpapier, de belettering en uitmonstering van onze gebouwen, auto's, brievenbussen, en natuurlijk in de bedrijfskleding.”

Het gaat om het uitdragen van corporate identity of image, 'c.i.' in vaktermen. Met name dienstverlenende bedrijven, die geen zichtbare produkten leveren, hechten er steeds meer belang aan. Met kleuren en logo's onderscheidt een bedrijf zich en vergroot het zijn herkenbaarheid. ABN Amro bijvoorbeeld doet het sinds de fusie met groen (en een beetje geel). Een slimme kleur waaraan allerlei positieve associaties kleven. Mappen, formulieren, brochures, desks, uithangborden - betaalautomaat -, advertenties en commercials: in elke uiting sluit het blauwgroen ieder misverstand uit; u bent bij De bank. Ook ABN Amro zal waarschijnlijk zijn huisstijl nog dominanter gaan overbrengen door bedrijfskleding. Op dit moment wordt in bankfilialen in Zeist, Zandvoort en Schagen geëxperimenteerd met blauwgroene pakken, en (lange, korte en broek-)rokken met jasjes.

Steeds meer bedrijven laten met uniforme kleding zien wie zij zijn. Albert Heijn verruilde drie jaar geleden het nondescripte bruin voor een erg fleurige combinatie ontworpen door Frans Molenaar. Ook kleine bedrijven willen zich profileren met kleding, aldus George Pisa van de gelijknamige fabriek voor bedrijfskleding. In de slappe mode-industrie vormt de bedrijfskleding een van de weinig groeiende sectoren.

Nederland is ver in de ontwikkeling van bedrijfskleding, en volgt Japan en de Verenigde Staten. Niet alleen op het gebied van geavanceerde technieken om tientallen verschillende maten te nemen en te leveren, maar ook in aandacht voor uitstraling en draagcomfort. Duitsland bijvoorbeeld loopt achter. Volgens De Knikker moet bedrijfskleding daar vooral gezag uitstralen, is het vaak uniformachtig. “Daar zijn wij voor de PTT nadrukkelijk van afgestapt. Dit bedrijf mocht niet langer het beeld oproepen van een overheidsinstelling, van Tante Pos.”

Een schok-effect moest het op 1 december 1994 geven, toen alle 25.000 postbodes van de ene op de andere dag het stemmig blauw-grijs waar ze ruim tien jaar in hadden gelopen, verwisselden voor bruin-rood. De Knikker is nog trots op de logistieke prestatie: “Realiseert u zich dat: 650.000 artikelen die allemaal op die dag bij de dragers in huis moeten zijn.” De metamorfose van de postbode baarde inderdaad opzien, vooral omdat veel Nederlanders niets begrepen van het leverbruin waarmee ontwerper Clemens Ramackers het PTT-rood combineerde. Maar volgens de PTT is dat bewust gedaan; bij het matte bruin valt het felle postrood extra op.

“Natuurlijk zijn er in zo'n groot bedrijf altijd mensen die zeggen: het staat me niet”, zegt De Knikker. “Tja. Dat kan niet.” Ook weet hij dat met name oudere medewerkers, “degenen die zich overheidsdienaar voelen, en graag in een statig uniform lopen”, problemen hadden met de nieuwe kleding. “Anderen beslissen wat je draagt, dat maakt mensen kritischer. Maar de weerstand is gering geweest.” Bovendien is de huidige lijn door een vertegenwoordiging van het personeel (ca. 100 mensen, schat De Knikker) uitgekozen, uit drie monstercollecties die in een modeshow gepresenteerd werden. Collecties die toen overigens al goedgekeurd waren door de afdeling Kunst en Vormgeving, 'hoeder van de huisstijl' van de KPN. “Uiteindelijk blijft het een beslissing van de directie, maar die is in dit geval mee gegaan met de keus van het personeel.”

Het gaat bij het uitdragen van corporate identity vooral om de presentatie naar buiten; het versterken van een zeker saamhorigheidsgevoel is op de achtergrond geraakt. Waar vroeger elke fulltime-medewerker een kledingpakket ontving, ook de brievensorteerder, krijgen nu alleen degenen met 'klantcontacten' bedrijfskleding. “Een kwestie van op de centen letten”, zegt De Knikker.

Bij de PTT zijn ze dan van het veilige blauw afgestapt - het baliepersoneel in de postkantoren draagt overigens wel blauw, met rood en wit - elders lijkt blauw juist aan populariteit te winnen. In de gerestylde filialen van Vroom & Dreesmann wordt de komende maanden ook nieuwe bedrijfskleding ingevoerd, ontworpen door Mart Visser. De couturier heeft door een steekproefsgewijze enquête onder de V & D werknemers rekening kunnen houden met hun verlangens, maar verder had het personeel weinig invloed op het resultaat. “Inspraak? Nee hoor”, zegt Hennie Pouw van de parfumafdeling in een Amsterdamse V & D. “Tien minuten van te voren hoor je dat je je nieuwe uniform moet komen passen.” Maar ze verwelkomt de nieuwe marine- en “KLM-blauwe-” combinatie, want het huidige pak - van een nogal morsig roestbruin - vindt ze “een oubollige aanfluiting.” Blauw is praktisch, en staat iedereen goed, aldus Pouw. Liever zou ze in eigen kleding achter de toonbank staan: “Altijd maar weer datzelfde pak. Ik kom nauwelijks aan eigen kleren toe.” Een collega op de afdeling herenondergoed denkt er anders over. Ze wijst op de smoezelige voorpanden en manchetten: “Weet je hoe vies je wordt van geld en textiel? Dit zou ik zonde vinden van mijn eigen kleren.” Ze verheugt zich op het nieuwe jasje, dat modieus sterk getailleerd en langer is. “Dat is prettig, vooral als je dikke billen of een buik hebt.” De stolpplooi in het rugpand zorgt voor grotere bewegingsvrijheid, “ook slim, want je bent altijd aan het sjouwen”.

Ontwerpers van bedrijfskleding moeten een gulden middenweg vinden tussen modieus en niet te trendy. De laatste jaren is er meer oog voor modieuze elementen. Zo heeft de nieuwe Telecom-collectie die in april geïntroduceerd wordt jeans- en chino-modellen voor broeken, flanel houthakkershemden en basketbalpetten voor de monteurs. Maar dat maakt de collecties ook sneller gedateerd. De Knikker begroot dat de huidige lijnen korter, een jaar of vijf, zes meegaan.

De catalogi van de PTT-post-collectie en de Telecom-collectie zijn wat dat betreft illustratief. De dubbele bandplooien in broeken en broekrokken, brede schoudervullingen in jasjes en oversized blouses met wijd uitstaande mouwen van de postcollectie ogen al weer behoorlijk ouderwets. De Telecom-lijn is in overeenstemming met de huidige trend slanker gesneden: kokerrok en 'geklede' bermuda in plaats van broekrok, één bandplooi in plaats van twee in broeken, en jasjes met smalle revers en minder schoudervulling, strakkere blouses met sjaalkragen.

Behalve min-of-meer modieus moet intensief gebruikte bedrijfskleding praktisch en sterk zijn. Hoewel steeds meer natuurlijke materialen verwerkt worden, blijven de hoofdbestanddelen polyester en nylon. Voorts zijn er tal van specifieke eisen die vaak pas aan het licht komen tijdens proefprojecten - of, als die niet gehouden worden, pas blijken te ontbreken als de volledige bestellingen gedaan zijn. Borstzakken moeten groot genoeg zijn om opschrijfboekjes in te stoppen, broekzakken van bijvoorbeeld kadastermedewerkers moeten tegen schroevedraaiers kunnen, en stropdassen van beveiligingspersoneel mogen niet om de nek gestrikt worden. Een onverlaat zou er een bewaker aan vast kunnen grijpen en kelen.

Ook de onstuimige groei van particuliere beveiligingsdiensten legt de bedrijfskledingindustrie geen windeieren. Het personeel is volgens de wet verplicht om een uniform te dragen, met zilverkleurig logo waarin 'beveiliging' staat. Maar omdat beveiligingspersoneel niet meer bevoegdheden heeft dan iedere burger (aanhouden bij betrapping op heterdaad) mag de kleding niet op het politie-uniform lijken. Voor nieuwe ontwerpen is toestemming van het ministerie van justitie nodig. Departementsmedewerker M. Mos ziet er op toe dat er geen korte en donkerblauwe bloezonjacks, geen broeken met biezen en geen goudkleurige logo's gedragen worden. Mos moet “vrij vaak” uniformvoorstellen afwijzen. “Een commerciële organisatie zou zich toch moeten willen onderscheiden, maar nee, iedereen wil blauw.”

Volgens B. Brands, hoofd bedrijfsbureau van PreNed “straalt blauw gezag en betrouwbaarheid uit”. De uniformen moeten geschikt zijn voor zowel portiers als winkelsurveillanten. De een is meer dienstverlener, de ander moet autoriteit hebben, en beide functies moeten ondersteund worden door het uniform. “Je kunt wel zien dat het niet door een vrouw is uitgezocht”, moppert een van de PreNed medewerkers. “Die kleuren!” zegt hij, wijzend op de minder gelukkige combinatie van kobaltblauw jasje, lilablauw overhemd en groene das. Maar hij is toch tevreden, en hoeft niet zo nodig, “zoals sommige van mijn collega's” in een autoritair uniform.

Wat gebeurt er ten slotte met de 100.000-den oude kleren, en de niet gebruikte partijen? Die worden meestal opgekocht en geëxporteerd naar armere landen. Als het bedrijfslogo makkelijk verwijderbaar is tenminste. Want de fiscus heeft bepaald dat elk onderdeel van een bedrijfsuniform, tot en met sokken, ceintuurs, schoenen en vlinderdassen, een duidelijk zichtbaar en moeilijk verwijderbaar logo moet hebben. Anders kan het ook in de vrije tijd gedragen worden en beschouwt de belastinginspecteur het als loon in natura. Een overdreven maatregel. Want zelfs al draagt een werknemer zijn bedrijfspak met plezier, “na werktijd is het heerlijk om je eigen kloffie weer aan te trekken”.

    • Edith Schoots